is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 52, 1954, no 3, 16-01-1954

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vragen over Staat en Overheid

KARL BARTH EN DE OORLOG

In ons vorige artikel gaf Ik enkele gedachten van Karl Barth over kerk, staat en oorlog door. Barth geeft een radicale crltlek op de oorlogstheologle van vroeger eeuwen. Oorlog behoort volgens hem niet tot de eigenlijke en normale taak van de overheid.

Toch laat Barth ruimte voor oorlog In een bepaalde uitzonderingssituatie en met het oog op die uitzonderingssituatie aanvaardt hij de bewapening.

Op dit punt kan Ik Barth niet volgen en zet Ik mijn crltlek In, practlsch en principieel.

Practlsch: Barth kan de oorlog wel beschouwen als ultimo ratio, maar hij weet evengoed als Ik, dat de volken zich op die ultimo ratio hebben voor te bereiden en dat deze voorbereiding In onze tijd al meer betekent, dat oorlog en oorlogstoerusting behoren tot de eigenlijke en normale taak van de overheid.

Barth vergeet bovendien,’" dat de staten hun speciale geval altijd als uitzonderingsgeval zullen beschouwen. De geschiedenis Is er, om het te bewijzen. De staten hebben de oorlog, die zij voerden, altijd als een rechtvaardige oorlog beschouwd en er Is mij geen geval bekend, dat de kerk zich ooit tegen een oorlog van het eigen volk verzet heeft.

Barth verzuimt evenzeer de vraag te stellen, of zelfs In het door hem verdedigde uitzonderingsgeval de oorlog doelmatig Is, d.w.z. of dit uiterste middel Inderdaad een middel tot rechtshandhaving en verdediging van vrijheid Is. Een middel kan ook erger dan de kwaal zijn.

Principieel stel Ik de vraag: hoe Is deze uitzondering te verdedigen? Betekent oorlog In dit uitzonderingsgeval niet meer het bedrijven van daden, die God ons verboden heeft? Geldt In dit uitzonderingsgeval niet meer, dat de staat zonder gerechtigheid een roversbende Is? Macht en geweld krijgen toch ook In dit geval een volstrekt en on voorwaardelijk karakter, zodat men van een genadeloos recht moet spreken?

Nog anders: ook In dit geval draagt de overheid het zwaard niet meer. Het zwaard neemt In de oorlog zulke afmetingen aan, dat het de overheid boven het hoofd groeit. Het zwaard, dat de overheid draagt, moet menselijk zijn en menselijk blijven, wil de overheid het kunnen dragen. Het oorlogszwaard Is onmenselijk en wordt steeds onmenselijker. Het zwaardrecht wordt atoombomrecht. Wil men toch van het dragen van een zwaard blijven spreken, dan ben Ik geneigd te zeggen, dat de overheid dit zwaard het oorlogsgeweld tevergeefs draagt: zonder zin en doel, zonder grond en recht.

Nog anders: zo krijgt de overheid een demonisch karakter. Zij vertoont steeds minder de trekken van Romeinen 13, steeds meer die van Openbaring 13. Zij kan ten slotte haar opdracht niet meer vervullen. Zij wordt steeds minder overheid, steeds meer staat, machtsstaat, geweldstaat. Zij wordt een onpersoonlijke macht. Zij wordt steeds minder menselijk, steeds meer

beestelijk. Zij Is ten slotte niet meer de door God gewilde en tegenover God verantwoordelijke overheid, maar uitsluitend het beest van Openbaring 13.

Menselijke overheid en onmenselijke staat

Dit moet met des te meer nadruk worden gezegd, omdat In onze tijd de menselijke en persoonlijke overheid al meer verdwijnt en plaats maakt voor de onmenselijke en onpersoonlijke staat. De overheid, die wij overheid noemen, wordt al meer een fictie. De beslissingen vallen niet meer In het parlement, zelfs niet meer In de regering. Parlement en regering doen eigenlijk niet veel anders meer dan de beslissingen registreren en sanctlonneren, maar de beslissingen zelf worden genomen bulten het parlement en bulten de regering, door onpersoonlijke economische machten, hier In het Westen door de koude, onpersoonlijke en onmenselijke dollar. Het wordt tijd, dat de kerk de vraag stelt, of er eigenlijk nog wel van een overheid In de bijbelse zin van het woord gesproken kan worden. De nood van de wereld Is, dat zij geen wezenlijke overheid heeft en dat zo ongeveer niemand meer verantwoordelijkheid draagt. Alles wordt onpersoonlijk en onmenselijk. Het beest uit Openbaring 13 krijgt gestalte en niemand kan op den duur meer leven, tenzij hij het teken van het beest draagt.

De sociale en economische ontwikkeling beweegt zich steeds meer In deze richting. En de bewapening en de oorlog zijn niet anders dan de vreselijke exponenten en consequenties van deze ontwikkeling. Men late zich door wat wij democratie noemen niet van de wijs brengen en misleiden. Democratie loopt In de Westerse wereld steeds meer gevaar, een uitgehold begrip en een lege huls te worden, een vlag, die de lading niet dekt.

