is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 6, 1935-1936, no 8, 01-01-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die altijd sterk feministe was, waardeerde deze benoeming niet alleen voor zichzelf, maar ook als bewijs van den vooruitstrevenden geest van ons land, want in dien tijd waren vrouwen nog niet werkzaam bij het Hooger Onderwijs. Twee jaar later, bij den dood van Pierre Curie, werd zij Hoogleeraar aan de Sorbonne. Zóó toonde Frankrijk 30 jaar geleden, dat het geen onderscheid wenschte te maken tusschen mannen en vrouwen als het ging om het bekleeden van de hoogste posten bij één der nobelste takken van werkzaamheid van het land. Terwijl nu in 1935 de arbeid der vrouw zijn waarde bewezen heeft op ieder gebied, zien wij het recht der vrouw op arbeid telkens meer teruggedrongen en bedreigd. De wetten, die nu nog alleen tegen de gehuwde ambtenares gericht zijn, zal men ongetwijfeld wenschen uit te strekken tot andere vrouwen, zooals wij dat in ander elanden al hebben zien gebeuren.

Zullen wij werkelijk een regeering beleven, die, het verleden verloochenend, het recht zou willen intrekken dat vanzelfsprekend in 1904 werd toegekend aan Marie Curie, het recht om op dezelfde voorwaarden als de man het beroep te vervullen,, waarvoor zij bevoegd is door verdienste en door arbeid?

Wij zullen met al onze krachten strijden om dat niet te zien gebeuren."

Irene Joliot-Curie. *}

Het doet goed deze krachtige woorden te hooren nadat zooeven in onze Volksvertegenwoordiging het onrecht wet staat te worden door de aanneming met $8—37 stemmen (rechts tegen links) van het amendement Suring. Na 1 Januari 1937, zoo wil het de rechtsche meerderheid, zal aan een aantal bevoegde en bekwame vrouwen arbeid en salaris, en aan een ander aantal zelfs wachtgeld ontnomen worden.

Napleiten is nutteloos, deze aanneming kon voor niemand, die ook maar eenigszins van den gang van zaken in ons Parlement op de hoogte is, een verrassing zijn.

Toch zal ons nadrukkelijk protest blijven klinken, waar hier de bevoegde, volwaardige Nederlandsche vrouw getroffen wordt door een verbod van betaalden arbeid op grond dat zij getrouwd is, terwijl geen enkel mannelijk Nederlander uit zijn ambt ontzet wordt, omdat hij andere inkomsten zou genieten.

Onze vrouwen zullen nu wel eindelijk gaan begrijpen wat het beduidt, dat overigens rechtschapen menschen blind zijn voor onrecht waar het haar betreft, en zij zullen de bittere waarheid moeten erkennen dat deze meerderheid in de vrouw nog altijd geen evenwaardig medemensch ziet.

Moge de kreet van Mevr. Joliot haar opwekken om met al haar krachten te blijven strijden „opdat het recht op arbeid, zonder welk recht er geen persoonlijke vrijheid bestaat" weer haar deel worde.

1) ontleend aan La Fran?aise.

STATEN- GENERAAL.

December 1935.

Mevr. de Vries-Bruins (S.D.A.P.) en Mevr. Bakker-Nort (V.D.) voerden het woord over het wetsontwerp tot wijziging der Warenwet. Indien de inkrimping van het aantal keuringsdiensten met grote omzichtigheid zal plaats hebben en enige verbeteringen zouden worden aangebracht, kwam Mevr. de Vr.-Br. tot de conclusie, dat het wetsontwerp voor haar acceptabel zou zijn. Eén van Spr. amendementen werd door de regering overgenomen.

Bij de behandeling van de begroting van O., K. en W. sprak andermaal Mevr. De Vr.-Br. Zij verweet den minister Dr. Slotemaker de Bruïne de samenvoeging

J. H. VAN DER WERF, AMSTERDAM

WETERINGSCHANS 59 _

TEL. 34859 COSTUMES - MANTEAUX - BONTWERK