is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 31, 05-05-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mei-viering nü

Elk jaar, wanneer wij ons opmaken om met de genoten van het democratisch socialisme in ons land en in andere landen de eerste Mei te gaan vieren, komt, temidden van gedachten aan feestelijkheid en dwars door de bezinning op de vraag: hoe staat het Socialisme dit jaar? de vraag storend omhoog naar de zin van de Meiviering. Hééft zij nog zin? Aan de omtrek zijn er allerlei dingen te noemen, die de storende vraag snel terugdringen, omdat het daar nog altijd goed en belangrijk en waardevol is om de eerste Mei te vieren zoals de oude Socialisten het altijd gedaan hebben. Daar is (waarom dit niet voorop?) het kinderfeest, dat voor de buitenkerkelijke kindertjes der rooien een hoogtepunt in het jaar mag zijn, zoals het Zondagsschool-Kerstfeest het is voor de Christenkindertjes. Da”ar is (evenmin onbelangrijk in een politieke partij, die altijd méér is dan een zakelijk strijd- en machtsmiddel) het familiefeest, het samenzijn met gelijkgezinden en makkers uit de beweging in een blij en beschuttend familiegevoel. Dit zijn niet onbelangrijke randverschijnselen. Maar de kern? Heeft het zin in de kern? Leeft er peen twijfel alom, nu de „demonstraties” on straat meer en meer worden afgeschaft? De Mei-viering is té zeer verbonden met haar oorsprong in de eis van de 8-urendag en met de strijd om lotsverbetering van de arbeidersklasse, dan dat zij het in een tijd als de onze, waarin het klasse-begrip verzwakt (niet verdwenen) is en de hervorming van de samenleving meer de kleur geeft aan het Socialisme dan de strijd om lotsverbetering, nog evenzeer zou „doen” als in vroeger jaren.

Toch doen wij het elk jaar weer. Niet uh gedachteloze sleur. Evenmin uit angst voor de tegenstanders, die er politieke munt uit zouden slaan, als de Mei-viering eens werd af geschaft. Maar wij doen het elk jaar weer, omdat het Socialisme een beweging in de tijd is. Het is geen filosofie. Geen abstract denk-geheel. Maar een beweging in de tijd is. Het is geen filosofie. Geen gedachte, een zedelijke en een politieke gedachte, verwerkelijken in een bepaald tijdsbestek. Het heeft een tijd van welhaast een eeuw geduurd en op zijn minst de helft daarvan gestempeld. Het is een voorname factor geweest in de beschavingsgeschiedenis van . het Westen. Het Socialisme heeft een geschiedenis en maakt geschiedenis. En als iedere historische beweging heeft het dan ook behoefte om zijn geschiedenis trouw te blijven. Om in de lijn van zijn tradities te blijven staan. In dit opzicht is er niet zo heel erg veel verschil tussen Christendom en Socialisme. Beide zijn historische bewegingen, al zijn beide ook wel méér. Beide willen zij in de lijn van hun tradities blijven staan. De Hervormde Kerk noemt dit dan: „blijven in de weg van het belijden”. Het Socialisme mag ook blijven in de weg van zijn „belijden”. Aan het begin van die weg stond de eerste Meiviering. In dit begin lag het beginsel. En zolang er een beginsel is, zolang het Socialisme niet geheel en al opgaat in politiek geharrewar en klein gedoe, zal het ook in zijn vormen, in zijn uiterlijke gestalte, ja in zijn ritueel trouw blijven aan het begin. Dat wil zeggen: aan de Meiviering. De inhoud van de Meiviering is een andere geworden. Dat valt af te lezen uit de leuzen, die dit jaar wel een geheel andere klank gaven dan eertijds. Toch is de Mei-viering, ook in haar inhoud, zozeer verbonden met dat wat het socialisme altijd bewogen heeft: met de deernis om de geschonden

mens en met het verlangen naar waarachtige menselijke gemeenschap, dat wij haar ook ml kunnen zien, als een voortzetting van een toch wel zinvolle traditie.

Wanneer wij echter aan de Mei-viering een inhoud geven, die beantwoordt aan het levensgevoel van ónze tijd en aan de diepste beweegkrachten van het Sociaiisme thans, dan meen ik, dat wij er naar moeten streven, de Meiviering wat meer los te maken van Mei. Niet van de eerste dag dier maand. Wanneer wij werkelijk een in de geschiedenis verankerde gedachtenisviering van het Socialisme bezitten, dan moeten wij ons aan de historische datum ook houden. Evenals wij de uitstorting van de Heilige Geest alleen op Pinksteren vieren, al is die Heilige Geest er altijd. Als men geestelijke werkelijkheden aan historische data bindt, dan moet men dat goed doen óf in het geheel niet doen. Al kunnen er omstandigheden zijn, die dit zeer moeilijk maken. Ik begrijp dus wel iets van veler

verontwaardiging om de verplaatsing van de Mei-viering in het vorige jaar. Nee, van die eerste dag der maand moeten wij haar maar niet meer losmaken. Wèl echter van de Bloeimaand. Van het uitbotten der bomen en de verjonging der aarde; van de vernieuwing des levens. Nog altijd horen wij rondom de eerste Mei deze klanken, die het Socialisme verbinden met, ja aflezen uit een schijnbaar gebeuren in de natuur. Schijnbaar: in werkelijkheid vernieuwt de natuur zich niet. De natuur herhaalt alleen wat altijd geweest is. Zij biedt de eeuwige wederkeer der dingen. Haar figuur is een cirkelgang. Wezenlijke vernieuwing vind ik alleen in de Evangelische gedachtenwereld. Daar is een andere figuur: de gekruiste lijnen; de lijn der mensheidsgeschiedenis, doorbroken door de komst van Christus in die geschiedenis. Deze doorbreking is het wezenlijk-nieuwe, een nieuwe lijn, geen voortzetting van een oude lijn in de onophoudelijke cirkel-

QUINTEN MATSIJS (1466-1530)

„Toen Hij nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij zich 'had nedergezet, kwamen zijne discipelen tot Hem. En Hij opende zijnen mond en leerde hen, zeggende: . . . Zalig, die hongeren en dorsten naarde gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.” (Matth. V : 1,2, 6.)