is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 40, 10-10-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Bronnenboek

Men zou er bijna over gaan denken om een enorme advertentie-raadsel-campagne op te zetten. Enige weken zou dan de nieuwsgierigheid gespannen gehouden kunnen worden en desnoods zou men aanlokkelijke prijzen in uitzicht kunnen stellen voor wie het antwoord weet te geven op de vraag: WAT IS HET BRONNENBOEK? Ik vrees evenwel dat, zelfs al zou men als voorwaarde kunnen stellen om een bepaald bedrag aan postzegels bij te plakken, de kosten van de prijzen er niet uit zouden komen, omdat het... niet erg aanlokkelijk is om te gaan vertellen wat het Bronnenboek is. Een redacteur van De Groene en Jan Peters van de Ned. Jeugd Gemeenschap konden rustig meedoen, want die wéten het wel. En zo zullen er nog wel enige tientallen zijn, maar... juist datgene, die het eigenlijk zouden moeten weten, zouden verstek laten gaan. En laten we voor de lezers van Tijd en Taak het

ook maar verklappen: het Bronnenboek Is een selectie uit de ruim 100 deelrapporten, die de grondslag hebben gevormd voor het rapport over de maatschappelijke verwildering van de jeugd, waarover ik reeds in het begin van dit jaar in Tijd en Taak schreef. En ik zou wel willen dat dat Bronnenboek in vele, heel vele handen kwam. Het is helaas nogal duur, ongeveer ƒ9,-! Maar... interessant! Dit laatste is... cynisch bedoeld. Dat boek is... verschrikkelijk. Er is geen ander woord voor te vinden. En het is voor wie enigszins bekend is met de huidige jeugd ook weer heel gewoon! Maar verschrikkelijk voor hen, die maar niet willen geloven dat de situatie heus en werkelijk zo is, zoals in die rapporten wordt beschreven.

En nu is het niet mijn bedoeling om hier te gaan citeren en zelfs niet om een samenvatting te geven, gesteld al dat dit

Een 15-jarige

Op 11 October wordt ds J. J. Meyer, thans emeritus-predikant van Enkhuizen, 75 jaar. Ook in Tijd en Taak willen wij zeggen, dat onze gevoelens van hartelijke genegenheid hem op die dag zullen begeleiden. J. J. M.: vele jaren én in De Blijde Wereld én in Tijd en Taak de man van de kunst. Voornamelijk van de beeldende kunst. Voor de Friezen vooral jarenlang stond hij in Wynaldum de trouwe pastor en de spreker voor blauwe bijeenkomsten. De toegewijde dominee én de democratische socialist.

Hij, wiens vader ambtenaar was bij de Amsterdamse kunstnijverheidsschool, had een gescherpt oog en een ontwikkeld gevoel voor het artistieke. Het was gewekt door de jonge kunstenaars die daar studeerden, en hij werkte ermee, zijn leven lang. De, helaas afgebrande, pastorie van Wynaldum legde er, wat het interieur betrof, getuigenis van af. En zijn persarbeid in onze bladen deed het voelen.

Dat niet alleen: Meyer was en is minnaar van het water. Oorspronkelijk was zijn verlangen opgeleid te worden op de zeevaartschool. Zijn ogen, helder en vastberaden achter brilleglazen, lieten die opleiding niet toe. Toen koos hij theologie als studie.

Meyer behoort tot de onpolitieke socialisten, die in het socialisme de vervulling zien van de maatschappelijke gerechtigheid en die deze strijd niet kunnen denken zonder de inzet van de hele persoon. Voor wie persoonlijk levensgedrag en socialistische overtuiging dicht bij elkaar liggen. Taai,

toegewijd, zeker maar niet politiek vechtlustig in de engere zin van het woord.

De predikant Meyer danken velen voor zijn menselijkheid, zijn zorg, zijn aandacht voor de mens. Dat is een activiteit, die niet in de statistieken komt, maar die tot de wezenlijkste van alle predikantswerkzaamheden behoort.

