is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 23, 04-03-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

Aanpakken en samenwerken!

We lezen elke dag lange artikels over de innerlijke herbewapening. Het ontbreekt niet aan plan en praat en het is alles al even vaag en wazig; een nevel, die heentrekt over het droge land, maar geen nieuwe groei brengt. „Wij moeten in het woordenboek van ons leven de woorden ik door wij en wantrouwen door vertrouwen vervangen.” Wantrouwen en ego'isme laten zich echter niet met een scheurkalenderblaadje en zijn gouden wijsheid wegvagen. „Wij moeten ons in de verkiezingsstrijd bepalen tot het propageren van eigen beginselen en program van eigen partij en is bestrijding van anderen onvermijdelijk, daaraan geen persoonlijk of onzakelijk karakter geven.” leder denkt hierbij aan de onwaardige en onware strijdmiddelen en wijze der anderen. Men gaat geen verkiezingsstrijd voeren, alsof er geen andere partijen waren, zo min als een elftal op zijn eentje kan voetballen. Het komt aan op den mens, die alle dingen „nieuw” doet in Christus Jezus, zijn „Heer.” Het komt echter nog meer aan op een duidelijke omschrijving van dat nieuwe. „Ik geloof in God, ik geloof in Christus en Zijn Evangelie en de hele rest kan mij niets schelen!” Het ontbreekt de wereld niet aan geloofsbelijdenissen in vele vormen en talen; we erkennen hun waarde. Maar een liefdeleven is meer dan een liefdeverklaring. Wij zijn immers heidenen in een heidense wereld ondanks alle oude en nieuwe belijdenissen. Zo brengt al dat geschrijf over de innerlijke bewapening ons niet verder. Het is aUes wel goed, maar zo klein, of vaag. Bovendien meer dan de raad is de daad nodig; en een groot deel van deze raad zal zijn als het zaad, dat wel uitgestrooid wordt, maar geen oogst opbrengt.

Daarom verheugen we ons in de stichting ~De Groninger Gemeenschap” als gevolg der herbewapening in deze provincie. Men zal een groot Tehuis stichten als centrum van het geestelijk leven in deze provincie, waar naast verpozing, allerlei bijeenkomsten gehouden en cursussen gegeven zullen worden en de verschillende groepen der bevolking elkaar zullen ontmoeten en beter leren kennen. Dit is het eerste en voornaamste punt van het werkprogram. Mén zal gelden verzamelen voor dit werk; onderdelen daarvan zijn o.a. de uitzending van vrouwen, die behoefte hebben aan geestelijk en lichamelijk herstel en de steun voor de uitzending van kinderen naar vacantiekolonies. In een grote vergadering hebben sprekers van verschillende richting deze grootse onderneming aanbevolen. Zij wezen allen op het nodige en mooie van samenwerking. De soc.-dem. zeide; Mag er in het fundamentele van ons geestelijk leven grote verscheidenheid zijn, de gezindheid, waarmee wij tegenover de practische vragen van het leven staan, vertoont grote verwantschap en de sociale werkers hebben allen behoefte, om eens buiten eigen kring te treden. Een pastoor noemde het wel als plicht voor den Katholiek op eigen terrein met de middelen, die de kerk geeft, zichzelf te verbeteren, maar hij voegde er aan toe: We mogen om dat terrein de muren niet zo hoog bouwen, dat we anderen niet meer zien en met andersdenkenden niet willen samenwerken voor de gemeenschappelijke belangen.

De gehele samenkomst werd beheerst door de gedachte aan verdraagzaamheid, eendracht, samenwerking. Dat in een verscheurde wereld het verlangen naar eenheid sterk wordt, bewijst, dat de dwalende mens zich wel bewust is van de goede weg. Eenheid is immers vrede en kracht. Maar men moet eenheid niet met gelijkheid verwarren. Men hoort wel zeggen, dat er maar één partij en één geloof moest zijn; dat is echter even dwaas en onvervulbaar als de wens, dat allen dezelfde maat en vorm van voet moesten hebben, omdat dan de wereld zich in een goedkope en prettig zittende eenheidsschoen kon voortbewegen! De voeten zijn nu eenmaal verschillend en de mens als geestelijk wezen niet minder. Dat er

geen verschillen zouden zijn, omdat wij immers alien eigenlijk hetzelfde, „het goeie” willen, blijkt al onjuist te zijn, zodra we over de middelen, om dat goede te bereiken, gaan praten en bovendien vindt de ene heel goed, wat de ander verderfelijk acht.

