is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 49, 12-12-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/ den Heer ] I behoort de aarde J l en haar 1 \ volheid. j 'V Psalm 24 ; 1 y

Jyd en Taah

WEEKBLAD VOOR EVANGELIE EN SOCIALISME VERSCHIJNT 50 MAAL PER JAAR SISTE JAARGANG VAN „DE BLIJDE WERELD”

Nr. 49 Redactie: ds.J.J. Buskesjr. ds. L. H. Ruitenberg dr. J. G. BomhoflF Redactie-Secr.: Roerstraat 48® Amsterdam-Zuid Telefoon 724386 p/a dr.J. G. Bomhoflf Vaste medewerking van prof. dr. W. Banning J. Hulsebosch H. van Veen dr. M. V. d.Voet ds. H.J.deWijs Mej. dr. M. H. v. d. Zeyde e.a.

ionnement per jaarf 5,-; halfjaar f 2, kwartaalf I,soplus f 0,15 incasso. Losse nrs f 0,15; Postgiro 21876; Gem. giro V 4500; Mm. N.V. De Arbeiderspers, Hekelveld 15, Amsterdam-C; Postbus 800

Namens ons?

Een tegenstem spreekt

Zijn er nog mensen in Nederland, die belangstellen in de buitenlandse politiek? Kort na de oorlog was de overtuiging algemeen, dat ons lot, ons doodgewone menselijke lot afhing van de ontwikkeling der buitenlandse politiek. De spanning Oost-West nam toe, en iedereen volgde met angst en beven de bewapeningswedloop, met als extra-sensatie: de atoombom.

De koude oorlog heeft een verdovend effect gehad. Toen wij eenmaal en zeker, we konden niet anders! tot bondgenoten gepromoveerd waren van de Verenigde Staten in het Atlantisch pact, is er een doffe berusting gekomen over dit land, die zich op twee manieren uitte: enerzijds is men met een aandoenlijke trouwhartigheid er zich op gaan toeleggen de consequenties van dit verdrag uit te werken; dat betekende, beamen van de Amerikaanse politiek, werken voor de één-wording van het Europese front, zwoegen aan het gereedmaken van een kostbaar militair apparaat, inclusief kruisers eri vliegtuigmoederschip. In roerende eendracht hebben alle Nederlandse partijen (op één na) zich achter deze politiek gesteld en daar zijn geen ministers, die zo vlot hun begroting erdoor krijgen als de ministers van Buitenlandse Zaken en van Oorlog. Men sputtert slechts een beetje pro forma. Maar wat nog opmerkelijker is: men begrijpt niet meer, dat andere Europeanen nog zelfstandig denken. Laat ik dicht bij huis blijven: het is een gemeenplaats in onze socialistische pers, dat Engeland, inclusief de Engelse socialisten en voorop de Bevan-groep, te kort schiet in Europees solidarisme. Zij lopen lang niet zo gedwee als wij aan de Amerikaanse leiband. Over de buitenlandse politiek van Frankrijk, inclusief die der socialistische partij in onze pers geen goed woord! De Duitse socialisten snappen er ook niets van! Adenauer is onze man! de roerend-goede Europeaan! En dat er zelfs in de Belgische zusterpartij mensen rondlopen, die tegen de EDG zijn, heeft ons pijnlijk verbaasd.

In doffe berusting heeft men zich bij deze politiek neergelegd. Was vroeger onze „wijze”, onze „onpartijdige” neutraliteit het

motief, dat we de anderen maar hun gang lieten gaan en uit de hoogte van onze souvereine onzijdigheid ongeïnteresseerd neerzagen op de buitenlandse „egoïstische” politiek der anderen, tot we een kwade dag merkten dat we zelf partij geworden waren, én dupe, in de grond is er in onze houdingnu weinig veranderd. Alleen de wijsheid der neutraliteit is vervallen. Maar onze minachting voor de „egoïstische” politiek der anderen is gebleven, en zo ze het wagen af te wijken van onze, pasverworven, nieuwe wijsheid, halen we onze schouders op. Onder het grote publiek is ondertussen een onverschilligheid gaan heersen, die benauwend en verstikkend werkt.

Terwijl wij geweldige kapitalen opbrengen om onze defensie „op peil” te krijgen, terwijl onze jonge mannen in hun ontwikkeling beleipmerd worden door een lange dienstplicht, stellen we ons nauwelijks de vraag, hoe dit alles zinvol te maken. De koude oorlog wordt vóór ons gevoerd, maar niet dóór ons. Wij kibbelen liever over de „humanistische verzorgers”, en andere „theologische” vraagstukken.

