is toegevoegd aan uw favorieten.

De metaalbewerker; orgaan van de Metaalbewerkersbond in Nederland, jrg 32, 1925, no 35, 29-08-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Holland; overwerkpercentage na de 56J-urige werkweek zonder eenige medezeggenschap van de arbeidersorganisaties. In Engeland: 30 overuren per 4 weken maximum. In Holland: geen enkele regeling tusschen werkgevers- en arbeidersorganisaties. In Engeland: uitspraak van den-regeeringsbemiddelaar, dat zoolang een wijziging inde arbeidsvoorwaarden punt van overleg tusschen partijen uitmaakt, de oude loonen gehandhaafd moeten blijven. In Holland bestaat hieromtrent geen andere bepaling, dan dat de Metaalbond uiterst 4 weken voor overleg toestaat, terwijl telkenmale, bij elke verandering van loon en werktijd, de werkgevers deze bepaling als een vodje papier hebben beschouwd. In Engeland ging de strijd volgens den heer Mr. Molenaar om de vraag of de werkgevers het recht zouden hebben volgens een reeds in 1920 vastgesteide regeling voor overwerk dit overwerk ook te laten verrichten, terwijl de arbeiders daar voor zich opeischten de beoordeeling of het overwerken wel noodig was. In Holland is door de arbeidersorganisaties niet anders gedaan dan stelling genomen tegen een nieuwen aanslag op de loonen en de 48-urenweek, die aan de werf „Nieuwe Waterweg” door de werkgevers is gepleegd. Fen slotte willen wij hier tevens aanhalen het oordeel van den Engelschen correspondent van de „Nw. Rott. Courant” inde dagen toen dat conflict uitgestreden werd, dus in Mei 1922. Een oordeel waarmede wij ons beter kunnen vereenigen dan met dat van den heer Molenaar en waaruit Llijken kan, dat de ~N. R. Crt.” in die dagen een heel wat humaner oordeelenden medewerker aan het woord liet dan thans, nu de Rotterdamsche scherpslijpers inde metaalindustrie een handje geholpen moeten werden. De ~N. R. Crt.” var. 9 Mei 1922 schreef over het conflict in Engeland o.a. het volgende : „Het gaat hier niet om de loonen, maar rechtstreeks om de macht. De ondernemers wenschen het volstrekte recht terug te krijgen om veranderingen inde arbeidsvoorwaarden aan te brengen zonder de vakvereenigingen daarin te kennen. De uiterste concessie w'aartoe de werkgevers bereid waren, luidde aldus: dat zij bereid waren tot overleg wanneer de fcvogrgestelde wijzigingen van belang Waren. In het tegenovergestelde geval niet, terwdjl de werkgevers aan zich hielden de beoordeeling of een voorgenomen verandering van belangwas.” Deze correspondent schetste verder de moeilijkheden waaronder de A. E. U. (de grootste van de vakvereenigingen), op wie de eerste aanval van de werkgevers gericht was en die met 50 andere bonden van metaalbewerkers had te maken, te lijden had, terwijl de solidariteit onder de geschoolde en ongeschoolde arbeiders alles te wenschen overliet. Daarna zei deze correspondent omtrent de positie van de werkgevers woordelijk het volgende: „Even bezwaarlijk als de positie voor de werklieden is, even gunstig is die voor de werkgevers. Zonder eenige aarzeling en onverholen maken deze van hun gunstige positie in dit geschil gebruik om wat er aan medezeggenschap voor de arbeiders ontstaan is, nog tijdens de malaise teniet te doen en hun heelé tactiek heeft het daarop en daarop alleen, voorzien gehad.” Dat is naar onze meening toch wel eenigszins anders dan Mr. Molenaar thans schrijft, dat het een conflict om de leiding was en het drijven daartoe van de arbeiders uitging. Luistert wat de correspondent van de „N. R. Crt.” verder schreef over de bedoelingen van de werkgevers in Engeland; „Zij (de werkgevers) willen en dat ontkent niemand, zoo duidelijk is het, d e vakvereenigingen breken. Zij (de werkgevers) willen weer onbeperkt heer en meester worden inde fabrieken die zij bezitten. Zij hebben er een bitteren strijd voor over om hun wil door te zetten. Daarmede komen zij (de werkgevers) echter in conflict met de openbare meening.” Het is merkwaardig hoe die Engelsche correspondent van de „N. R. Crt. ” in Mei 1922 treffend juist onze gedachte over een deel van de Hollandsche werkgevers ■weergaf bij zijn beoordeeling van de Engelsche. Deze beoordeeling is op dit oogenblik, nu de „N. R. Crt” en haar medewerker Mr. Molenaar onzen strijd vergelijkt met dien in Engeland, van zooveel beteekenis,