Ter wille van de rechte overheid zeggen wij neen tegen deze algehele ontwikkeling, zeggen wij neen tegen bewapening en oorlog. Omdat wij weigeren het teken van het beest te dragen, omdat wij het Lam willen volgen. Neen, niet tegen de overheid, maar tegen wat geen overheid meer Is, neen ter wille van de overheid. Wij verdedigen de overheid tegen de overheid, de overheid van Romeinen 13 tegen de overheid van Openbaring 13, d.w.z.: de menselijke en persoonlijke overheid tegen de onmenselijke en onpersoonlijke staat, de overheid tegen het beest, de menselijke samenleving tegen de beestenboel. Niet de chrlsten-antlmllltarlst ondermijnt de overheid en holt het overheidsgezag uit. Dat doen zij, die zich niet verzetten tegen de macht van de onpersoonlijke en onmenselijke mammon, en die daarom, misleid door alle mogelijke Ideologieën over het christelijke Westen, geen oog hebben voor het feit, dat wij welhaast geen wezenlijke overheid meer hebben, die daarom de bewapening en zo nodig de oorlog aanvaarden, zonder te beseffen, dat bewapening en oorlog de ontwikkeling In de richting van de uitschakeling van elke wezenlijke overheid en de ontplooiing van de onpersoonlijke en

onmenselijke economische machten alleen maar bevorderen.

Het Is mijn vaste overtuiging, dat de kerk hier een onvoorwaardelijk en volstrekt neen moet uitspreken.

Schuld en roeping van de kerk

Dat doet de kerk niet, omdat zij te veel gelijkgeschakeld Is, omdat zij als empirische kerk veel te veel tegen de staat aanleunt en met het Westen In deze noodlottige ontwikkeling betrokken Is.

Dat kan de kerk niet, omdat zij veel te veel verscheurd en verdeeld Is, waarbij Ik niet denk aan de verdeeldheid In allerlei kerkelijke denominaties, maar aan de verdeeldheid die bepaald wordt door de nationale grenzen, omdat zij niet de kerk van Christus Is, maar de kerk van Duitsland, de kerk van Engeland, de kerk van Amerika, de kerk van Nederland en zo maar voort, omdat de empirische kerk In dit opzicht ziek Is. Indien de kerken van Europa er niet In slagen samen de éne kerk van Christus te worden, Indlen de kerken van het Oosten en het Westen elkaar niet vinden, om samen de boodschap van Christus te brengen aan de wereld, zullen de kerken In verschillende landen hun vrijheid en onafhankelijkheid niet kunnen bewaren en In de stroom van de wereldontwikkeling worden meegezogen.

Dan Is er geen echte overheid meer. Dan Is er ook geen echte kerk meer.

En als de kerk het dan niet doet, kunnen wij alleen maar hopen, dat God, zoals Hij het In het verleden gedaan heeft, het ook nu doet, dat God predikers roept, die het In opdracht van Hem wagen, om uit naam van de kerk te spreken en te getuigen.

Eén aan God gebonden en daarom tegenover de gehele wereld vrij op de preekstoel staande man Is op het ogenblik de man, van wiens verschijning, aldus Thurneysen, meer afhangt dan van alle diplomaten en ministers.

Voor deze door God geroepen mannen en vrouwen zij behoeven niet eens op de preekstoel te staan geldt dan het woord van Jezus: „Zie, Ik zend u als schapen onder wolven. Gij zljt het zout der aarde!” Dat Is dan Gods neen tegen het beest en de beestenboel. De verkondiging van Gods beloften (de vergeving der zonden en het komende Koninkrijk) en Gods geboden, en dan die verkondiging onvoorwaardelljk, onverbiddelijk en over de gehele linie, Is de roeping van de kerk In een wereld, die niet meer weet, wat echte kerk betekent en daarom ook niet meer weet, wat echte overheid betekent, die ondergaat aan surrogaten en, terwijl ze over kerk en overheid spreekt, het teken van het beest draagt en In feite het beest aanbidt.

Het Is waarlijk niet zo, dat het vraagstuk van kerk en staat zoetjes aan zijn oplossing nadert. Integendeel, het vraagstuk krijgt steeds meer een eschatologisch karakter. En Indlen één ding noodzakelijk Is, ook wanneer wij spreken over de overheid en het oorlogsvraagstuk, dan Is het dit, dat wij staat en overheid zien en blijven zien In het licht van het komende Koninkrijk en dat wij Romeinen 13 lezen als mensen, die dat Koninkrijk verwachten.

De kerk heeft maar één taak en één roeping: In een vastgelopen wereld tekenen op te richten van dat komende Koninkrijk en daarom neen te zeggen tegen Mammon en Mars, die het de kerk onmogelijk maken om kerk te zijn en het evenzo de overheid onmogelijk maken om overheid te zijn.

De grote vraag, die ons moet bezighouden, Is de vraag, wat het Inhoudt te behoren tot de mllltla Chrlstl!

J. J. BUSKES jr.