Sedert de dood van Stalin is de enige wijsheid die ons werd voor gehouden deze spreuk van Amerikaanse makelij: Laten we onze oorlogsinspanning niet verslappen! Eerst sterk zijn, dan onderhandelen! Nu hoeven we waarlijk de Russische vredespropaganda niet te geloven, maar een critisch mens meent soms te horen in de leuze: „Eerst sterk zijn, dan onderhandelen!” een heel andere gedachte, die aldus klinkt: „Eerst sterk zijn, dan hoeven we niet te onderhandelen, dan kunnen we dicteren!” Hoe werd de laatste Russische nota ontvangen? Als een list van Moskou om het Franse ministerie te doen vallen en de conferentie te Den Haag te doen mislukken. (Aldus in koor, onze pers). De list kwam redelijk laat, toen de besprekingen ten einde liepen en het resultaat was anders: de minister van Buitenlandse Zaken (Bidault) kon wél naar Den Haag komen en de Minister-President kon wél naar de Bermudaeilanden. Aldus verstond de Franse nationale vergadering de Russische nota. Gevolg: de conferentie in Den Haag is mislukt en

op de Bermuda-eilanden kan Frankrijk bepleiten, dat er met de Russen onderhandeld moet worden. Dat zal nu wel punt één van de conferentie der Drie worden, waar-Frankrijk de kans krijgt de agenda te bepalen. En hier ontmoeten elkaar de oude Churchill met zijn idee van een conferentie op het hoogste niveau, idee door de Engelse socialisten steeds vurig gesteund (vuriger dan door zijn eigen partij en door zijn minister Eden), idee door de Russen blijkbaar na enige aarzeling overgenomen, idee dat de Fransen ook wel aantrekt, omdat hun en de Russen, blijkbaar beiden het idee van de E.D.G. niet aanstaat.

Als men nu alle feiten samenvat, dan komt men m.i. onweerlegbaar tot deze conclusie: de Russen willen onderhandelen vóór de E.D.G. tot stand is gekomen en opdat de E.D.G. niet tot stand komt. De Duitsers d.i. Adenauer, zijn hier uiteraard tegen. Maar voor een nationaal denkend Duitsland kan de E.D.G. moeilijk iets anders zijn dan een hefboom om de Du*ltse eenheid te herstellen. Het is wel veel gevraagd van de Fransen om daarvoor warm te lopen. Voor de Amerikanen is de E.D.G. een vooruitgeschoven post in hun koude oorlog tegen Ruslands imperialisme. Maar voor Europa zelf, dus ook voor ons, is de E.D.G. een uiterst kostbaar middel (geen doel!) ter bescherming van de Europese veiligheid. En als nu de Russen in hun laatste nota (welke Ned. krant publiceert enigszins uitvoerig de inhoud?) verklaren, dat zij niet eisen, dat West-Europa ongewapend is, dan staat of valt alles met een voortgezet onderzoek naar de oprechtheid der Russische diplomatie, en dan hebben Engeland en Frankrijk gelijk, dat Europese veiligheid iets anders is dan E.D.G. met bewapening van West-Duitsland.

Juist omdat het het seizoen van de koude oorlog is, moet van dag tot dag de doeltreffendheid der strategie onderzocht worden. En van óns Europees standpunt is niét doeltreffend de aankondiging van Foster Dulles, dat hij de onderdrukte volken niet in de steek wil laten. Zo’n verklaring klinkt de Duitsers (heel begrijpelijk overigens!) als muziek in de oren, ze streelt ons zedelijk superioriteitsgevoel, maar ze maakt de Russen kopschuw, torpedeert elke conferentie met hen, en is practisch een slag in de lucht, terwijl de onderdrukte volken er slechts een illusie rijker door worden. Kort en goed: de ratificatie van de E.D.G. is pas zinvol, als onweerlegbaar zeker vast staat, dat er met de Russen ook na Stalins dood niet te onderhandelen valt.

Heeft Nederland, zo vraag ik, heeft de socialistische partij in dit mondiaal debat niets te zeggen? en liggen, wat ons betreft, de kaarten reeds ter tafel? Wie spreekt er namens ons en wat zeggen we zelf? Zondagavond, 6 December. J. G. B.