Er is een verdraagzaamheid, die eigenlijk niet anders dan begmselloosheid, althans oppervlakkigheid is. Men kan makkelijk een ander verdragen, ais er geen overtuiging is, die men liefheeft of die men haat. Er is een betere verdraagzaamheid, die voortkomt uit het inzicht, dat de waarheid zich verschillend uit en verschillende vormen aanneemt. Zo heeft het licht ook verschillende tinten en kleuren en is anders in een kerk met geschiiderde ramen, in een kelder, waar het door een klein bovenraampje naar binnen valt en in het open veld; anders des morgens en des avonds, anders, als het door lichte wolkjes en als het door een zwarte onweersbui moet doordringen.

Het is moeilijk, verdraagzaam te zijn, als men alle kerken voor scheur- en dwaalkerken houdt behalve de eigene en evenzeer, als men de eigen partij voor de enig ware, onfeilbare en zaligmakende houdt. In de politiek vindt men evenzeer als in de godsdienst de gevaarlijke waan van de het enig en uitsluitend ware. Ifandaar ook, dat de geestelijke, die meewerkt aan de „Groninger Gemeenschap”, door zijn geloofsgenoten gewaarschuwd werd, dat hij zich op glad ijs waagde en de orthodoxe predikant, die ook door zijn woord medewerkte, gewaagde van wantrouwen in de kringen zijner geloofsgenoten tegen deze beweging.

De grote nood van deze tijd drijft naar samenwerking. Het is niet toevallig, dat men telkens hoort van „gesprek” en „ontmoeting.” De S.D.A.P. is meer een volkspartij dan vroeger, omdat voor haar ideaal de hulp buiten de arbeidersklasse noodzakelijk is gebleken, maar ook omdat het socialisme meer is dan een klassezaak, al is zij van het grootste en meest dringende belang voor de klasse, die het meest onder het kapitalisme lijdt. Bovendien is er bij alle tegenstelling een eenheid van belangen, die samenwerking mogelijk en wenselijk maakt; er zijn in ons volksleven vele schotjes en muurtjes, die zonder bezwaar omvergeworpen konden worden. De kerkelijke geitenfokvereniging is een der malle verschijnselen van het streven naar afzonderen en uitsluiting, waarin Nederland wel een record heeft behaald. Daarom verheugen wij ons- in de samenwerking, die bij „De Groninger Gemeenschap” getoond is.

Voedselvoorziening in oorlog en vrede

Nu in de oorlog steeds meer het gehele volk betrokken wordt, is voor de weerkracht en overwinning brood evenzeer nodig als lood. In de oorlog van T4 is voor het Duitse volk de honger het scherpste zwaard geweest, dat het tenslotte de genadeslag gaf. Ook vroeger werden er wel voorraden gevormd, als er een oorlog dreigde, maar zij waren bestemd als proviand voor de soldaten; thans streven vooral de oorlogszuchtige staten naar autarkie, voorziening in de behoeften van het volk door eigen arbeid en van eigen bodem. Bovendien worden enorme voorraden opgeslagen, om het gebrek aan voedsel in oorlogstijd zoveel mogelijk te beperken, opdat het volk door de honger de moed en lust, om door te vechten, niet verliezen zal.

Dr. Feuilletau de Bruyn heeft enige lezingen gehouden over de voedselvoorziening van ons land in oorlogstijd. Hij deelde mee, dat in T8 de landbouwproductie in Duitsland door gebrek aan veevoer, arbeiders, meststoffen enz. sinds T3 gedaald was tot 36 pet. en de invoer van levensmiddelen tot 2 pet. Het buitenland leverde dus zo goed als niets meer en de opbrengst van eigen bodem was verre beneden de helft gedaald. Bedenkt men daarbij, dat schraalhans uit de militaire keukens zo lang mogelijk geweerd werd, dan begrijpt men, dat een ontzettende voedselnood de burgerlijke be-

volking in de oorlogsjaren geteisterd heeft. Alle staten, die oorlog vrezen of op oorlog zinnen, nemen dan ook hun voorzorgsmaatregelen, opdat er voldoende brood en lood beiden zullen zijn, als een oorlog uitbreekt. Dr. Feuilletau de Bruyn beval ook verschillende maatregelen aan, om ons volk tijdens een oorlog tegen het zwaard van de honger te beschermen. Men heeft in verschiliende kranten gelezen, dat het maken van voorraden door particulieren aanbeveling verdient, omdat opslag in de magazijnen en pakhuizen gevaar loopt door luchtbombardementen verloren te gaan.

