is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 9, 1938-1939, no 7, 15-12-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Australië.

Nationaliteit van de gehuwde vrouw.

Volgens de voorzieningen van de nieuwe wet op de nationaliteit van Britsche onderdanen kunnen vrouwen verklaren haar eigen nationa¬

liteit te willen behouden. In Australië hebben minstens 80 vrouwen het verzoek daartoe ingediend, wat volgens de Frangaise een bewijs is van den algemeenen wensch om die eigen nationaliteit te behouden, daar in Australië het aantal vrouwen, dat met vreemdelingen getrouwd is, waarschijnlijk niet heel groot is.

BOEKBESPREKING.

F. M. Lichtendahl. Diplomatenschool.

D. van Syn en Zonen, Rotterdam z.j.

144 pag.

,,In de volgende bladzijden hoop ik aan te toonen," aldus de schrijver op pag. 30 van het boek, „dat de staatslieden en diplomaten aan het einde van den grooten oorlog de gelegenheid hebben gehad om op de puinhoopen van het ineengeschoten Europa een nieuwe democratische wereld op te bouwen en hoe zij hierin jammerlijk gefaald hebben; ja, falen moesten, omdat zij den oorlog ontketend hebben ter bereiking van heele andere doeleinden dan waarvoor de massa's ten oorlog trokken. Ook hoop ik aan te toonen dat de leuze „Bescherming der democratie , waaronder die groep thans weer de arbeidersmassa's voor den volgenden oorlog „rijp maakt , een schijnleuze is, waarachter geheel andere doeleinden worden verborgen".

In deze woorden is de strekking van het boekje neergelegd, dat ter illustreering van deze stelling voornamelijk de geschiedenis van het ontstaan van den wereldoorlog behandelt. Dit geschiedt op levendige <—- zij het soms wat naieve — wijze en aan de hand van officieele cijfers en stukken, die niet nalaten indruk te maken en die voor hen, die hun kennis van zaken plegen te putten uit hetgeen de couranten hun wenschen voor te zetten, inderdaad af en toe nieuwe gezichtspunten openen. Voor anderen is het misschien een nuttige opfrissching van het geheugen en een weder bewust worden van de gevaren die ook nu weer dreigen. Het boek is niet van eenzijdigheid vrij te pleiten en het geeft ook niet de geschiedenis van het ontstaan van den oorlog -— dit laatste pretendeert het dan ook niet. Wat men van deze geschiedenis in elk geval zeer duidelijk aangetoond krijgt is het feit dat de volken in overgroote meerderheid den oorlog niet wilden en tenslotte toch tot den oorlog en den oorlogswil konden worden opgezweept — een waarschuwende waarheid die de menschheid niet genoeg kan worden voorgehouden.

H. J. D. Revers.

„Waar gaan wij heen?"

Uitgave W. Meulenhof, Amsterdam.

Volgens het voorwoord van den Uitgever is dit boek ontstaan uit overweging dat in een tijd als deze veler belangstelling gewekt zou kunnen worden door een rustige uiteenzetting van de hoofdlijnen der verschillende politiek-economische stelsels. Hij heeft daartoe de medewerking gekregen: voor het kapitalisme van Dr. R. v. Genechten, privaat-docent Rijksuniversiteit Utrecht; voor het Socialisme van Prof. J. Tinbergen, Hoogleeraar Handelshoogeschool, Rotterdam; voor het Communisme van Mr. A. S. de Leeuw en voor het Fascisme van Dr. Emile Verviers, die ieder in een overzichtelijk, helder en uitvoerig betoog de door hen aangehangen stelsels verdedigen. Hoezeer het levensinzicht van de vier schrijvers ook moge verschillen, zeker is, dat zij allen één doel hebben, de bevordering van het welzijn hunner medeburgers, een doel dat zij ieder op eigen manier, met eerlijk idealisme najagen. Een boek als dit is dus zeker geschikt om aanhangers van verschillende levensopvattingen te leeren elkander niet als vijandige tegenstanders te zien, maar in den diepsten grond veeleer als mede-waarheidszoekers en dus mede-werkers. Voor een vluchtig begrip van den inhoud laten wij de schrijvers zelf in eenige pakkende zinnen aan 't woord.

Dr. R. v. Genechten heeft, naar hij zegt, getracht het kapitalisme te beschrijven in zijn hardnekkigen langzamen strijd om erkenning, in de wilde grootheid van zijn volledige ontwikkeling, en in de uitvloeiing van zijn veroudering. Hij beschouwt zich als een kroniekschrijver en benijdt zijn medewerkers in dit boek, die nog de stoutmoedigheid van de hoop hebben. Klaarblijkelijk wil hij dus niet als pleitbezorger voor zijn onderwerp — dat er dus in dit werk geen blijkt te hebben -— beschouwd worden.

Prof. J. Tinbergen daarentegen geeft als zijn oordeel, dat de sociaal-democratische politiek de voorkeur verdient, omdat zij beter dan eenige andere politieke richting doelmatigheid en rechtvaardigheid benadert; terwijl Mr. A. S.