is toegevoegd aan uw favorieten.

De tempel; tijdschrift gewijd aan vrij religieuse stroomingen-vrijzinnige godsdienst, oostersche- en westersche religie, occultisme, spiritisme, theosofie, astrologie, kabbala, vrijmetselarij, anthroposofie, rozekruisers-cosmologie, mystiek, psychical research, wetenschap, architectuur, kunst, religie en wijsbegeerte, jrg 1, 1923, no 7, 15-07-1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

totdat tenslotte de God in hen bovenkwam, zij zijn ’t, die de wereld verlossende taak bezitten.

Maria Magdalena, de vrouw, die een zondares was, is geworden een van de schoonste figuren in de geschiedenis der beschaving, leder mensch zou van beduidenden, verheffenden invloed kunnen zijn, als hij kende zijn nietigheid en zijn laagheid, als hij zich mede schuldig wist aan 't algemeen kwaad en als dat besef hem bewust verontrustte.

Wij hebben ons af te vragen, wat óns leven beduidt, of de vernietigende machten daar worden overwonnen en gelouterd; we hebben ons af te vragen, wat wij van ons leven maken en in hoeverre wij verantwoordelijk zijn voor de gesteldheid van onzen tijd. En dan rijst op het spook van de zelfzucht, die de meesten doet voorbijgaan aan de onheilspellende wereldgebeurtenissen, zonder iets er tegen te doen, slechts denkend aan het directe eigen materieel belang, zich richtend op geldvermeerdering, of toename in eer en macht.

Getuigt het niet van gebrek aan goddelijk

leven, als een mensch zich niet bekommert om de bestaande tegenstellingen in de maatschappij .. duizenden en duizenden zijn door hun gebrekkige ontwikkeling niet in staat naar het hoogere te grijpen en zijn daardoor gedoemd geestelijk en zedelijk al lager te zinken, terwijl de machtigen en invloedrijken spelen met het lot der volkeren. Is het niet een afschuwelijke gedachte, dat het internationale militarisme ongestoord nieuwe oorlogen voorbereidt, het militarisme, dat den mensch tot dier maakt. Dat wij aanvoelden onze medeverantwoordelijkheid, dat wij aanvoelden het groote kwaad, waaraan wij positief of negatief mede schuldig zijn, dat wij door dat besef verontrust werden;

dan zouden wij evenals Maria Magdalena Jezus niet tegemoet kunnen gaan met vreugdegebaren; doch daar diep in zijn ziel zouden wij hooren wondere muziek en wij zouden weten ons broeders en zusters in God.

Wij zouden gaan in vrede, en stralend treden temidden van de menschen, met oogen, glanzend van medelijdende en reddende liefde.

„OER-GERMAANSCH” GELOOF

door H. G. CANNEGIETER.

' 111.

Aan confessioneele zijde pleegt men, aldus prof. Wirth, den vrijzinnigen voortdurend te disqualificeeren door hun er aan te herinneren, dat zij toch eigenlijk maar individualisten zijn, op geenerlei wijze verbonden met het verleden, los van historie en traditie. Door dit gemis aan continuïteit hebben zij, aldus hun Roomsche, Joodsche of orthodox-Protestantsche tegenstanders, geen kans op de toekomst. De groote, gemeenschappelijke herinneringen der volksziel zijn door hen verloochend; het verband met het religieuse oerbesef van de menschheid zijn ze kwijt geraakt. Eendagsvliegen zijn zij, een fata morgana, zonder samenhang zwevend boven de werkelijkheid van het algemeen-menschelijk bewustzijn. Vandaar dat ze geen vat hebben op de schare; dat de massa hun ontgaat, want de menigte is voor hun tegenstanders, wier geloof staat geplant in den eeuwenouden bodem van de volksziel.

Deze bewering, door welker suggestie de vrijzinnigen zelf hun besef van eigen waarde zich laten ontnemen, noemt prof. Wirth ten

eenenmale onjuist. Het zijn integendeel juist de vrijzinnigen, wier grondslag zich door alle lagen der menschheidsgeschiedenis heen boort tot in het oerbewustzijn van het volk, waaronder zij prediken. Dat hun prediking het volk niet bereikt, komt door de schuchterheid, waarmee de vrijzinnigen, onder de daarstraks omschreven suggestie voortdurend concessies doende ten koste van hun beginsel, tegenover confessioneele driestheid optreden en tevens doordat een vreemd, van buiten opgelegd en met het gezag van den onderdrukker bekleed leerstelsel de religieuse oer-instincten naar het onderbewustzijn van het volk heeft verdrongen, vanwaar uit deze zich als schadelijke factoren in abnormale verschijnselen als godsdienstloosheid, godsdienstbestrijding of dweepzuchtigen geloofsijver openbaren.

Zoodra het volk zich van dezen staat van zaken bewust heeft gemaakt en zijn religieus besef in den normalen toestand heeft hersteld, zal een godsdiensthervorming optreden, die in de historische hervormingspogingen van vroeger nog slechts zeer onvoldoende is voorbereid.