is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 45, 1947, no 37, 14-06-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bit Jjv –

ZATERDAG 14 JUNI 1947 No. 37

Aan den Heer behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME

ONDER REDACTIE VAN Prof. Dr. W. BANNING; Ds. J. J. BUSKES Jr, EN Dè. L. H. RUITENBERG. SECRETARIS DER REDACTIE! J. G. BOMHOFF. ROERSTRAAT 48111, AMSTERDAM CZ.]|, TEL. 24?8< L VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 45ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR ƒB.OO, HALFJAAR f 4.25, KWARTAAL ƒ 2.30 PLUS fO.IS INCASSO. LOSSE NUMMERS f 0.15 POSTGIRO 21876 GEMEENTE GIRO V 4500 ADMINISTRATIE: N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

Alleen in Holland

Het is merkwaardig stil gebleven na het bezoek, dat prof. Reinholt Niebuhr aan ons land bracht.

Tevoren had gefen dag- of weekblad, dat zichzelf respecteerde, het nagelaten, op de grote betekenis van Niebuhr te wijzen. Zijn levensgang was te karakteriseren als: steeds meer bijbels christen, steeds meer strijdbaar socialist.

Maar toen hij vertrokken was, zweeg men zo goed als geheel.

Hier moeten verschillende oorzaken liggen. Hy sprak wel erg vloeiend Amerikaans, zodat het onmiddellijke contact niet direct tot stand kwam. Maar bovendien: wat nroest men eigeniyk van deze dynamische figuur denken? Terwyi wy hier ons suf Peinzen, hoe wy in de tegenstelling van belangen tussen Amerika en Rusland een eigen weg kunnen zoeken, kWam Niebuhr, toch behoorlijk critisch Amerikaan, ons zeggen, dat wy met Wallace op moesten passen, want deze nam het Russische gevaar niet ernstig genoeg. En dat, terwijl wy juist in Wallace een der Amerikaanse figuren zagen, die ongerept de aangevochten erfenis van Roosevelt bewaarden, en mèt ons de uitweg wilden zoeken uit het dreigende, wereld-vernietigende conflict tussen Amerika en Rusland.

De argumenten, die Niebuhr gebruikte, waren niet tegen te spreken. Tenslotte, zei hy, kan men in Amerika protesteren tegen het Wanbeheer, is er dus vryheid, maar in Rusland is die niet. Dat is onmiskenbaar, ofschoon het ons toch niet overtuigde. Vooral niet hierom, omdat op deze wijze wy toch weer vertrouwd werden gemaakt met het dat wij op onze keel krijgen in de keuze: Moscou of Washington.

Maar nu verbreekt Niebuhr het zwijgen. In 2ijn blad „Christianity and Crisis” geeft hij zijn indrukken weer over zijn driemaandelijkse reis in Europa. Hij heeft geconstateerd, dat wij in Europa niet zo overgelukkig zijn met de houding van de Verenigde Staten, waar men nog niet weet, dat ®en ongeleide economie onhoudbaar is, en, 20 dit niet verandert, een economische catastrofe moet vrezen. Vrezen, èn voor Amerika, èn voor onszelf. Overigens heeft hij de indruk gekregen, dat wij Amerika feliciteren met zijn flinke houding tegenover Rusland.

Echter, en dat heeft mij vooral geraakt, 2iet hij, dat het pessimisme over Europa hiet alleen voortvloeit uit onze angst voor

de Russen en onze aarzelihg over Amerika. Neen, zegt Niebuhr, Europa heeft angst om zichzelf. Want schone beloften, tijdens de verzetsbewegingen gedaan, zijn niet in vervulling gegaan. Christenen staan tegenover Marxisten en hij zal denken aan Frankrijk. Calvinisten staan tegenover Lutheranen en hij denkt aan Duitsland. Alleen in Holland is er doorbraakl Althans van enige betekenis, want ook in Denemarken schijnen gelijkgerichte krachten te werken. Alleen in Holland.