dat wij ook het volgende aan onze lezers niet willen onthouden: „Het aantal menschen dat gelooft dat i de arbeiders tot hun positie van voor j 50 jaar geleden terug te brengen zijn, | is betrekkelijk gering. Dat men hen vooral onder de werkgevers aantreft, spreekt vanzelf. Onder de Eng. Empl. Feder. (Bond van Werkgevers inde Metaalindustrie) blijken zij talrijker te zijn dan in andere takken van nijverheid. Hun taktiek zooals hun doel kon zóó door de „Morning Post” uitgevonden zijn. Dit kenschetst hen voldoende. Zij (de werkgevers) zijnde diehards onder de werkgevers. Zij voelen niets voor collectief onderhandelen.” Mr. Molenaar, die met een blijkbaar welbehagen de nederlaag van dc Engclsche metaalbewerkers aanhaalt door de uitspraak van Sir William Mackenzie inzake het conflict, willen wij hier niet onthouden wat de „N. R. Crt.” in Mei 1922 schreef over de houding van de werkgevers bij hun verschijnen voor het Engelsche Hof van onderzoek: „De laatste zet, hun (de werkgevers) houding voor de Commissie van onderzoek, die de Engelsche regeering bij het beginnen van het conflict had ingesteld en die onder Sir William Mackenzie haar werk begon, was in denzelfden stijl karakteristiek. De uitspraak der Commissie was niet bindend, vandaar dat zij duidelijk lieten doorschemeren zich ook niet te laten binden en hun belangen voor die Commissie dan ook nauwelijks kwamen verdedigen. Hangende het onderzoek de uitsluiting der A. E. U. op te heffen en die der andere arbeiders, die de volgende week zou beginnen, op te schorten, daartoe waren zij niet bereid. Sir William Mackenzie (de bemiddelaar) had buiten Sir Allan Smith (den werkgeversvertegenwoordiger) gerekend.” C. O. De jongste flater van het bestuur van Wilton’s fabrieksvereeniging. Het aantal flaters van het bestuur van Wilton’s „fabriekskern” is legio. Op al deze de aandacht te vestigen is niet wel doenlijk; toch willen we op den laatsten dien het gemaakt heeft hier even den vinger leggen. Vooraf dit: De naam „fabriekskern” is feitelijk onjuist, ’t Is niet anders dan een „fabrieksvereeniging”, waarvoor men zich vrijwillig als lid kan opgeven en waar men dan al of niet toegelaten wordt als zoodanig. Maar dit terzijde. Het bestuur van deze fabrieksvereeniging, genaamd de „fabriekskern”, meende weer eens „vakvereenigingetje” te moeten spelen en zich te bemoeien met het conflict „Nw. Waterweg” —Rott. Droogdok Maatschappij. Daartoe vond het een gereede aanleiding inden brief van 11 Augustus van den Me| taalbond. Het zou nu de zaak eens even | voor elkaar zetten. Met goedvinden der wederzijdsche directies hadden voorzitter en secretaris van dit bestuur op Zaterdag 15 Augustus, des v.m. 11 uur, een onderhoud met het bestuur van het ziekenfonds van de Mij. ~Feijenoord” over de „ramp” die de metaalbewerkers boven het hoofd hing. biet bestuur van het ziekenfonds begon met niet onduidelijk te kennen te geven, dat een dergelijke bespreking niet tot zijn bevoegdheid behoorde. De heeren van Wilton’s „fabriekskern” i meenden echter, dat h goed was de zaak eens met elkaar te bespreken en eender directeuren van „Feijenoord”, die de heeren aan elkaar had voorgesteld, beaamde dit en aangezien het onder werktijd plaats had, werd de zaak besproken nadat genoemde directeur vertrokken was. De korte zin van ’t lange lied w?as, er moest een stemming worden gehouden onder de Rotterdamsche metaalbewerkers, voor zoover hun werkgevers waren aangesloten bij den Metaalbond, over de vraag of zij (d e arbeiders en niet de werkgevers, hoewel dit meer op zijn plaats geweest zou zijn) de wetten wilden handhaven of niet. Onder „wetten” was in dit geval te verstaan de door de regeering verleende overwerkvergunningen. I Het spreekt vanzelf, dat Wilton’s bestuur hier bot ving. Daarna ging hetzelfde bestuur naar het ziekenfondsbestuur van i P. Smit Jr. Hier werd dezelfde vraag voor- 1 gelegd en hier kregen ze dezelfde boodschap: „Het zijn zaken die ons als fonds- I bestuur niet raken. Het is een zaak van de I vakverenigingen en deze, en deze alleen 1 hadden hierin te beslissen.” : Ook hier dus de kous op den kop. Dat- j | zelfde herhaalde zich bij ’t bestuur van j

