Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fidus vindt slechts, dat beide kunsten een afgescheiden gebied hebben en dat, wat voor de schilderkunst geschikt is, niet als teekening mag gebruikt worden. Wel is waar vraagt veel, wat hij teekent, naar kleuren, waardoor de indruk nog grooter zou worden, maar die schilderijen zouden toch niet geschikt zijn thuis boven de kanapee bv. opgehangen te worden, evenals zij misplaatst zouden zijn tusschen de bonte rijen der schilderijen op eene tentoonstelling. Hunne plaats — en dit ligt niet aan een onbescheiden¬

heid van den kunstenaar — hunne plaats zou zijn in een plechtige ruimte, waarin de geheele architektuur, de kleuren, het licht, alles overeen zou moeten stemmen, zóó, dat de schilderijen het midden punt van dit alles zouden vormen. Ik hoop, dat Fidus, wanneer dan niet al zijne idealen verwezenlijkt kunnen woiden, toch spoedig een waardige weg zal vinden om met de middelen, die hem de tijd aanbiedt, zijne ideale plannen tot bevredigender uitvoering te brengen. De eerste kiemen voor een monumentalekunst zijn bij hem al lang aanwezig, want evenals hij een nieuwe aantrekkingskracht aan de lijn heeft gegeven, zoo staat ook een ieder verwonderd over zijne nieuwe kleuren. Ik zie den tijd al naderen, die hem uit zijne onbekendheid losrukt

en hem in staat stelt zich in zijne ware grootte te geven en zijn kunst uit het zakformaat te verlossen.

Want wij verlangen te vurig naar het nieuwe groote, alsdat zijne geboorte nog lang op zich kan laten wachten, en het zou mij al zeer verwonderen wanneer de naam Fidus niet met deze geboorte, het ontstaan en de ontwikkeling van dit nieuwe groote verbonden zou zijn.

Om veel over Fidus' schilderkunst te schrijven, ligt niet in de bedoeling van deze studie en is overbodig, daar wij onzen lezers geen gekleurde repro-

11 B II S.

Eene studie van WILHELM SPOHli

(Slot.)

Al was Diefenbach nu juist geen meester in teekenen en schilderen, zoo kreeg hij toch invloed op zijnen jongen leerling door zijne hervormende en practisch ten toon gespreide idee, alle uiterlijke vormen met olympische vrijheid te doordringen. Daar kwam Fidus

tot de beschouwing van de werkelijke mensch, welke door gene model studies kunnen vervangen worden en er ook niet tegen op wegen.

In den Diefenbachkring, die de beschaving als eene leugenachtige instelling den oorlog verklaarde, werd de schroom voor het naakte overwonnen;de wonderlijke taal van het lichaam en hare ledematen, eene taal, die ook die der ziel is, werd hier geleerd. Als heerlijke vruchten van dezen tijd zijn vele studies en afbeeldingen over, waarin Fidus ons de mensch in zijne liefelijkste jeugd toont. Hij sloeg de kinderen zijns meesters gade in een heerlijk leven vol vrijheid. De kindernatuur openbaarde zich aan hem in een zichvrij-voelen van allen dwang en hij gaf ons

dit weer met een natuurlijkheid, die weldoend werkte op ons,

die nu al honderde jaren niets te zien kregen dan allerlei variaties op de dikwangige engeltjes van het bekende madonnabeeld van Raphaël. Er zijn wel groote kunstenaars geweest, die zich vrijmaakten van zulke naaperij en het kind op hunne eigene manier weergaven, maar in de geheimen der kinderlijke ziel is, dunkt mij, Fidus toch het verst gevorderd

Daar de teekenkunst bij Fidus zoo volmaakt is en de idee en uitdrukking dikwijls sterk op den voorgrond treedt, is men geneigd het schilderen als zijn zwakke zijde te beschouwen. Dit is niet zoo.

Sluiten