is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 32, 10-05-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moderne oorlogstechniek

In het begin van dit jaar verscheen in Engeland het opzienbarende boek van Luchtmaarschalk Sir Arthur Marris „Bomber offensive”, waarin Marris, die de leiding had van het luchtoffensief tegen Duitsland een openhartig verslag deed van zijn bevindingen. Dit boek heeft groot opzien gebaard. In ons land verscheen in „Vrij Nederland” (25-1-47) een bespreking van dit boek door Ritchie Calder, vertaald uit „The New Statesman and Nation (18-1-47). Eerlijk werd hierin toegegeven, (wat gedurende de oorlog vaak ontkend was), dat de bedoeling der bombardementen niet was de sleutelindustrieën te treffen, maar de grote industrieterreinen daaromheen, dus rechtstreekse vernietiging van de behuizing der burgerbevolking met haar bewoners. Over deze meedogenloze vorm van oorlogvoering, rechtstreeks gericht tegen de burgerbevolking en door Marris verdedigd als onvermijdelijk, wijl het snelst tot het einddoel der overwinning voérend, schrijft Kathleen Bliss in onder staand artikel, voor ons vertaald 'door mej. dr. J. Gutteling.

Het is niet waarschijnlijk, dat vele van onze lezers Air Marshal Harris, „Bomber Offensive” als lectuur voor de Paasvacantie zullen hebben gekozen. Toch is dit een boek, dat gelezen behoort te worden, en wel vooral door Christenen. De technische kwesties,' die hij te berde zijn elders op bekwame wijze besproken, in tijdschriften als de Economist, de New-Statesman en de Tribune. Wat de kwestie van het bommenwerpen, strategisch, betreft, kan hij het bij het rechte eind hebben, of niet; dit is een zaak voor experts, ofschoon de persoonlijke heldenmoed van de mannen, die onder Harris’ commando dienden, er ook een zekere tragiek aan geeft. „Bomber Offensive”.

De redenen, waarom dit boek de aandacht van Christenen verdie’nt, worden samengevat in ondérstaande brief van Mr. Donald Mac Kinnen: „Harris ons in dit boek een beeld van zichzelf, dat onvergetelijk is. Niemand kan deze bladzijden lezen, zonder in aanraking te komen met een uitzonderlijke persoonlijkheid. Als jonge man weerstreefde Harris een sterke aandrang van vaderskant, om dienst te nemen iii het leger, en op zestienjarige leeftijd vertrok hij uit Engeland naar Rhodesië, met een reisbiljet en £ 5 op zak. Daar werd hij boer en daarheen trok zijn hart hem gedurende zijn loopbaan bij de R.A.F. „Ik heb nooit Africa willen verlaten en nu ben ik er eindelijk weer terug”. Omdat het een .„document humain” is, gaat dit boek Christenen ten zeerste aan. Hier staat een man voor ons, die zich geheel gaf aan zijn werk, bekwaam, meedogenloos zelfs, vernietigend in zijn kritiek en toch trouw en edelmoedig tegenover collega’s. Zijn opvattingen van de methoden van oorlogvoering kunnen in technisch opzicht onjuist zijn geweest, maar het valt niet te ‘ontkennen, dat in de uiterste nood, waarin wij verkeren, mannen zoals hij was, nodig zijn. „Het is natuurlijk gem'akkelijk in dit boek

niet veel meer te zien dan de tekst van een pacifistisch tractaat. Maar dan stelt men de kwestie, waar het hier om gaat, veel te eenvoudig. Wij moeten in contact treden met Harris zelf; wij moeten ons af vragen hoe de plaats waarop hij staat zich verhoudt tot die, vanwaar een man Gods Woord kan horen, wanneer dit ter zake en met indringende kracht gesproken wordt. Natuurlijk is dit geen' probleem voor* een piëtisme, dat nadrukkelijk verklaart, dat Gods Woord alleen spreekt tot een godsdienstig mensenhart, zoals dit op een of andere wijze afgezonderd van een 'werelds leven en werk klopt. En er zijn anderen, die zullen zeggen, dat Harris een monster is: doch de indruk die hij achterlaat is die van een mens.

„Het probleem dat hij ons stelt is evangelisch. Men kan zijn lach bijna horen, indien hij deze woorden leest, maar voor de Christen, voor wie er g'een rustplaats is buiten God, is de vervreemding van Harris’ geest van de macht die wordt uitgeoefend door de wet en de liefde Gods, een evangelisch probleem. Het is dwaas de technische autonomie van strategische vraagstukken te ontkennen; daarover gaat het hier niet. Maar wanneer men zich geplaatst ziet tegenover het probleem, gesteld door een man, die als mens geheel in beslag werd genomen door een werk van weergaloze vernietiging en daarbij bedenkt, dat in de zielen der mensen de allerlaatste vragen van goed en kwaad worden beslist, vraagt men wat het werk der Kerk is tegenover zulk een man.

