is toegevoegd aan uw favorieten.

Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, jrg 36, 1874, no 3780, 19-11-1874

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaar de beseh., na kort terwijl, weder bij hem is gekomen in sijne

uniloim gekleed;

dat <le besch., 't eerst door den officier van justitie, vervolgens herhaaldelijk di.or den refter-commissaris gehooid z,nde, hielt opgegeven: .lat hij, na afloop van de worsteling 1" de pooit, zijne woning willende binnengaan, op ilen drempel zijnde, zijn thans ten processe aanwezigen pet heelt gemist en, meeiende, nat Hansen en van Drun.ck die hadden meegenomen, op zijn »tg is teruggekeerd om dien teiug te vragen ;

dat hij daarom, roepende: »Piet, waar is mijn pet», de Koningstiaat weder is mi£eio"peii , bedoelende hij met "Piet» den persoon van Hsn tn hem bekend, doordien hij in den vorigtu winter hem wel driemaal in beschonken toestand op straat had aaiigetrutten en naar zijn huis in de Ho„endorj straat had yebragt;

dat Ha.isen en van D uniek, door hem nageloopen , raar hem toe zijn gekomen in dreigende houding en vervolgens hem hebben aangegrepen en door vuistslagen mishande.d;

d«t de bescti. omtrent het toen verder gebeurde allerhande verschillende opgaven heeft gedaan, eerst: dat hij niet weet Hansen te hebben verwond, dus ook niet dat hij zijn, ten processe aanwezig mes zou hebben gebruist; daarna: dat hij, woedend geworden, zijn mes uit den broekzak heelt genomen om zich te verdedigen en dit, met uitgestrekter! arm, in de hand heeft gehouden, en het hoogstwaarschijnlijk is, dat de verslagene onder de worsteling in het mes zal zijn gevallen; vervolgens: dat hij dit alles slechts als «mogelijk» beschouwt en zich alleen herinnert in zijn broekzak te hebben gevoeld; eindelijk, bij zijn verhoor van 21 Sept. jl. en na, zoo als hij zegt , nog eens goed te hebben nagedacht: dat hij, door de twee genoemde personen weder geslagen zijnde , is teruggeweken en zich herinnert zijn me», hetwelk open in zijn zak was, daaruit gehaald en in de hand te hebben genomen, maar dat bij zich niet heiinnert met het mes te hebben gestoken of gesneden , en zelfs niet gelooft dit gedaan te hebben ;

dut de besch., met verschillende getuigen geconfronteerd zijnde, heeft beweerd, dat hij de door hem gehoorde uitdrukkingen niet heelt gebezigd of dat hij zich daarvan niets herinnert, daar hij niet anders heeft gezegd dan: «Piet, waar is mijn pet», omtrent welke uitdrukking do r Beek, Sehuitenhelm en Glaser is verklaard, dit Hansen nooit «Piet» werd genoemd, maar gewoonlijk werd aangeduid als »bolie Jan»;

dat de besch. verder heeft opgegeven : dat hij, door zijne vrouw en andere meuschen in huis gebragt zijnde, het mes heeft gelegd onder een kistje met gereedschap, staande op het achterkamertje, zijnde, Tolgens hetn, de gewone bergplaats, zoo dikwijls hij het mes niet bij zich oroeg ; dat hij vervolgens te bed is gegaan en te bed is gebleven, totdat hij gearresteerd is geworden ; dat de opgemerkte bloedvlekken aan het boezeroen, volgens den besch., afkomstig zijn van bloed, ten gevolge der mishandeling, hem uit neus en mond gevloeid en door hem met de mouw afgeveegd ;

dat het ten processe aanwezige knipm:s met wit beenen heft, bevattende onder meer een gruoter en een kleiner mes, den 30 Julij jl., ten tien ure des voormi.ldags, is in beslag genomen ten huize van den bescn., waar het op eene kleine kamer on ier een kistje met timmermansgeieedschap is gevonden, waarna het ter hand is gesteld aan den inspecteur van politie Dietz , die het heeft afgegeven aan den commissaris van politie Beukman j

dat deze ambtenaren bepaald aan het grootste mes bloedvlekktn hebben bespeurd;

dat dit ook is opgemerkt door de doctoren van Tienhoven en Hoogkamer, die 'sregteis aandacht er op hebben gevestigd, dat «an de punt van dit mes een stukje ontbreekt, en die hebben verklaard, dat de door hen op en in het lijk van Hansen waargenomen wouden door dit mes kunnen zijn veroorzaakt:

dat de woude in de rib des verslagenen moet zijn toegebragt met zeer veel kracht en waarschijnlijk van achteren.

