is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Nederlandsch-Indië, jrg 4, 1929-1930, no 4, 16-01-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kig beter. De Inheemschen toch winnen vijf stemmen. Moge het „gouverner, c'est prévoir" nu eens in toepassing gebracht worden te haren opzichte en althans een van die vijf plaatsen eene Inheemsche vrouw ten deel vallen!

Voor onze vereeniging is er in deze maanden dus nog heel veel werk te doen. In de eerste plaats moeten wij eenige Europeesche vrouwen candidaat stellen of liever aan den Gouverneur-Generaal als candidaten voordragen voor een benoemingszetel van den Volksraad. En dan kan ik daarvoor in de eerste plaats onze waarnemende Presidente, Mevrouw van Overveldt-Biekart aanbevelen. Onder de vele medica, vrouwelijke juristen, leeraressen, onderwijzeressen en andere vrouwen zijn een voldoend aantal vrouwen, die met eere een zetel in den Volksraad zouden kunnen bezetten en die dus op de candidatenlijst thuis hooren.

In de tweede plaats zou onze Vereeniging eenige Inheemsche vrouwen candidaat kunnen stellen en de Inheemsche vrouwenvereenigingen aansporen, ook hare candidaten te stellen.

Hoezeer het ons leed doet, dat onze kansen zoo verslechterd zijn, zoo zal het ons een groote vreugde zijn, de vrouw haar intrede in den Volksraad te zien doen en moeten wij alles in het werk stellen om tot die mogelijkheid te komen.

Moge het Hoofdbestuur gesteund door de afdeelingsbesturen er in slagen twee aanbevelingen van geschikte vrouwen aan de Regeering voor te leggen.

Moge de Regeering begrijpen dat het ons ernst is met ons beroep op Haar, dat wij bereid zijn de plaatsen in te nemen, die ons naar recht en billijkheid toekomen.

Den Haag. M. Stibbe-Knoch.

ALS IK EEN VROUW WAS

dan werd ik een vinnig strijdster, als weleer Miss Pankhurst; dan rammelde ik aan de Overheidsdeur, als weleer Miss P.; dan hield ik straatbetoogingen en belemmerde tijdelijk het verkeer, als weleer Miss P.; dan dwong ik op elke andere, ook ontoelaatbare wijze tot aandacht als weleer Miss Pankhurst.

Als ik een vrouw was

dan zou ik dat alles niet mogen doen. Want 't is immers niet netjes om straatbetoogingen te houden, al is 't ook voor de meest heilige zaak; 't is immers niet beschaafd om demonstraties te houden voor een magistraatsgebouw; 't is immers misdadig met den strafrechter in aanraking te komen.

Als ik een vrouw was

dan mocht ik alleen maar in stilte thuis mokken, als niemand het hoort, over alles wat de vrouw voor de wet nog altijd meer voorwerp doet zijn dan mensch;

dat de vrouw, in gemeenschap van goederen gehuwd, over wat zij inbrengt in de gemeenschap nog altijd geen sylabe te zeggen heeft, als de man 't er doorbrengen wil of op andere wijze vervreemden;

dat de vrouw geheel onbeschermd staat, als haar man door drank of spel b.v. zijn gezin zelfs het allernoodigste voor levensonderhoud onthoudt en ten slotte aan den uitersten rand van de samenleving belandt.

Als ik een vrouw was

dan ging ik in stilte naar de vrouw van een mij bekenden hooggeplaatsten ambtenaar, die van zijn

salaris wel honderd gulden per maand aan

haar afstaat, of soms ook heelemaal niets, en ik treurde met haar over zooveel onrecht, waaraan niets te doen is;

of ik treurde met die andere vrouw, die na een vredig, doch kinderloos huwelijk van bijna 8 jaar, zich plotseling door een ander verdrongen zag, en met een aalmoes voor onderstand werd afgescheept, terwijl haar beduidend vermogen, bij haar huwelijk ingebracht, geheel ter beschikking van haar man bleef.

***

Als ik een vrouw was

dan deed ik niet meer als eertijds Miss Pankhurst; ik bedacht dan met groote dankbaarheid, dat dat baanbrekend, pionierswerk niet meer noodig is; dan mokte ik niet meer in stilte thuis;

dan droeg ik mijn leed over al het onrecht der vrouw aangedaan naar buiten uit en schreeuwde 't van de daken hoe groot dat leed is, en ik vroeg om de ons onthouden rechten, om de gelijkstelling met den man in de wet.

Als ik een vrouw was

en gehuwd en moeder, dan zou ik naast de plicht om alles voor mijn gezin te zijn, voelen, dat het óók mijn plicht is, om evenals die vele eminente vrouwen en goede moeders, die voorgegaan zijn, te strijden voor de rechten van de vrouw, opdat ons eenmaal een plaats in de maatschappij wordt ingeruimd naast den man, als zijn gelijkwaardige.

Vrouwen van Indië, dat is de taak die U wacht. Weltevreden 15/1—'30.

Een man.

ALS IK EEN MAN WAS

Als ik een man was, dus „heer der schepping", zooals de man zich zoo gaarne hoort noemen, dan zou ik mij verantwoordelijk achten voor het wel en wee van de schepping.

Als ik een man was, dus behoorende tot het sterke geslacht, dan zou ik weten, dat dit voorrecht mij niet is ten deel gevallen om het zwakke geslacht te onderdrukken of op zijde te duwen, doch om het te