is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 48, 1949, no 7, 12-11-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Centraal Economisch Plan 1949

Het jaarplan voor 1949 van het Centraal Planbureau is verschenen. Dit is nu eens een leuk, handig boekje, niet te dik een brochure van 36 bladzijden met enige bladzijden cijfers als bijlagen —, uitermate goed leesbaar en zeer pittig. Het is verschenen bij de Staatsdrukkerij en Uitgeverijbedrijf in Den Haag en via de boekhandel verkrijgbaar. Wie zich voor de economische ontwikkeling van ons land interesseert en eens iets eenvoudigs en overzichtelijks wil hebben, dat alleen hoofdzaken bevat en bijzaken ter zijde laat, moet dit zeker kopen.

Natuurlijk heeft ook dit boekje wel gebreken! In de eerste plaats is het niet geschreven als een leuk en instructief boekje voor de lezer van T. en T., maar als een hoogst ernstig advies aan de regering, dat wel zo ongeveer begin September 1948 zal zijn uitgebracht en nu ruim een jaar later met het oog op de publicatie natuurlijk nog eens zal zijn herzien. De vertraging in de publicatie zal wel goede redenen hebben, maar is toch zeer te betreuren, omdat we op die manier wel heel sterk in de geheime economie verzeilen. Thans is het boekje niet meer te lezen als een plan voor 1949: het mist daarvoor de nodige actualiteit, het jaar is al voor driekwart om. Dat is echter voor kamerleden, partij- en vakbondsbestuurders erger dan voor de lezers van T. en T. Laten die zich door dit nadeel er vooral niet van afhouden het in hun boekenrek te zetten.

Hoewel het zeer helder en in eenvoudige taal is geschreven, bevat dit werkje voor de lezer hier en daar ongetwijfeld wel eens moeilijke stukken. Er zal ook wel eens een onbekende technische term voor hem in zijn en met name de statistische gegevens in de bijlage (maar ook in de tekst) zijn door hun eigenaardige vorm zeker

niet aanstonds en helemaal door de gewoile lezer te volgen. Het is goed om hier maar meteen te proberen enkele van die moeilijkheden te verklaren, ook al wordt dit artikel daardoor wat schoolmeesterachtig; die moeilijkheden zult u namelijk juist bij dit aller-interessantste soort algemene cijfers, de samenvattingen van de allervoornaamste ontwikkelingslijnen, nog wel vaker ontmoeten en het is goed er enigermate aan te wennen, te leren waar je met vrucht naar kunt kijken en wat je zonder schade voorlopig ter zijde kunt laten.

De vorm van de statistische gegevens is veelal die van een op een gewone dubbele boekhouding gelijkend rekeningensysteem. Daarover allereerst dit: het lijkt een boekhouding, maar het is het niet. Een echte boekhouding wordt van dag tot dag bijgehouden en pas aan het eind van het jaar worden de samenvattingen, de balans en de verlies- en winstrekening, als resultaat van al de voorafgegane boekingen opgemaakt. Daar is hier geen sprake van. Er is geen regelmatig bij gehouden nationale boekhouding; er is alleen een samenvatting, die op vrij chaotische, vaak grote leemten vertonende statistische gegevens berust. Geen boekhouding dus, maar een statistiek in boekhoudkundige vorm. Ook niet een op de cent nauwkeurige verantwoording, maar een aantal zeer grove ramingen. Onthoudt u u ziet, ik heb de schoolmeestertoon nu goed te pakken dat u zich hier nooit om verschillen van minder dan 200 millioen druk moet maken; we rekenen in milliarden met één, een doodenkele maal twee cijfers achter de komma.

Nog iets; ik spreek daar van statistieken en van samenvattingen van statistieken, maar u begrijpt natuurlijk wel dat dit alleen maar geldt voor de berekeningen met betrekking tot afgelopen jaren, tot het verleden; de planeijfers kijken naar de toekomst en berusten geheel op ramingen. Voor een deel zit daar een element in van het eenvoudig dóórtrekken van lijnen uit het verleden naar de toekomst; voor een ander deel echter wijken de plannen opzettelijk van zulk een ontwikkelingslijn af: zij bevatten dan echte taken, echte doelstellingen, voor het bereiken waarvan bijzondere middelen nodig zijn, die dan ook behoren te worden aangegeven. Het spel wordt nu aldus gespeeld dat het Planbureau, zoals zijn naam al zegt, in hoofdzaak naar de toekomst ziet, terwijl het narekenen van de voorbije ontwikkeling gebeurt door het Centraal Bureau voor de Statistiek, terwijl beide instellingen de cijfers zoveel mogelijk op dezelfde wijze groeperen, zodat het Planbureau bij zijn ramingen van de overzichten van het CBS zoveel mogelijk profijt kan trekken. Deze overzichten zijn beschouwen als nacalculaties van de plannen, en geven aan in hoeverre deze laatste zijn verwezenlijkt. Tot nu toe zijn er nog geen nacalculaties verschenen, wat geen wonder is; dit