En wordt mitsuien Hen.irieus Werson door den procureur-generaal beschuldigd van : »moedwilliger doodslag.»

MENÜELVV'KRK.

langdurige instructie.

(Ingezonden.)

Bij het onderzoek der begrooting van het Departement van Justitie in de afdeelingen der Tweeue Kamer, is gek aagd over den landen duur der instructie van vele, zeif.i zeer eenvoudige criminele zaken.

Wellicht is het niet zonder belang, te wijzen op den invloed, dien de toepassing van art. 122 W. v. Stral'v. op den duur dier ïnstruetièn heeft.

De officier van justitie is verplicht, ingeval de procureur-generaal hem dit heeft bevolen, op te komen tegen eene uitspraak der Rechtbank in raadkamer, houdende verwijzing of buiten-vervolging-stelling van eenen beklaagde (^art. 121 Scralv.j.

Ten einde den procureur-generaal in staat te stellen om daartoe tijdig bevel te geven, is de officier verplicht, dezen onverwijld van elüe n.stiuciie ter zake van misdaad kennis te geven en hem vóór het nemen der co iclusiën , zoo hij zulks vordert, de processtukken mede te deelen (art. 122 8tiafv.).

Deze bepalingen bevorderen de eenheid in de strafrechtspleging en bebnen zoo haar nut, dat wel opweegt tegen het bezwaar, dat de instructie er door wordt gerekt, mits er een matig gebruik van wordt ge.i aakt.

Dit nu geschiedt niet overal. In sommige provinciën brengt de praktijk meê , dat de officier in elke criminele zaak de 6tukken opzendt naar den proc.-gen., alvorens conclusie te nemen.

liet zal wel aeen betoog behoeven, dat dit een misbruik is. Vooreerst verondeistelt de wet, dat de vordering van opzending der stukken geen regel zal zijn. Maar bovendien, die toezendiug is veelal geheel nutieloos. De meening van den proc.-gen. over tal van quaestiën van qualificatie of bewijs is den onder hem ressorterenden olticier bekend; en de proc.-gen. kan desverkiezende den officier in het algemeen gelasten, tegen beslissingen der Rechtbank in raadkamer met die meening in si rijd, appel aan te teekenen. In tal van Criminele zaken zijn bovendien de qualificatie en het bewijs zoo bi.ven allen twijfel verheven , dat een verschil van meening daaromtrent tusschen den officier en den pioc. gen. ondenkbaar is. Het Openbaar Ministerie hier te lande kan eindelijk geacht worden met de juiispi udeiitie omtrent de meest voorkomende quaestiën voldoende bekend te zijn; en niemand zal wel onze ollicieren beschuldigen van die jurispiudentie bij hunne conclusiëu uit het oog te verliezen, en hunue eigen meening meer op den voorgrond te steden dan het belang uer eenheid van rechtspraak meêbrengt.

Het (loei van ait. 122 Stiafv. zal dan ook volkomen worden bereikt, wanneer de proc.-gen. alleen waar het hoogstgewiehtige zaken of zelden vooikomende misdrijven geldt, mededeeling der stukken Yordeien, en hit overigens aan de officieren overlaten, in gevallen, waann omtrent qualificatie of bewijs twijfel kan bestaan, die mededeenng uit eigen beweging te doen.

Met den laat tot opzending der stukken in alle criminele zaken

gaat somtijds eanoen een ander gebruik, m. i. met de bedoeling der wet niet te rijmen. Het gebeurt n. I., dat bij de terugzending den ollicier niet alleen wordt bevolen om tegen eene beschikking der Rechtbank in dezen ol genen zin appel aan te teekenen, maar bovendien om eene conclusie te nemen in den geest van den proc. gen.

Dargeiijk voorschrift is in. i. in strijd met de bedoeling der wet, die in ait. 121, Ook ingeval er last tot a| pel is gegeven, de moge lijkbeid veronderstelt van eene conclusie van den olficier , in stnjd met de uitgedrukte meening vau den proc.-gen. Het is eveneens in strijd met het belang der rechtspraak , dat een zoo nauwkeurig mogelijk onderzoek vordert en dus uieêbrengt, dat zoowel de ol'ticiei ais de Rechtbank en de proc.-gen., zijne zienswijze over de zaak, die het geldt, met voikoiueu vrijheid kunne uiteenzetten.