Men denkt bij al die maatregelen aan de voedselvoorziening in vredestijd en het vele, dat daaraan hapert. Wij hebben in ons land een al te overvloedige melkstroom en er zijn duizenden kinderen, wier kracht en gezondheid door een dagelijks glas melk niet weinig gebaat zouden worden. In hoe weinige gemeenten gebeurt dat en hoevele bezwaren en tegenwerking, ook officiële, moeten daarbij niet overwonnen worden. We hebben door de sterk verminderde uitvoer overproductie van allerlei levensmiddelen en de regering beperkt die zoveel mogelijk door teeltvergunningen en kalverschetsen en versierde varkensoren; kostelijke jonge groenten en nieuwe aardappelen, die de vastgestelde prijs niet kunnen behalen, gaan naar de vuilnishoop. Is er geen gebrek aan dit voedsel in zeer vele gezinnen! De regering bestudeert door een commissie de voedseltoestand bij ons volk; zij doet dit al een paar jaar en het duurt nog lang voordat zij met die studie klaar zal zijn. Is er dan geen dringende reden,' om bezorgd te zijn? Onze sterftecijfers zijn zo mooi!, heet het geruststellend. Maar kracht en gezondheid kunnen schade lijden, al blijft het leven behouden! In oorlogstijd weegt het algemene volksbelang boven de particuliere winst, maar in vredestijd gaat de particuliere winst boven al.

Met bijzondere spoed zijn de maatregelen genomen, om ons leger te versterken en zonder aarzelen heeft men daarvoor enorme kapitalen beschikbaar gesteld. Maar bij het aanwenden van het Werkfonds gaat het met trekschuitvaart en de plannen, om grote werken uit te voeren, kunnen de crisis wel eens overleven. Toch betekent werk brood en gezondheid; werk is het beste tegenwapen tegen het zwaard van de honger.

Politieke rassentheorie

Geen wetenschap is zo weinig wetenschap als die der rassen. Zij hangt van onderstellingen aan elkaar en de geleerde, die het om de waarheid te doen is, oordeelt hier dan ook met de grootste voorzichtigheid en bescheidenheid. In Duitsland wordt de rassenle'er dienstbaar gemaakt aan de macht en grootheid van land en volk; zij is een gebonden wetenschap en spreekt het woord van haar meester. In een Amerikaans tijdschrift lazen we de volgende rake grap: Enige vrienden van Hitler in de nieuwe wereld wilden Hitler vereren met een zeldzaam cadeau, een flacon Negerbloed, een met Jodenbloed en een met Arisch bloed. Omdat ze echter nergens een druppel zuiver Arisch bloed konden krijgen, moesten zij hem helaas twee in plaats van drie flacons sturen.

De anti-rev. courant „De Standaard” heeft politieke rasverwantschap ontdekt tussen communisten, nat.-socialisten en soc.-democraten. Zij zijn van dezelfde familie. „De Standaard” moet eens aan de positieve mede-christenen van Rome vragen, of deze rassenonderscheiding wel juist is en dan zal ze horen, dat het bloed der Gereformeerden ook al niet zuiver is. Die zijn eigenlijk de stamvaders van revolutie, socialisme enz. Immers de Franse revolutie is het gevolg der Hervorming het werk van Calvijn en Luther en de Franse revolutie is de moeder van het gevaarlijke volk van socialisten, communisten, nat.-socialisten enz.

Het bloed van de politieke partij, dat „De Standaard” als orgaan dient, is dus onzuiver en zij behoort tot het ras, dat door zijn gevaarlijke en minderwaardige eigenschappen een vloek is voor de wereld.

De rassenleer is als glad ijs, waarop men makkelijk een rare schaats kan rijden.

J. A. BRUINS.