is toegevoegd aan uw favorieten.

De tempel; tijdschrift gewijd aan vrij religieuse stroomingen-vrijzinnige godsdienst, oostersche- en westersche religie, occultisme, spiritisme, theosofie, astrologie, kabbala, vrijmetselarij, anthroposofie, rozekruisers-cosmologie, mystiek, psychical research, wetenschap, architectuur, kunst, religie en wijsbegeerte, jrg 1, 1923, no 8, 01-08-1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„OER-GERMAANSCH” GELOOF

door H. G. CANNEGIETER.

IV (Slot).

Een voorbeeld van de merkwaardige zienswijze van prof. Wirth levert zijn beschouwing over het bijbelsche Paradijsverhaal, dat, zoo men weet in de Oostersche landen buiten Palestina, bijv. in Babylonië parallellen heeft. Dit Paradijsverhaal, waarop de Christelijke Kerk een van haar voornaamste leerstukken, dat van den zondeval, bouwt, is volgens prof. Wirth niets anders dan de verbastering eener oorspronkelijke mythe uit het Noorden. En deze verbastering kenschetst treffend een tegenstelling, die volgens onzen zegsman zich tot op den huldigen dag in bet kerkelijk en godsdienstig leven openbaart.

Ue slang, het sigma-teeken, is het oudnoorsche licht-embieem, waarmee zoowel de zon als de bliksem worden aangeduid. De slang is de lichtbrenger, die tevens het leven, ook het weten brengt. Van den levensboom plukt hij den gouden appel, de zon, en reikt deze aai de vrouw, die het licht, het leven, de kennis op haar beurt aan den man doorgeeft. De vrouw is in de oud-Germaansche cultuur immers de draagster der beschaving, zij brengt het runenschrift over; zij is sacrosanct.

Maar de Levieten, die tijdens de Babylonische ballingschap het bijbelsche Paradijsverhaal aan de Sumerisch-Arische mythe ontleenden, hebben er een Semietische caricatuur van gemaakt. De slang deed kwaad met Eva van den boom der Kennis te laten eten en door Eva zondigde ook Adam, wijl de Semietische Jahwe het leven en het weten voor zich wi behouden in tegenstelling met den Arischen god, die het licht juist aan de wereld wil brengen. De tegenstelling tusschen de beide wereldbeschouwingen komt ook uit in den trek van het Joodsche verhaal, waarin Jahwe den mensch vervloekt door hem in het zweet zijns aanschijns te laten werken. Gold voor den oosterling de arbeid als een vloek, in het noorden beschouwde men hem als heilig.

De hier geschetste tegenstelling loopt volgens prof. Wirth door heel het Oude Testament. Wil men de Semietische en de Arische bestanddeelen scheiden, dan legge men den Talmud naast den Bijbel. De Semietische Jahwe is een antrophomorphe god met laag-menschelijke

affecten. Zijn licht-kwaliteiten zijn aan 't Arisch ontleend.

Ook in het Nieuwe Testament ziet prof. Wirth de tegenstelling verder loopen. Het verschil geldt hier voornamelijk de Jezus-figuur, wiens tweeslachtigheid aldus het aannemelijkst wordt verklaard. De God-Vader uit de redenen van Jezus is de Arische lichtgod, dien men ook in het Oude Testament, in het aan Arisch-Sumerische, Hetietische en Filistijnsche invlo-i den ontierende ethische monotheïsme reeds ontdekt.

Over den Arischen oorsprong en beteekenis van het Kruis sprak ik reeds. Het groote, tragische proces van Jezus van Nazareth, die in de Bergrede alle menschen het heil verkondigt en het Koninkrijk Gods ~binnen in u” stelt tegenover codex en priesterschap, noemt prof. Wirth essentieel noorsch.

Toen ik hem vroeg, hoe het te verklaren zou zijn, dat dit oorspronkelijk Evangelie, dat volgens hem juist uit de Arische volksziel is opgebloeid, het toch heeft moeten afleggen tegen de Jahwistische tendenzen der oosterlingen, wees prof. Wirth ons op den tragischen drang van den noordeling, die ook dr. van Senden in een zijner monografiën tot onderwerp heeft genomen. De noorsche Ariër lijdt aan een te ver gaande objectiviteit, hij kent het offer ter wille van het hoogere en wil zichzelf verliezen om 't beste te kunnen behouden. Daarom heeft hij zijn taal en zijn teekens opgegeven in den strijd tegen de overheersching van den Komaan en den Semiet, die, oppervlakkiger en luchtiger levend, zichzelf gemakkelijker handhaven en in hun zelfbewustzijn minder gauw worden geschokt.

Maar de oude erfherinnering leeft in hem voort, hoezeer ook dikwerf verdrongen, en de geschiedenis der Christelijke Kerk in de noorsche landen is een eeuwig zich herhalende worsteling van het Arische onderbewustzijn met zijn godsvrijheidsgeloof, dat de opgelegde suggestie van het hiërarchisch wetsgeloof tracht te doorbreken.

De Roomsch-Katholieke Kerk met haar oostisch-hiërarchisch godsbegrip heeft zich aan het noorsche ~heidendom” trachten te assimileeren, en dit uitwendig zich naar de omgeving