is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 47, 08-09-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitenland iiiiiiiiiiiiiiiiiiiij niiiiiiiiiiiiiiiiiil

rx I I • * I JO V>l

De verontrustende inzinking in „New Deal” Roosevelts poging tot reorganisatie van het maatschappelijk leven in de Verenigde Staten —, die de afgelopen weken te aanschouwen hebben gegeven, werd veelal toegeschreven aan de afwezigheid van de president zelf. Voor het minst weet men de omstandigheid, dat de regering niet eerder en forser tegen de dreigende moeilijkheden opgetreden was aan het feit, dat Franklin D. een lange en welverdiende rust genoot op een van die paradijzige Stille Zuidzeeëilanden, waar het nog heerlijker moet zijn, om de moderne wereld en zijn helse problemen te vergeten, dan op de Veluwse hei of het Texelse strand. Het kan onze lezers niet ontgaan zijn, wat de zomermaanden aan de U.S.A. gebracht hebben. Bedenkelijk teruggegaan is de, dank zij regeringsstimulatie, zo mooi omhooggelopen industriële productie. In het Midden-Westen werd de landbouw geteisterd eerst door schroeiende droogte, daarna door verbijsterende wolkbreuken. Wat echter het ergste was: het saamhorigheidsgevoel der klassen bleek bedenkelijk verslapt, kapitaal en arbeid waren weer scherp tegenover elkaar komen te staan. En zo kon Roosevelt na zijn vacantie voor de tweede maal op zijn triumftocht van Portland naar Washington de sensatie beleven, als redder in nood, als vader des vaderlands te worden ingehaald.

Wij betwijfelen het of de president, die in tegenstelling met Europese dictatorentypes ons een wezenlijk toegewijde en diepeerlijke persoonlijkheid lijkt, zelf wel zoo ingenomen zal wezen met zijn „onmisbaarheid”. Pleit het voor de gefundeerdheid van het experiment, dat men het geen ogenblik aan zijn lot kan overlaten? Trouwens het feit, dat de industriële productie welke van April ’33 tot Juni van dit jaar opgewerkt was van 58 pCt. tot 83 pCt. van het normale, reeds in Juli weer tot 76 pCt. was teruggelopen, bewijst dat de inzinking al heel weinig met Roosevelts vacantie te maken had. De getallen omtrent de werkloosheid, onlangs door de Federal Reserve Board gepubliceerd plm. 4 millioen aan werk geholpen, plm. 10 millioen nog werkloos verschillen weinig van de cijfers, die wij reeds maanden geleden voor een soortgelijk overzicht als dit gebruikten. In de grote bootwerkersstaking te San Francisco van Augustus evenals in de ontzaglijke textielarbeidersstaking van nu blijft de regering „neutraal”, maar het staat te bezien of zij op de duur deze houding vol kan houden, daarmee de leiding over de maatschappelijke hervorming uit handen gevende.

„Het lijkt wel, of de sociale politiek der regering de klasseverschillen en het klassebewustzijn in Amerika juist sterk heeft doen toenemen”, constateert zelfs de Washingtonse correspondent der N.R.C. Hij betoogt dat die tot nu toe in het land van zijn inwoning betrekkelijk zwak waren. Vele „geslaagden” waren nog maar kort geleden „geslagenen” en hun minder gelukkige soortgenooten hadden de hoop niet opgegeven binnenkort in dezelfde positie te verkeren. In tal van bedrijven heersten nog „patriarchale verhoudingen”. Nu heeft de regering zelf, die in het belang van de industriële afzet de koopkracht der massa’s verhogen wilde, de arbeiders aangespoord in de vakverenigingen te gaan en de verdediging van haar positie in eigen hand te nemen. Dat heeft gemaakt, dat

„het land eigenlijk meer in verticale lagen dan in geografische gebieden te verdelen is, wanneer het er om gaat de reactie op de regeringspolitiek te analyseren”. De arbeidersmassa’s zijn nog steeds voor Roosevelt en vol hoop, de middenstand begint zich reeds van hem en zijn programma af te wenden.

Er zijn meer tekenen, die er op wijzen, dat het grote Amerikaanse experiment zijn aanvankelijk ietwat idyllische stadium uitgetreden is en dat een rauwer tijdvak van harde strijd naderende is. Het is niet aan te nemen, dat bij de Novemberverkiezingen als vanouds de Demokratische en Republikeinse partijen elkaar de zetels zullen betwisten. Hun historische verschilpunten doen bij de ontzaglijke maatschappelijke revolutie, die Amerika thans doormaakt, bijna belachelijk aan. Er is een „American Liberty League” opgericht, uit conservatieve republikeinen èn demokraten bestaande, die het „dictatoriale karakter” van de economische maatregelen der regering bestrijdt en front maakt tegen verdergaande inflatie. Parallel aan dit verschijnsel loopt de afbrokkeling links der oude partijen. De bekende schrijver en ex-socialist Upton Sinclair is in Californië tot democratisch candidaat voor het gouverneurschap gekozen: tegen een regeringscandidaat in. Zijn programma is zeer radikaal: maximum-inkomens van 10.000 Dollar, onteigening van ongebruikt land en leegstaande huizen enz. Het gaat hierbij niet zozeer om de merites van der gelijke voorstellen, als wel om het symptomatische ervan: het kookt en woelt blijkbaar aan alle kanten in de Amerikaanse samenleving. De activiteit van Roosevelt heeft de geestelijke energie van andere experimenteurs gewekt. Wie zal hen binnen de perken houden of de reactie het hoofd bieden, die tegen hun buitensporigheden zal opsteken?