het ziekenfonds van Smulders te Schiedam en van Burgerhout te Rotterdam. Een mensch met een normaal stel hersens j zou o.i. nu wel zeggen : „nu scheiden we |er mee uit”. Niet aldus deze heeren. En* aangezien we niet kunnen aannemen dat het mankement aan hersens zoo groot is, gelooven we dat ze moesten vanwege hun directie. Dus ze gingen verder. En daar zij de besturen van de genoemde fondsen niet mee konden krijgen voor die stemming, zouden ze toch eens laten zien dat ze spraken en handelden overeenkomstig de meening van het personeel van hun. . . lastgever, zullen we maar zeggen. Ze gaven daarvoor eerst uit „De Fabrieksbode”, waarin opgenomen de brief van den Metaalbond aan de vakverenigingen en daaronder het volgende : „Uit bovenstaand schrijven blijkt, dat de mogelijkheid groot is, dat de strijd tot het bittere einde gevoerd zal worden. Zulk een strijd zou beteekenen, dat alle arbeiders van de leden van den Metaalbond over het geheele land in het conflict mee zullen worden betrokken. Omdat wij meenen, dat velen onder ons bereid zullen worden gevonden om aan de wet op de overwerkvergunningen te gehoorzamen, achten wij het noodig daaraan uitdrukking te geven op een nader vast te stellen manier. Wij hopen dat allen zullen begrijpen, dat zij zich aan de wettelijke voorschriften van ons land moeten houden en dat loongeschillen, welke op verschillende ondernemingen mochten aanhangig zijn of gemaakt worden, afgescheiden moeten blijven van de werktijdregelingen, overeenkomstig de wet. vastgesteld. Wij zouden ons niet verantwoord achten, wanneer wij geen poging aanwenden om bij te dragen tot vermijding van dezen principieelen strijd, opdat niet meer armoede zal worden geleden, dan momenteel door loonacties en andere moeilijkheden reeds wordt doorgemaakt. Wij zullen dus allen een briefje doen toekomen, waarop ieder kan verklaren of hij al dan niet wenscht over te werken als de directie hem dit opdraagt, op grond vaneen door de regeering verleende overwerkvérgunrting. Aangezien onze leden dit reeds vanaf Augustus 1923 hebben gedaan, twijfelen wij niet aan het resultaat waarmee wij denken voldoenden invloed te zullen hebben om den noodtoestand voor onze leden af te wenden.” * Daarna heeft het bestuur het volgende stembriefje uitgegeven : Rotterdam, Augustus 1925. M. H., Namens het. Algemeen Bestuur van de Fabriekskern van WiltonÂ’s Machinefabriek en Scheepswerf, verzoeken wij degenen, die met den inhoud van ons artikel in „De Fabrieksbode”, No. 10, accoord gaan, onderstaande verklaring te onderteekenen, met vermelding van naam en fabrieksnummer, opdat wij een zoo juist mogelijk beeld verkrijgen van de houding van het personeel. Wij verwachten alle formulieren inde daarvoor bestemde stembussen. HET BESTUUR. Ondergeteekende verklaart, dat hij genegen is overwerk te verrichten, wanneer hem dit door de Directie wordt opgedragen op grond vaneen door de Regeering verleende algemeene overwerkvergunning, "■elke vergunning niet verleend wordt dan na gepleegd overleg, met werkgevers en werknemers. Naam: Fabrieksnummer: Voor dat de stemming plaats had, hebben wij per convocatie, aan de fabriek verspreid, onze leden opgeroepen tot een vergadering. Op het convocatie-biljet stond o m.; „Wij rekenen er op, dat niemand aan de stemming van de Personeel-Vcreenigmg zal deelnemen, omdat een uitspraak over het conflict op die wijze verkregen, geen waarde zal hebben.” En het resultaat? Ziehier: Uitgereikt zijn . . ~ 2180 briefjes Ingeleverd werden , » 1162 „ Niet ingeleverd , . 1018 ~ Van de ingeleverde briefjes waren er 698 vóór, 355 blanco en 9 van onwaarde. De conclusie van den voorzitter van de ; personeelvereeniging was: „Dat is | alw e er een mislukking.” j Inderdaad! Waar bemoeien de kerels zich ook mee. j Zouden ze nu hebben begrepen dat ze I met hun vingers hebben af te blijven van j ons werk ? Zou deze les, hun gegeven door