Nu kunnen wij twee dingen doen. Deze Amerikaan, wiens blik ongetwijfeld scherp is, en die geen enkele reden heeft vriendelyke woorden te zeggen als het niet past, die zyn hoop voor Europa put uit wat hij in Holland gezien heeft, kunnen wy ontzettend hard gaan uitlachen. Schril en honend. Dan kunnen wij wijzen op de aansluipende verstarring van het geestelijk leven, op de hederlagen der „vernieuwers”, en de voorbeelden zyn voor het grijpen. Drie dagen lang moet in de Tweede Kamer een debat gevoerd worden om gedaan te krijgen, dat bladen, die voor en in de oorlog volksvoorlichting tot een winstgevende koopwaar maakten, verboden kunnen biyven; van een breed nationaal-cultureel leven, bevorderd door de Overheid, is geen sprake, getuige minister Gielens laatste uitspraak over zyn radiobeleid; zelfs de nationalisatie van de mynen talmt. Ja, er is alle reden, om daarby een zwart gezicht te zetten, en tot prof. Niebuhr te zeggen: als gy het walmen van een kaars hier voor licht houdt, hoe donker moet het dan wel overal elders zijn? En wij kunnen overgaan tot de orde, of, zo men wil, wanorde van de dag.

Maar wij kunnen ook wat anders doen. wy kunnen ons stil verbazen. En in die verbazing biydschap met een zekere zwaarmoedigheid mengen. Verbazen, dat hier dus blijkbaar iets gebeurt, dat een buitenstaander opvalt. Niet een buitenstaander, die ons vleien wil met de herstelde bruggen en het opgeruimde puin te vermelden, ofschoon ook dè,t van betekenis is; maar een buitenlander, die in ieder geval wezeniyke strekkingen ziet, en internationaal,, ja oecumenisch heeft leren denken. En by 'ons iets ziet, waar hij voor Europa hoop op stelt.

Die verbazing moet ons blij maken. Biy, als een man in een boot, die hopeloos aan het modderen is, maar tot wie een toeschouwer aan de kant roept, dat hy tóch de goede

koers houdt. Maar tegelijkertijd moet dit een zekere zwaarmoedigheid bij ons opwekken. De zwaarmoedigheid van iemand, die werkt aan iets, dat hij al bezig was innerlijk op te geven, maar nu toch maar weer opneemt.

Wy luchten gaarne critiek. En ons blad, onafhankeiyk, dienende Evangelie en Socialisme, d.w.z. bewust levende onder het oordeel van de Blijde Boodschap en met principiële critiek op de huidige maatschappy, wil de critiek zeer fundamenteel doen zijn. Juist daarom mag in ons blad, na deze uitspraak van Niebühr, zonder enige grootspraak, gezegd worden: denk ër wel om, dat hier in Holland iets gebeurt, dat opvalt. Werk, waar wy het onze aan mogen bydragen, dat wy voort moeten zetten.

Wat is dan het byzondere? Dat wy in Nederland door de „doorbraak” ontkomen zyn aan het „liberale marxisme”, zoals Niebuhr ’t noemt, en waarmee hij de oude reformistische sociaal-democratie bedoelt. Deze beweging, aldus Niebuhr, weet niet wat zy het meest moet haten, het Christendom of het communisme, zy voelt het meeste afkeer voor het communisme, maar zy weet niets aan te vangen met de diepere inzichten van de christelijke traditie. Het kan voorkomen, dat politiek christeiyk georganiseerden de oude S.D.A.P. verre verkiezen boven de nieuwe Party van de Arbeid, want die klopte in hun schema. Maar ondertussen is het doorbreken van dit schema een van de meest verheugende verschynselen, die Niebuhr in geheel Europa waarnam. Laten wy ons dit voor gezegd houden.

Maar als wij ons dit voor gezegd houden, dan legt het ons verplichtingen op. Deze, dat wy ons niet verliezen in de inlijving van dit verschijnsel in het politieke machtsspel, maar vooral de geestelijke spankracht ervan tonen; dat wy steeds weer er op uit zijn, dat ons socialistisch leven in Nederland door deze nieuwe visie gedragen wordt. Deze visie is: goed nuchter socialistisch èn open voor de diepste krachten van het geloof. Want alleen zó ontkomt deze beweging aan de verstarring, die elke politieke beweging bedreigt en die ook het westerse socialisme zoals dr. H. Brugmans in het „Keerpunt” aantoonde niet onberoerd liet.

wy willen het ons laten zeggen: alleen in Holland. Maar dan zullen wy ook de volle zwaarte moedig, critisch, gelovig, volhardend op ons hebben te nemen.

L. H. RUITENBERG.