„Natuurlijk is het probleem niet eenvoudigweg religieus. Geen waarachtig religieus probleem is dit ooit; het als zuiver religieus op te vatten is de illusie van de predikant. Een godsdienstig probleem heeft betrekking op ’s mensen heil in de staat evenzeer als op zijn eeuwig lot. Zulk een man als Harris is naar zijn aard wel degelijk verwant aan die soort van élite, welke onze technische beschaving zowel in vrede als in oorlog vxa'agt. Wat is ons oordeel als Christen over de deugd van „rücksichts-

lose” bekwaamheid? Hebben wij een voorbeeld van heiligheid voor zulke mannen als Harris en anderen, die in vredestijd met hem te vergelijken zijn? zou het liefst deze vraag ter zijde stellen, en tenslotte kan men misschien niets anders doen. Maar hier wordt ons getoond, in de duidelijke trekken van een caricatuur, een wijze van leven, die niet strijdig is met een religieuze beoordeling, doch alleen ervan vervreemd. Hier wordt ons probleem in existentiële vorm gesteld, in termen van het individu belichaamd in een persoonlijkheid natuurlijk; want alleen op zodanige wijze kan het ons worden meegedeeid. Om het probleem te vatten moet men het boek lezen en zich verdiepen in de menselijke situatie die het onthult.

Oorlog als vraagstuk voor wie er actief in optreden.

„Op een ander plan, meer onmiddeilijk de aandacht vragend, werpt het boek hetzelfde probleem op als John Hersey’s Miroshima, het probleem van de methoden der moderne oorlogvoering. De uitvinding, tijdens het verloop van de oorlog, van nieuwe en verschrikkelijke wapens heeft geleid tot de onderstelling, dat de wapens het probleem vormen. Het, wordt duidelijker na het lezen van Bomber Offensive, dat wij de problemen van de oorlog moeten zien als de problepien van de krijgsman, ze groeperend binnen hun menselijke omlijsting.

„Het uiteindelijke probleem dat het boek opwerpt, is natuurlijk het probleem van het machtselement in het menselijk leven. Zij, die trachten te zien waar het in ons tijdsgewricht werkelijk om gaat, krijgen de indruk, dat in laatste instantie het probleem zich toespitst op deze trits: macht, wet en liefde. Natuurlijk treffen wij hem slechts aan in verwarde betrekkelijkheid. Maar toch dreigt onze wereld, in alle lagen, te vervallen tot het geloof dat uiteindelijk macht het enige is dat waarde heeft.

„De bedreiging is groot omdat zij op zo menig plan wordt gesteund. Harris’ houding tegenover het bommenwerpen erkent op bepaalde punten geen leidende wet voor zijn handelingen, boven die van krachtdadige doeltreffendheid. Gegeven het goed recht van de zaak die hij diende, door welk licht werd hij geleid in zijn dienst aan die zaak? Wat was feitelijk het verband van zijn standvastige tegenstand aan Hitier en zijn blind, onvolkomen maar immer aanwezig geloof in brute kracht?”

Wet en macht.

„Het conservatieve element in onze westerse traditie, heeft altijd volgehouden, dat de vrije samenleving slechts kan bestaan, zolang in alle lagen erkend wordt, door overgeleverde vormen van discipline, dat de wet de meerdere is van de wil. Het conservatieve wantrouwen tegenover hervorming, tegenover koortsachtige ijver op het gebied der wetgeving, is, op zijn best, ontsproten aan het gevoel, dat zulk een houding voert tot minachting der wet, doordat de gedachte gewekt wordt, dat zij gehanteerd kan worden al naar de stemming van het ogenblik en niet ais een orgaan van discipline wordt beschouwd. De wet, betogen de conseryatieven, is niet louter en alleen maar de uitdrukking van macht. Doch minachting voor dit grote inzicht, dat gedeeld .wordt door mannen, zover uiteenlopend in tijd en gedachtenwereid als Aristoteles, Burke én 4quinas, dreigt niet alleen van de kant van doordravende demagogen. Er dreigt evenzeer gevaar van de zijde van hen, die weigeren te erkennen, dat elke gevestigde menselijke orde met het kwade besmet en slechts betrekkelijk recht-

derlijke schrijven zeer beslist niet de stem van Christus, maar uitsluitend de stem van de Roomse kerk als wereldlijke macht is, een wereldlijke macht, die de wereld telkens weer verhindert, om de stem van Christus te horen. Om nieuwe beschuldigingen te voorkomen, voegen wij er dadelijk aan toe dat ook de Protestantse kerk als wereldlijke macht de wereld vaak in de weg heeft gestaan en staat, om de stem yan Christus te horen. .

Dit moest ons van het hart, voordat wij de zakelijke argumenten.!, van Ruygers zakelijk zullen behandelen.

Eenvoudig en gemakkelijk is dat, zoals men begrijpen zal, niet. Het is nu eenmaal niet eenvoudig en gemakkelijk, om zakelijk te polemiseren met een geloofsgenoot en een partijgenoot, die niet bereid is, zijn beschuldigingen van stom en anti-papistisch geschrijf, hetze en demagogie te herroepen en op een verzoelf in die richting uitsluitend antwoordt: „zoals ik reageerde, reageren alle Katholieken en het is wel eens goed, dat u zulks weet”. Toch zullen wij het ter wille van de zaak, die het waard is, proberen.

J. J. BUSKES Jr.