werk moet met zo groot mogelijke nauwkeurigheid plaats hebben en de calculaties kunnen eerst worden gemaakt als sommige belangrijke maar laat gereed komende statistieken (bijvoorbeeld de productiestatistieken, die eens per jaar worden samengesteld) klaar zijn gekomen.

Natuurlijk kan het Planbureau niet wachten tot de historische overzichten van het CBS gereed zijn. Daar het bij zijn plannen noodzakelijk een idee moet hebben over het verloop in het verleden, stelt het daar dus zelf voorlopige cijfers over op. Dat gebeurt ook in het hier besproken boekje. In een eerste hoofdstuk worden de cijfers gegeven over 1946, 1947 en 1948 naast die van 1949. U heeft dus werkelijk een heleboel waar voor een beetje geld!

Ik wil de overige tien hoofdstukjes hier niet bespreken dat zou veel te veel ruimte eisen en ga liever proberen om u wegwijs te maken in een van de allerinteressantste samenvattingen waar u aan moet leren wennen, de zgn. „Confrontatie van Middelen en Behoeften”. Het is wel schandalig om in een net blad als T. en T. met dorre cijfers te werken, maar ik ga toch beginnen met u de cijfers van deze Confrontatie meteen maar voor te zetten.

Verkorte Confrontatie van Middelen en Behoeften; Middelen 1947 1948 1949 Productie van bedrijven 9,70 10,85 11,19

Productie van de, overheid 1,58 1,43 1,42') Kostprijs verhogende belastingen minus subsidies 0,67 1,22 1,69 Tekort 1,63 1,01 0,61 13,58 14,51 14,91

Behoeften 1947 1948 1949 Consumptie gezinnen 9,32 10,17 10,30 Netto-investering^) bedrijven 1,81 2,04 2,23 Materiële consumptie overheid 0,82 0,80 0,81

Overige consuiqptie overheid 1,58 1,43 1,42 Netto-investering-) overheid 0,05 0,07 0,15 13,58 14,51 14,91

Ze zijn interessant omdat ze antwoord geven op een vraag die bij ons allen leeft, nl. of ons levensniveau veilig is. Dat ziet u uit deze Confrontatie erg handig.

Allereerst lezen we er het Nationaal Product uit af. Voor 1949 is dat 11,19 + 1,42 -f-1,69 = 14,3 mrd. Dat is dus wat we te besteden hebben uit eigen kracht, door eigen prestaties. Het is per definitie (van het Planbureau) gelijk aan het Nationale Inkomen.

Nu kijken we naar de bestedingen:

liefde tot het Indische volk blootlegt, wordt tevens een scherp onderscheid gemaakt tussen dit volk en de Republiek. Haat jegens de Republiek. Liefde voor de zwartjes. Liefde zolang de zwartjes zwartjes zijn; zolang ze ons bedienen en ónder ons staan. Liefde in verouderde patriarchale verhoudingen. Géén Liefde, wanneer die zwartjes de rood-witte vlag hijsen. En ndast ons komen te staan. Geen Naastenliefde. Wel: liefdadigheid. En nooit zal ik het woord van Banning vergeten: de gruwelijkste ontaarding der Liefde is de liefdadigheid.

De eis van Naasten-liefde wordt thans gesteld. Niet het liefdesverlangen. Geen mensenliefde. Ook geen liefdadigheid. Maar Naastenliefde. Zij, die dit gebod-vandit-ogenblik thans verwerpen, behoren vaak tot de trouwe kerkgangers. Maar nu hun zwartjes onze Naasten gaan worden, moeten zij het a-b-c nog gaan leren van het moeilijke geval, dat „Liefde” heet.

H. J. DE WIJS