is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 34, 24-05-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tijd en Taak

Aan den Heer behoorl de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ZATERDAG 24 MEI 1947 No. 34

ONDER REDACTIE VAN Prof. Dr. W. BANNING; Ds. J. J. BUSKES Ji EN Ds. L. H. RUITENBERG. SECRETARIS DER REDACTIE I. G. BOMHOFF, ROERSTRAAT 48111, AMSTERDAM (Z), TEL. 24386

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 45ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR f«. 00, HALFJAAR ƒ4.25, KWARTAAL ƒ 2.30 PLUS ƒ0.15 INCASSO. LOSSE NUMMERS ƒ0.15

POSTGIRO 21876 GEMEENTE GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

Het oerbeeld der gemeenschap

Zal ik, nu ik mij zet tot een Pinksterartikel, nog eens weer de bekende en toch nooit in hun diepte begrepen noden kan de moderne na-oorlogse wereld opsommen: het lijden, de demoralisatie, de verwoesting aan ziel en geest, de ontworteling enz. enz wij schuiven het immers alles gemakkelijk van ons af,'omdat het ons te zeer vermoeit, of, als wij ons groot Willen houden: wij declameren maar steeds nadrukkelijker en plechtiger, en sterken ons aan de echo onzer zware woorden en gedachten... Zal ik dan tegenover dat zwart Van ons heden het wit plaatsen van het eeuwig Evangelie, of van mijn kijk daarop. of van mijn beginselen, of van „ons” Evangelie en socialisme? Wij deden het zo dikwijls reeds, ook wel eens wat vlot en gemakkelijk ... Wie nuchter de maatschappij van vandaag tracht te begrijpen, Weet wel dat er voor de kwalen en noden Waaraan de mensheid lijdt, niet één afdoend recept te geven valt. Waar de andere Waarheid onmiddellijk naast moet worden gesteld: zonder de inspanning van mensen alle volkeren der aarde, gericht op een Wereld van gerechtigheid en gemeenschap, Wordt er niets bereikt. Zodat wij blijven itzien naar tekenen van een geestesgesteldheid, die in diep besef van solidariteit wil meedragen en aldus overwinnen, Hier raak ik opnieuw aan de taak van 'ie gelovige. In een artikel in een Frans t»lad, Réforme, las ik: „Christen-zijn in dagen betekent, dat men als het Ware bezeten is van dé bittere nood, dat jhen zich daarmidden in plaatst, en tot die geen uitweg meer zien, zegt dat er kracht is, sterker dan die zij om zich ®en zien, dat er weer een nieuw begin dat de gevangenen weer de vrijheid unnen verkrijgen, dat er weer nieuwe evenskracht bestaat voor de terneer... Men moet dat niet alleen ggen, maar ook doen ..Ik zou deze

gedachte graag collectief zien opgevat en niet alleen door enkelingen: wij hebben nodig een universele gemeenschap van hen, die in trouw en gehoorzaamheid wil- | len dienen Hem die dienend en de Heer der wereld is geweest. Dan ben ik eigenlijk bij de taak van de gemeenschap der gelovigen, die de Kerk zou moeten zijn: bewogen door een diepe solidariteit met wie lijden, gedreven door een daadkrachtige liefde. Anders gezegd: bezield door een zuivere zendingsgeest. De Kerk bestaat immers niet terwille van zichzelf, maar terwille van de wereld in nood. Christendom is solidariteit en zendingsgodsdienst of het is niets.

Zo, uit de verscheurdheid van onze wereld, de armoede onzer kerken en de onmacht van zo veel geloof, óók het mijne, tracht ik opnieuw het oude verhaal te verstaan van de uitstorting van de Heilige Geest. Het Griekse woord dat er staat voor geest, is: pneuma, d.i. wind. Er waait een wind van boven en mensen worden aangeraakt en bewogen. Of met het andere beeld: er dalen vlammen neer, en mensen worden in vuur gebracht. Laat mij het zo mogen zeggen: Heilige Geest is de Geest van Christus, die zich naar de mensen toebeweegt als de wind van boven, als de vlam uit de hemel naar de aarde. Een Christen is een door deze wind bewogene, door deze vlam ontstokene, d.w.z. door liefde en gerechtigheid en barmhartigheid van God bezielde. Ddarom wordt er op de Pinksterdag „gemeenschap” gesticht. Er worden er velen bewogen door deze geesteswind, en de vlammen delen zich mee aan tallozen. Het levende vuur van het Woord heeft het oerbeeld van alle ware menselijke gemeenschap gesticht, waarnaar ook wij uit onze verscheurdheid, armoede en onmacht opzien.

Van deze Pinkstergemeente, die waarachtige zendingsgemeente is geweest, tref-

fen mij enkele merkwaardigheden. Haar eerste opvallende kenmerk is de dankbaarzij leeft uit een kracht die haar volkomen onverdiend is geschonken, zij weet van een vrijheid en een vrijmoedigheid, die er toe leidt om Gode meer te gehoorzamen dan de mensen, en geen enkele aardse macht aanbidt, zij staat in een radicaal vernieuwd leven, waaruit alle angst is gebannen. Een tweede trek: zij wil enkel dienen, het voorbeeld volgend van Hem, die de wereld wilde veroveren, door haar in liefde te dienen en te leren dienen. Een derde eigenaardigheid: de onderlinge verantwoordelijkheid, het meedragen in leed en geluk, in nood en voorspoed, de armoede van de één verdwijnt waar de gemeenschap meedraagt, en een wijde milde broederschap verenigt boven alle menselijke scheidingen uit. En tenslotte: het loopt alles uit op de gemeenschappelijke lofzang; men wil niet anders dan de grote werken Gods verkondigen, elk in de eigen taal. Zo is het oerbeeld der gemeenschap, gesticht door de waaiende Geest vanuit den hoge. Wij mogen waarlijk niet zeggen, dat de Kerk of het empirisch Christendom een wereldwijde broederschap hebben geschapen boven volken-, rassen-, klassentegenstellingen uit. Maar wij zeggen wel: als deze grootse visie maar niet sterven wil, zelfs niet in de volkeren van een vermaterialiseerde en vertechniseerde wereld als de onze, dan is het omdat zij niet geboren is uit de mensen, maar uit Gods eeuwigheid. In deze onsterfelijke visie leeft nog steeds de kracht van de Heilige Geest. Er zal geen waarachtige gemeenschap op aarde zijn, tenzij gedragen door dankbaarheid, bereidheid tot dienen, diepe verantwoordelijkheid voor elkander opdat de lofzang over héél de aarde, wereldwijd en hemeldiep weerklinken zal.

Dat is de boodschap van Pinksteren. W. B.