is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 49, 1951, no 46, 25-08-1951

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~Tot u zal spreken..

Hoe vertolken wij de Bijbelse Boodschap in de taal van de 20e eeuw? Wat betekent het voor moderne mensen in een vertechniseerde maatschappij, dat Gods Woord bevrijdend en vernieuwend in de wereld doorbreekt? Dat zijn vragen waarmee het apostolaat voortdurend te worstelen heeft. De theologen houden zich op hun wijze met deze problemen bezig, de kunstenaar doet het op zijn manier. Daarvan getuigt de nieuwe Amerikaanse film „Tot u zal spreken...” („The next Voice you hear...”) van de bekende regisseur Wellmann, die ook films als „Oxbow-incident” en „The story of G. I. Joe” op zijn naam heeft staan.

De film behelst de eenvoudige geschiedenis van een gewoon gezin, waarin plotseling de stem van God vernomen wordt. De gedachte, dat het Woord Gods in mensenlevens doorbreekt en de verhoudingen omzet is op ■ een inderdaad typisch-moderne wijze uitgewerkt. Het schreeuwerige radioprogramma breekt plotseling af. Er valt een stilte en dan klinkt in millioenen huiskamers over de hele wereld de stem van God.

Aanvankelijk wordt er de spot mee gedreven. Men denkt aan een misplaatste grap. Doch alle nasporingen blijken vergeefs: een geheime zender wordt niet gevonden.

En iedere avond keert de Stem terug... Dan overvalt de angst voor het huiveringwekkende geheim de mensen. Zij horen slechts dé,t God spreekt en dat drijft hen in de doodsangst. Eerst wanneer zij gaan luisteren wélt Hij hun te zeggen heeft, kan die angst plaatsmaken voor de „vreze des Heren”: vertrouwen en gehoorzaamheid. Dit proces laat de film ons dan zien in het gezin van Joe Smith, een arbeidèr in een vliegtuigfabriek wiens vrouw Mary een baby verwacht. Met een warm menselijk realisme heeft Wellmann dit Amerikaanse gezin, dat in wezen zo weinig verschilt van gewone gezinnen waar ook ter wereld, getekend.

En nu de inhoud van de boodschap, die deze film wil doorgeven: zij wijst op de wonderen van „de sterrenhemel boven ons en de zedewet in ons”. Hoe kunnen mensen twijfelen aan Gods bestaan terwijl zij omgeven zijn van de wonderen der natuur? Hoe is het mogelijk dat zij het geloof verliezen, terwijl ieder in staat is zelf de wonderen van liefde, vrede en menselijkheid in eigen omgeving te bewerkstelligen? Moet God het weer 40 dagen achtereen laten regenen voordat wij zullen geloven, dat Hij de Heer der Schepping is? Is de geboorte van een kind geen oneindig veel groter wonder dan dat er plotseling heet

water uit de koudwaterkraan zou stromen? Dat zijn de vragen, die deze film bij de toeschouwer wil oproepen. Naïeve vragen wellicht, waar de theoloog wel heel wat op af te dingen zal hebben. De gloed en de oprechtheid echter waarmee zij worden gesteld geven deze film haar waarde.

Wat in „Tot u zal spreken...” ontbreekt is het Christusgetuigenis. Nu kunnen wij natuurlijk veronderstellen dat dit bewust vermeden is, omdat het slechts de bedoeling van de film geweest zou zijn een „inleidend woord” te spreken.

De indeling in 7 dagen, die ons herinnert aan het scheppingsverhaal, het nadrukkelijk gebruik van Bijbelteksten ook, wijst in een andere richting. In het geestelijk klimaat, waaruit deze film voortkomt, is blijkbaar dat Christus-getuigenis niet sterk levend, anders zou het in een film als deze ongetwijfeld hebben doorgeklonken. Zonder „The next voice you hear...” in dogmatische zelfverzekerdheid van de hand te wijzen menen wij dan toch te moeten zeggen, dat onze Amerikaanse medechristenen het gevaar lopen het Evangelie te identificeren met humaniteit en democratie. In overeenstemming met het wezen van de filmkunst echter ligt ook de kracht van dit werk niet zozeer in de uitgesproken formulering als wel in een werkelijkheidsverbeelding van de boodschap waar het om gaat.

Géén „machtig en aangrijpend getuigenis” dus, wél een oprechte poging om de moderne mens op actuele wijze met enkele Bijbelse levenswaarden te confronteren. Daarom zijn we dankbaar voor deze film! J. A. HES

We moeten rekening houden met de realiteit

De aansporing: „Houdt u toch rekening met de realiteit” wordt nog al eens tot ons gericht. En te recht. We moeten de realiteit niet ontvluchten. Maar anderzijds is het toch ook goed, dat we ons er rekenschap van geven, wat we nu eigenlijk met de term „realiteit” bedoelen. Te meer wanneer we bemerken, dat die „realiteit” volgens velen een laatste en beslissend woord toekomt.