„Wat zijn Roosevelts plannen?” vraagt ieder zich af, nu de Amerikaanse natie het angstig tijdperk van wild tegen elkaar opbotsende egoïsmen is binnengetreden. Weet hij het zelf? Halt! Niets is gemakkelijker dan uit de tegenstrijdige en halfslachtige programpunten, die de Amerikaanse president af en toe door laat schemeren wij zullen er aanstonds enige behandelen te concluderen, dat hij niets anders dan een blinde leidsman van blinden moet heeten. Maar zo eenvoudig is de zaak toch niet. Ons althans heeft bij verschillende berichtgevers, ondanks hun rapporteren van ernstige spanningen toch nog hun opgeven over de goede geest gefrappeerd, die het Yankeevolk nog vrijwel overal doortintelt en die nog steeds uit schijnt te gaan van de merkwaardige man, die F. D. Roosevelt is. Zolang die geest nog goed is, is „New Deal” niet verloren. Objectief moge de verbetering gering en het perspectief weinig beter wezen, aan geen waan is degene ten prooi, die vast gelooft er beter aan toe te zijn dan te voren. Wij citeren de Europese correspondent van de Christian Science Monitor, die vijf maanden in Amerika heeft rondgezworven, overal kritiek op de regeringsmaatregelen aantrof en ten slotte toch concludeert: „Een jaar geleden is er wanhoop, nu is er toch opgewektheid. Niemand met wie ik sprak verwachtte of wenschte de jaren terug, waarin speculatie op de geldmarkt, uitbuiting in de nijverheid, woekerwinsten in de handel onbe-

perkt bestonden. Er mag veel zijn, dat men niet kan aanvaarden, maar de noodzakelijkheid van een nieuwe orde wordt toegegeven. Daarom moet van nu af aan het heil van allen het doel zijn.”

„Het falen van „New Deal” zou neerkomen op het verloren gaan der eenige kans, dat het kapitalisme zonder gewelddadig optreden kan worden gereorganiseerd”, moet de bekende Engelse econoom Maynard Keynes geschreven hebben. Misschien zit er iets overdrevens in een dergelijke dramatische toespitsing van het alternatief, maar van groot belang wordt het toch wel, wat Roosevelt in de nu aangebroken beslissende periode van zijn experiment gaat beginnen om het te laten slagen. Hij heeft een verregaande electrificatie van het Noord-Westen aangekondigd, waardoor meteen de bevloeiïng van dat landbouwgebied beter kan worden geregeld. Prachtig zooals ook de huizenbouwcampagne prachtig is, waarvoor hij echter het particuliere crediet hoopt te interesseren maar ten slotte zijn dit niet anders dan objecten van tijdelijke werkverschaffing. Het betreft heel Amerika’s waarlijk niet zeer achterlijk productie-apparaat voorgoed weer op gang te helpen! Er is een plan tot invoering van een volledig stelsel van sociale verzekering... die tot nu toe in Amerika nog niet bestond. Nu behoeft dat laatste onder de gegeven omstandigheden voor dat land geen bezwaar te zijn. Integendeel, zoals op ’t ogenblik ook de afschaffing der kinderarbeid naar onze smaak eveneens een beetje laat op de creditzijde van „New Deal” geschreven wordt, zo kan ook sociale wetgeving, die aan duizenden werk en millioenen bevrediging schenkt, meewerken tot de versterking van die goede geest, die wij boven zo onontbeerlijk voor het hervormingswerk noemden. Overal elders is men wittebroodskinderen! maar al te zeer gewend aan haar zegeningen en geneigd al te veel haar schaduwzijden te zien. Dat alles echter toegegeven, moet wederom worden geconstateerd, dat ook sociale verzekering slechts de reorganisatie van maatschappelijk hulpbetoon en geenszins de reorganisatie van de maatschappij zelve betekent.

En nu zijn wij vrijwel aan het eind gekomen van „Roosevelts plannen”.

De vraag waar alles nu op neerkomt is: zullen de Washingtonse regeerders bij al hun opportunisme zich ten slotte laten leiden door bepaalde maatschappelijke beginselen? Zullen zij hun volk weten te bezielen tot het aanvaarden van een groots maatschappelijk ideaal en af te laten van het najagen van louter groepsegoïstische belangen? Wij werden getroffen door de klacht van een ander journalist, die met lieden in alle delen van het land over de voor- en nadelen van „New Deal” gesproken had: „Merkwaardig was dat niemand zich over het programma uitte in morele zin, als gericht op groter sociale rechtvaardigheid.” Natuurlijk wil dat zwijgen nog helemaal niet zeggen, dat ook niemand de ethische waarde van het experiment als zodanig vóelt. Wij beschouwen het Amerikaanse volk in zijn wezen als een diepreligieus volk en achten het waarschijnlijk, dat te eniger tijd dat wezen op primitieve, maar zuivere wijze naar buiten zal treden, als het door de omstandigheden nog dieper gegrepen, nog beter zal ervaren waar het eigenlijk om gaat. De hervorming der maatschappelijke grondvesten is geen platmaterialistisch werk en gaat niet zonder religieuze overgave en vervoering. Maar zover zijn we nog niet. Dé baas is er nog niet bij. J. S. BARTSTRA.