het in meerderheid ongeorganiseerd personeel, voldoende zijn om hun te doen leeren dat zij (fabrieksvereeniging) goed genoeg is om te zorgen voor schoone hand• doeken, reine privaten en dergelijke, maar dat zij van de rest moet afblijven ? Wij hopen het .. . maar betwijfelen het zeer sterk. Zij zullen er mee ophouden als Wilton het goedvindt en niet eerder. Zij zijn werktuig, anders niet. Tot hen die ons advies hebben gevolgd in deze nog dit: Makkers, gij toont te begrijpen dat uw belangen niet veilig zijn bij het bestuur der fabrieksvereeniging. Gij volgt ons parool. Komt een stap nader en wordt lid. Van d. Woude en zijn vrienden zullen dan wel een ander deuntje zingen. J. w. Uit de provincie Groningen. HOOGEZAND. De meeting op Zondag 23 Augustus in Hoogezand gehouden, in samenwerking met den Fabrieksarbeidersbond, is goed geslaagd. Een meeting voor vakorganisatie is in deze streek iets nieuws. Niemand onzer had dan ook de verwachting dat er meer dan 600 bezoekers zouden komen. Wij kunnen met het resultaat tevreden zijn. De laatste dagen liep het ons een beetje tegen. Het planwas om vanaf Groningen éen boottocht te organiseeren. De boot was gehuurd en de kaartverkoop liep reeds vrij goed. Daar gewerd ons de mededeeling, dat de boot over den afstand van pl.m. 13' K.M. 4 uur moest varen. Men kan evengoed loopen. Onder deze omstandigheden moesten wij naar een ander middel van vervoer naar Hoogezand omzien en onze aandacht viel op de vele autobussen welke dagelijks het Winschoterdiep passeerden. Doch allen waren dien dag reeds door andere gezelschappen gehuurd en wij waren dus op den trein aangewezen. Het stopzetten van den kaartverkoop voor den boottocht deed velen besluiten thuis te blijven, hoewel toch nog pl.m. 50 personen per trein naar de meeting meegegaan zijn. Ongeveer een gelijk aantal ging per fiets. De grootste groep moest natuurlijk Hoogezand en omgeving leveren. En dat is gebeurd. Onze menschen hebben dan ook met veel geestdrift aan de voorbereiding van deze meeting gewerkt. Er is geplakt op een wijze, welke allen lof vèrdient. Op onzen controle-tocht, dien schrijver dezes met den bestuurder van den Fabrieksarbeidersbond op den motor van dezen laatsten maakte, bleek ons, dat vanaf Waterhuizen totenmet Sappemeer dat deel der propaganda in orde was. De verspreiding van het laatste manifest, dat huis aan huis geschiedde in diezelfde streek, was ook voor elkaar, waaruit blijkt, dat de zaak ook daar organisatorisch goed door onze menschen in elkaar was gezet. En de meeting zelf? Ik zeide reeds dat deze goed geslaagd is. De Muziekvereniging „Door het Volk —■ Voor het Volk” van Groningen zorgde op haar wijze voor de opluistering en ieder die ons korps op dat gebied kent, weet dat dit goed is geweest. Natuurlijk was de A. J. C. er ook aanwezig. Op het laatste oogenblik nog door hun leiding daartoe opgeroepen, waren ze allen present en hebben op hun wijze de propaganda voor onze en . . . eigen zaak bevorderd. Heil! Jammer dat de zangvereeniging „De Volksstem” uit Hoogezand verhinderd was haar medewerking te verleen en . Ik ben overtuigd, dat het haar evenzeer speet als ons. En onze sprekers? Moet ik daar nog wat van zeggen? Jurgens van den Fabrieksarbeidersbond kende men wel inde streek. Men wist dus wie hij was en hij heeft de betoogers niet teleurgesteld. En v.d. Houven ? Toen deze begon te spreken, werd de opmerking gemaakt, dat die nog nooit in het Noorden gesproken had. Dat wil zeggen, dat, als je de menschen naar hun meening gevraagd had, nadat hij een kwartier aan het woord was, men zou antwoorden : „eens even wachten,” Niettemin kan ik je cle verzekering geven vriend v.d. Houven, dat de kennismaking van jou met deze groepen van arbeiders er een is geweest van de beste soort en dat ze een volgenden keer even graag naar je luisteren zooals ze nu tot het laatst toe gedaan hebben. Jurgens en v.d. Houven hebben ieder op hun wijze en terrein de groote noodzakelijkheid van moderne vakorganisatie op de juiste wijze voor deze arbeiders en' arbeidersvrouwen (deze laatsten waren er in groeten getale) uiteengezet. Groningers zijn nuchtere menschen. Als je pas in deze streek komt, vind je ze wel wat al te nuchter, doch het feit, dat ze spontaan allen deelnamen aan den optocht, die na de meeting werd gehouden, bewijst, dat „begeerte hun had aangeraakt”. Het wil in Hoogezand wat zeggen circa 500 personen ineen optocht op klaarlichten