Op deze dag danken wij Meyer voor wat hij als Blijde Wereld-dominee in de volste zin van het woord voor ons, en vooral voor de ouderen ónder ons geweest is. Hij was in het bijzonder de man die leerde, dat zedelijk leven, vroomheidsleven en schoonheidsleven te zamen uit God zijn en in dienst aan mensen wil beleefd worden. L. H. R.

mogelijk was en er plaatsruimte voor beschikbaar gesteld kon worden. Ik heb nu iets anders op het oog, nl. om hen die dit bronnenboek wél gelezen hebben of nog lezen zullen, met grote nadruk te vragen: Wilt u nu als het u belieft niet rustig overgaan tot de orde van de dag? En wilt u als u wellicht op een andere wijze betrokken bent bij een jeugdorganisatie, met welke doelstelling dan ook, als het u belieft niet openlijk of bedektelijk u gaan paaien met de gedachte dat het bij u zo erg niet is? Het is natuurlijk ronduit gezegd dom om, wanneer men in een jeugdorganisatie zit, bijv. als bestuurder en niet werkelijk contact heeft met de jongeren van vandaag, te gaan beweren dat zulke dingen als in het Bronnenboek medegedeeld worden, niet voorkomen bij de georganiseerde jeugd. Dat wéét men niet en dus moet men dan zwijgen. En het is al even dom om, desnoods erkennende dat het erg gesteld is met de jongeren, zo iets te beweren als: de ouders hadden ze maar anders op moeten voeden; of: wij gaan rustig door met werk en te een of andere tijd zullen ze wel bij ons komen. Dan heeft men het Bronnenboek niet goed gelezen, of nog erger: men gelooft eenvoudig niet dat het waar is wat daarin staat; of nog erger: men is zo overtuigd van eigen voortreffelijkheid, dat men blind en doof is geworden voor de realiteit. Wanneer Jan Peters in Vrij Nederland schrijft: „Onze huidige samenleving is een wel zeer slecht jeugdmilieu” dan heeft hij daarin volkomen gelijk, en hij is het met mij eens als ik dat ten aanzien van de jeugdorganisaties dan zó uitleg, dat ook deze een „slecht” milieu vormen voor de duizenden massa-jongeren. Slecht dan niet in de zin van moreel-slecht, maar in de betekenis van ondeugdelijk, niet-toereikend. De vormen en normen die daar min of meer gehandhaafd worden, passen niet op die anderen die buiten staan en soms zelfs passen ze niet op hen, die binnen de cirkel van een jeugdorganisatie zich bevinden. De uiterlijke bindingen worden maar al te vaak aangezien voor innerlijk aanvaarde normen! En deze verwisseling is funest. Men krijgt soms de indruk, dat jongeren die aangesloten zijn bij een jeugdorganisatie, welke een ideële doelstelling heeft, pas dan zichzelf zijn, wanneer zij binnen het kader van die organisaties „grove sensaties en sterke prikkels” ontvangen, bijvoorbeeld op feestavonden en dergelijke. En wat dan als „bijkomstig” wordt aangemerkt, in vergelijking met de doelstelling, kon wel eens voor die jongeren het elementaire wezen, en omgekeerd: ze konden dan het ideële wel eens op de koop toe nemen! Maar er is een zekere dosis durf nodig en een behoorlijke portie werkelijkheidszin, benevens nog wat psychologisch inzicht en vooral: wérkelijke kennis van de jeugd, om zulke dingen te constateren en te erkennen.

Maar... het Bronnenboek kan daar bij helpen. Mits... men niet rustig overgaat tot de orde van de dag. En... is er een zekere onrust al te bespeuren? Ik schreef in het begin van dit jaar dat het merkwaardig stil was rond het regeringsrapport. Dat heeft zich gewijzigd. En men zou op dit moment alleen een zekere ongewisse angst kunnen hebben, dat de discussie te vroeg weer tot stilstand komt.

Want er móét over dit Bronnenboek worden gesproken en geschreven. En dan allereerst over de vraag, die op een ontstellendklemmende manier aan de orde wordt gesteld, nl.: wat moet er gedaan worden?

Ds J. J. Meyer foto uit,,Samen op weg” uitgave A.P.

Daarover is veel te zeggen, en er zal nog wel gelegenheid te over komen om een en