De vraag moet ook gesteld worden of het begrip „realiteit” voor christenen dezelfde inhoud heeft als voor niet-christenen. De beantwoording van deze vraag zal blijken de doorslag te geven in onze reactie op de aansporing: „Houdt u toch rekening met de realiteit”.

De realiteit. Voor velen betekent „realiteit” de situatie waarin wij politiek, economisch-sociaal, leven. Wanneer het over concrete mensen gaat, wil het woord wijzen op de zwakheid, de halfheid, de geringe heldhaftigheid en offerbereidheid van de mens.

Ik geloof, dat een aansporing om met deze realiteit ernstig en gedurig rekening te houden, nuttig is. We hebben die ook allemaal op z’n tijd nodig.

Wel valt het mij op, dat men bepaalde kanten van de realiteit steeds verwaarlozen wil. De schuld van het Oosten (Rusland) wordt bijvoorbeeld op het ogenblik breed uitgemeten. Maar de schuld van het Westen wordt, é,ls er al over gesproken wordt, begrijpelijk gemaakt: we kunnen toch niet anders dan... en dan komt het. In gesprekken over de oorlog valt het mij steeds op, dat men vrij abstracte woorden

gebruikt de realiteit wordt in de meeste gevallen niet gezien. In een discussie in Duitsland stelde een predikant dan ook, in een bespreking over Romeinen 13, voor, niet te spreken over het „zwaard-ambt van de overheid”, maar over het „atoombommen-ambt van de overheid”. Dit laatste is reëel.

Ds Buskes heeft in dit blad er indertijd op gewezen, dat zij, die „realisten” bij uitstek menen te zijn, d.e waardevoUe adviezen van Nehru ten aanzien van de Koreaanse quaestie, permanent negéren. Zo is er meer.

Wanneer men ons zegt: „Houdt u toch rekening met de realiteit” dan betekent dat in bijna alle gevallen (ik wilde voor een lief ding dat ik kon schrijven: in .vele gevallen, maar het is helaas veel erger), dat men ons vraagt te capituleren voor een bepaald déél van de feitelijke werkelijkheid, dat men ons als de totale realiteit voorhoudt.

Daarom: hoe nuttig de aansporing ook is, hoe ernstig wij ook naar de ander moeten luisteren het gevaar van de eenzijdig scheefgetrokken realiteit is steeds aanwezig. Intussen; hoe ernstiger wij naar de ander luisteren en ons verdiepen in zijn eenzijdige realiteitsbeeld, hoe meer winst dit voor ons zelf oplevert. De waarheidselementen in dat eenzijdige realiteitsbeeld van de ander zullen wij in óns, ook vaak eenzijdige realiteitsbeeld, kunnen verwerken.

Ik zeg niet, dat we op deze wijze tot een totaal en niet-eenzijdig realiteitsbeeld komen wèl geloof ik, dat we de ergste gevaren der eenzijdigheid kunnen ver-

mijden. Er ontstaat zo ook een nieuwe basis tot gesprek. In het beste geval komt er zelfs weer enig nieuw vertrouwen. Maar capituleren voor een eenzijdig realiteitsbeeld neen, dat mogen we niet.

Zo zullen we de aansporing op de juiste, vruchtbare, wijze ernstig kunnen nemen.

Nog eens: de realiteit. Maar er is meer. En dit meerdere is het beslissende. De realiteit omvat voor een christen méér dan de empirische wereldverhoudingen, de politieke situatie, de mens zoals hij reilt en zeilt, dwaalt en vlucht.

Een christen weet, dat in Jezus Christus het Rijk van God deze wereld is binnengebroken, dat in Hem openbaar is geworden dat God liefde is en dat God liefde vraagt.. Een christen weet, dat we zeer onvolledig over de realiteit spreken, wanneer we er geen rekening mee houden, dat het Kruis op deze wereld heeft gestaan, en dat Christus door het Kruis heen heeft overwonnen. (Pasen.)

Een christen weet, dat tot de realiteit déze Belofte van God behoort, dat Zijn Rijk, dat de Zaak van Christus, zeker zal winnen. En voor een christen betekent een Belofte van God heel reëel oneindig meer dan een belofte van Truman of Stalin.

Wanneer men ons aanspoort: „Houdt u toch rekening met de realiteit”, dan betekent dit dat we als christenen evenveel ernst maken laat ik het maar „zeitgemasz” zeggen met Korea als met Golgotha. Wanneer dit realiteitsbesef in ons levend wordt, dan staan we met beide benen op de grond en we weten, dat deze grond