is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 47, 1949, no 50, 17-09-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan ' den Heer behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24

Tijd en Taak

ONAFHANKELIJK WEEKBLAD VOOR. EVANGELIE EN SOCIALISME TEVENS ORGAAN VAN DE PROTESTANTS CHRISTELIJKE WERKGEMEENSCHAP

'Zaterdag 17 Sept. 1949 No. 50 Verschijnt 50 maal per jaar 47ste jaargang van de Blijde Wereld * Redactie Prof. dr W. Banning Ds J. J. Buskes Jr Ds L. H. Ruitenberg Mr G. E. V. Walsum Secr. der redactie J. G. Bomhoff, Roerstraat 48 111 A’dam»Z. Tel. 24386

Abonn. bg vooruithct. per jaar f 8.00, halfjaar f 4.25, kwart, f 2.30 plus f 0.15 incasso. Losse nrs f 0.15, Postg. 21876, Gent. giro V 4500, Adm. N. V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, A 'dam-C

Actief geduld

Er wordt iets rondverteld uit een gesprek van twee mensen uit de kring van de Ronde-Tafelconferentie. De Hollander zegt, doelende op het feit dat men op de Hoge Veluwe een kleine vier jaar geleden óók bij elkaar zat, en dat daar de kans niet gegrepen is en er sedert heel wat zinloos leed over beide volken is gebracht: „vier jaar te laat.” De Indonesiër zwijgt eerst, maar laat dan aan zijn mond ontsnappen: „Men kan zich ook verwonderen, dat het maar vier jaar heeft gevraagd, eer wij zover zijn.” Alleen verschil tussen Oost en West? Het Oosten met zijn geduld, dat kan wachten, óók in leed en nacht, het Westen dat haast heeft, handelt en zaken doet, organiseert en knopen doorhakt? Oosterse wijsheid tegenover Westers verstand? Dit verschil zal stellig meedoen; toch meen ik, dat wij ons te eenvoudig van de dingen afmaken, wanneer wij het Oosten het Oosten laten en het Westen het Westen. Tot de wezenlijke ontmoeting, die zich in onze dagen afspeelt tussen Oost en West, behoort ook, dat wij het wezen van de ander op ons laten inwerken, opdat het ons zegent. En daarom verdiep ik mij een ogenblik in de houding van mijn Indonesische broeder, waaruit ik een wijs geduld verneem, dat ik hem wezenlijk benijd. Men vergisse zich niet: deze man is hartstochtelijk nationalist, stond en staat vooraan in de strijd, gaf er zijn werk dat hij zeer lief had voor op en ging in de politiek om ook in de letterlijke zin mee te vechten... hier is niets van burgerlijke zelfvoldaanheid en zelfgenoegzaamheid. Ik proef uit zijn woorden het gelovig geduld van een vrij mens en ik meen, dat wij in het Westen deze innerlijke houding nodig hebben als brood.

Hij met zijn Indonesische volk, wij in Europa, wij staan in een diep omwoelende revolutietijd van een geweldige omvang. Indonesië, met heel Oost-Azië, staat in een dubbele revolutie: enerzijds breekt de wes-

terse techniek daar heen door oude sociale levensvormen en gewoonten, ook door denkbeelden en geloofsovertuigingen, maar bovendien treden deze volken uit de koloniale verhouding van eeuwen nu voor het eerst door de poort der politieke vrijheid de wereldgeschiedenis binnen als partners der anderen. Wij in Europa, verloren de toonaangevende en beheerste positie in de wereld en worstelen ook naar twee kanten in een proces, dat men revolutie kan noemen: om eenheid van Europa, én socialisme als nieuwe maatschappelijke structuur. Het staat voor mij vast, het is indien wat ik zo even neerschreef, geen frase maar zakelijke werkelijkheid moet heten vanzelfsprekend: niemand onzer kan dit gebeuren over- en doorzien en de afloop voorspellen. Maar wij weten wél waar wij heen willen: wij willen hier in Europa naar een socialistische ordening ter wille van de geestelijke vrijheid, wij willen onze eigen weg gaan, noch een kolonie van Amerika, noch een volksdemocratische vazalstaat van Rusland worden. Zoals de Indonesiërs met hun vrij – heidsstrijd in de revolutie weten, waarheen zij koersen al zijn er op hun als op onze weg duizend gevaren en tegenstrevende krachten.

In zulk een situatie is het, juist als men ook geestelijke doeleinden bereiken wil, zo gevaarlijk, om de dingen er dóór te drukken. Wij hebben in ons land smartelijk leergeld betaald: ongeduld grijpt naar wapengeweld en breekt het gesprek af, geestelijke onmacht grijpt naar geweldspolitiek en van een bepaalde kant gezien is de enorme militaire macht in de huidige wereld het bewijs van onze geestelijke armoede. Wij hebben naar mijn mening in Nederland nog iets kunnen leren uit het Indonesisch conflict: niet alleen dat de generaals en „Batavia” zich vergist hebben, toen zij succes der militaire actie voorspelden, maar veelmeer: dat een ogenblikkelijk tijdelijk

succes van wapengeweld zich op den duur als innerlijke zwakheid openbaart en moreel zware schade aanricht. (Zoals de enorme militaire machtsdemonstraties der Russen, bijv. op één Mei een bewijs zijn van de zwakte van het socialisme daar.)

De weg naar de vrijheid is, omdat het om een geestelijk doel gaat, onverbiddelijk een lange, moeizame weg. Wie hem willen gaan, moeten dat eigenaardige actieve,, geduld opbrengen, dat vol is van spanning én overgave, van strijdbaarheid én van wil én vertrouwen, van hardnekkige onverzettelijkheid die niet wijkt, en milde goedheid, die vergeeft. Voorlopig heb ik de indruk, dat althans een aantal Indonesische politici meer van dit actieve geduld opbrengen dan wij Nederlanders misschien ook, omdat hun zaak zedelijk sterk staat.

Tot nog toe bewoog ik mij overwegend op het politieke vlak. Ik moge nog een gedachte van andere aard toevoegen. Zo pas lees ik uit de krant (N.R.C., 10 Sept.) dat volgens een Canadees geleerde de atoombom waardeloos is geworden door een nieuw product, waarvan enkele onsen voldoende zijn om ieder mens in de wereld te doden. Ziehier wat dr Chisholm daaraan toevoegt: „Als de mensen zich nog enkele jaren gedragen zoals op het ogenblik, zal het mensdom vernietigd worden. Een oorlog kan 90 pet van de wereldbevolking doden; een volgende zal zonder twijfel absoluut afx doende zijn. Het is werkelijk nodig, dat de volgende generatie niet is als wij en onze voorouders geweest zijn en dat zij niet dezelfde normen heeft. Want anders zou zij zich op dezelfde wijze gedragen als wij en de mensheid vernietigen.”

Als ik dit lees en het was immers niet nieuw, het was ons ook door Nederlandse geleerden al gezegd dan vraag ik: verdienen wij dan niet, dat wij ten onder gaan en een moderne zondvloed over de aarde wordt gebracht? De Bijbel spreekt echter van het geduld, dat God met wereld en mensen heeft ook over onze geschonden aarde en bezoedelde levens staat het teken van Zijn eindeloze liefde met ons. Als ik mij uit moedeloosheid tracht op te richten tot actief geduld, dan wordt mij aan de Evangelische Christus duidelijk wat dat in de diepte is. Aan het actieve geduld Gods wordt onze menselijke zwakheid genezen.

W. B.