is toegevoegd aan uw favorieten.

Maçonniek weekblad; uitgaaf voor broeders, jrg 42, 1893, no 41, 09-10-1893

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLAND.

In de Wekker, Nieuwe bijdragen voor het onderwijs No. 33 en 34 van dezen jaargang, vindt men in een paar hoofdartikelen eene beschrijving van het doel en streven van de Louisa-stichting.

Na eene korte geschiedenis van het ontstaan der Louisa-stichting en eenige waardeerende woorden aan de nagedachtenis van den Prins Beschermheer, Br. - . Noordziek en Br. 1 . E geling, die allen het E.-. O.', zijn ingegaan, volgt eene beschrijving van het gebouw, daarna iets over de wijze van opvoeden, het onderwijs en de resultaten van het systeem.

Wij gelooven aan de onderteekening den schrijver te kennen, en mocht dit het geval zijn, dan betreuren wij het, dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de kolommen van ons weekblad, omdat die steeds voor de Louisa-stichting open staaD. en er menig vrijmetselaar zal zijn. die door het lezen van het geen thans in „de Wekker" is gepubliceerd, zijne belangstelling in de Louisa-stichting zoude hebben kunnen voldoen.

Misschien zoude de geachte schrijver er geen bezwaar in zien, met vergunning van de redactie van „de Wekker," die beide artikelen thans nog in ons blad op te doen nemen.

VAKIA.

Toevlucht voor onbehuisden.

Het is juist zes maanden geleden, dat de „Toevlucht voor onbehuisden" in de Zwanenburgerstraat werd geopend. Uit de wekelijksche staten, die steeds in ons blad worden opgenomen, kunnen onze lezers zien, dat gedurende dien tijd aan duizenden mannen, vrouwen en kinderen, die van alles verstoken waren, voeding en huisvesting is verleend.

De vereeniging, die deze „Toevlucht" in het leven riep, is nog zeer jong en waarschijnlijk weinig bekend; het zal daarom velen niet onwelkom zijn h6t een en ander omtrent het doel en de werking van deze jeugdige vereeniging te vernemen.

De vereeniging „Toevlucht voor Onbehuisden" stelt zich ten doel voeding en huisvesting te verleenen aan een ieder, die hiervan verstoken is. Zij geeft echter niets voor niets. Iedereen, die zich aanmeldt, wordt, zoo ver de ruimte dit toelaat, opgenomen, ook zij, die niets bezitten. Deze laatsten moeten voor hun kost en inwoning werken. Dit werken is natuurlijk van verschillenden aard. Vooreerst moeten de groote gebouwen zindelijk gehouden worden. Zij zijn dan ook kraakzindelijk, men kan om zoo te zeggen van de vloeren eten; het spreekt van zelf, dat dit veel arbeid eischt voor gebouwen, waar honderden samenwonen en waar velen die