is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 10, 30-10-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1907. 1908. 1909. 1910. 1911.

Aantal berichtende vereeni- Nombre des sociétés ayant

gingen 56 57 57 60 60 donné des renseignemenk.

Ledenaantal 3 434 3 499 3 574 3 653 3 623 Membres.

£ £ £ £ £

Jaarlijksche ontvangsten . . 2 119 2117 2 256 2 349 2 271 Recettes annuelles.

£ £ £ £ £

Jaarlijksche uitgaven: llépenses annuelles-.

uitkeeringen aan leden . . 1 539 2 088 1 908 1 757 1 929 indemnités am membres.

onkosten 421 364 387 388 258 frak.

Kapitaal op het einde van

het jaar 8 091 7 868 7 671 8 10S 8 132 Capital a la fin de l'année.

Vereenigingen van kleine pachters. Haar aantal was 94, met 10 245 leden, tegen 83 met 8 506 leden in 1910. Het totale kapitaal bedroeg £22 968, waarvan £ 8 497 aandeelen, £ 12 071 geleend en £ 2 400 reserve. Zij bebouwden 10 857 acres land, waarvoor £ 18 751 aan huur, rente en belasting werd betaald; 10614 acres werden verhuurd aan 8 423 pachters, die aan de vereenigingen £ 21 890 huur, rente en belasting betaalden. Een aantal van deze vereenigingen kocht voor £ 2 356 grondstoffen voor hare leden in en verkocht voor hen producten ter waarde van £ 1 007.

De werkzaamheden van alle vereenigingen tezamen leverden een verlies op van £ 209.

Coöperatieve credietvereenigingen. ')

(Sociétés coopératives de crédit.)

Einde 1911 bestonden 223 coöperatieve credietvereenigingen met 22 054 leden en een kapitaal van £ 168 274, tegen 81 met 6 014 leden in 1901. Aan de leden werd in 1911 £79 808 uitgeleend, terwijl de terugbetalingen, met inbegrip van rente, £77 623 bedroegen of wel vier maal zooveel als in 1901.

De onkosten in 1911 bedroegen £7 919, een bedrag dat laag is, doordat de werkzaamheden gewoonlijk niet bezoldigd worden. De gemaakte winst bedroeg £ 302.

Winstdeeling in 1912—1913.2)

(Participation aux profits en 1912—1913.)

Doof den Board of Trade is een onderzoek ingesteld ten einde de gegevens aan te vullen, die in 1912 gepubliceerd zijn in het verslag betreffende winstdeeling (zie afl. 7, 1913, blz. 479). Uit dit onderzoek blijkt, dat op 30 Juni 1913 141 ondernemingen aandeel in de winst aan de werklieden toekenden, tegen 136 op 30 Juni 1912. In het laatste cijfer zijn begrepen 2 ondernemingen, die na Juni 1912 zijn samengesmolten, en in het totaal voor 1913 dus slechts voor één tellen. Van 3 regelingen was niet bekend, of zij nog van kracht waren. Omtrent 3 regelingen, die opgenomen waren in het verslag van 1912, werd bericht, dat zij vervallen waren: twee omdat de arbeiders er weinig mede ingenomen waren en de derde omdat in haar plaats loonsverhooging en andere voordeelen gesteld werden.

139 van de 141 ondernemingen hadden gemiddeld 106097 werklieden in vasten dienst, terwijl het grootste aantal losse werklieden op een dag 5 435 bedroeg.

In 104 ondernemingen bedroeg het winstaandeel der werklieden gemiddeld 5,8 pCt. van het loon, wanneer men erbij rekent de gevallen, waarin geen winst werd uitgekeerd, en 6,8 pCt., wanneer men deze buiten beschouwing Iaat.

93 ondernemingen keerden aan 56677 werklieden £302 488 als winstaandeel uit of gemiddeld £5 7sh. per persoon. Hieronder waren 516 losse werklieden,

!) Labour Gazette van Maart 1913. 2) „ „ „ September 1913.