Licht stelt eene gemotiveerde conclusie van den officier van justitie eene zijde eener belangiijke quaestie in het licht, die in het donker blijft, wanneer hij verplicht is ais orgaan van den proc.-gen. op de keerzijde bet licht te doen vallen.

Ungetwijteld heelt men met de besproken toepassing slechts het belang der eenheid van rechtspleging op het oog; het komt mij echter voor, dat men daardoor te ver gaat en de nadeeleu eener soms vrij belangrijke vertraging der strafgedingen te veel uit het oog verliest.

X.

HOOüE RAAD. — ititisser van 9»ttr»t'as»Ueu.

Zitting van Maandag, 16 November.

Voorzitter, Mr. J. D. W. Paps.

I. Uitspraak gedaan in zake:

1«. C. Ketting c. s., tegen een arrest van het Hof in Noordbolland. Verwor/ien.

2°. J. de Hijger, tegen een arrest van het Hof in Zeeland. Verworpen.

3°. C. Oneides, tegen een vonnis van het Kantongeregt te Sneek. Verworden.

4°. J. Thies, tegen een vonnis van bet Kantongeregt te Hoorn. Verworpen.

II. Conclusie door het Openb. Min. genomen in zake:

C. Kracht en K. de Boer, tegen een arrest van het Hof in Noordholland. Adv.-gen. Romer concludeert tot verwerping. Uitspraak 7 December.

III. Behandeld bet beroep van :

1°. H. Neep, tegen een arrest van het Hof in Drenthe. Rapp., raadsh. KalfF. Conclusie bepaald op 23 November.

2°. den ambtenaar van het Openb. Min. bij het Kantongeregt te Zevenaar, tegen een vonnis in zake B. Hendriks, weduwe van S. Snijders, en M. Snijders. Rapp., raadsh. Jolles. Conclusie bepaald op 23 November.

Zitting van Dingtdag, 17 November.

I. Conclusie genomen in zake:

1". den ambtenaar van het Openb. Min. bij het Kantongeregt te Sommelsdijk , tegen een vonnis in zake J. Tilroe. Adv.-gen. Polis concludeert tot niet-ontvankelijk-verklaring. Uitspraak 7 December.

■20. 7». M. K. Berghems, huisvrouw van L. van Lis, C. van Hulst,

M. H. Theewissen , huisvrouw van J. Deijema , M. G. Hes seleer, huisviouw van W. Niesten, W. Nie-tew en L. van Lis, tegen vonnissen van het Kantongeregt te Maastricht. Adv.-gen. Polis concludeert tot vernietiging der vonnissen en verwijzing der zaken naar de Regtbank te Maastricht. Uitspraak 7 December.

II. Behandeld het beroep van:

lu. J. de Birk , tegen een arrest van het Hof in Utrecht. Rapp., raadsb. Coninck Liefsting. Adv.-gen. Polis concludeert tot royement van de rol. Uitspraak -3 November.

2°. den officier bij de Regtbank te Goes, tegen een vonnis in zake J. van Houten Pzn. Rapp., raadsh. Schuurman. Conclusie bepaald op 24 November.

NB. Woensdag is er geene zitting gehouden.

BENOEMINGEN, VKHKJEZINUEN ENZ.

De Arrond.-Regtbank te Hoorn heeft voor de vacature , ontstaan door de benoeming van Mr. Ten Zeldam Ganswijk tot kantonregter,

de volgende aanbeveling gemaakt, Mrs.: A. van Daar, kantonregter te Delden; W. Stheeman , gri fier bij het Kantongeregt te Appm-

gedsm, en II. i). van ivetwicn verscnuur, grimer oij nei aaiuou geregt te Gorinchem. Voor procureur bij die Regtbank, opengevallen

door net verireü van «Al. vau nu.vuui naai ouia.cuiiflgc, «Wiucu aanbevolen de advokaten : Mrs. F. H. G. van der Hoeven, te Hoorn,

en W. B. Keynen , te Nijmegen.

De beer Mr. C. C. vari Valkenburg, subst.-griffier bij de Arrond.-Regtbank te Amsterdam , is benoemd tot hoofd ambtenaar bij

den burgerlijken staud aldaar, ter vervanging van den heer Mr.

Berlage, die met Pebruarij aanst. deze betrekking nederlegt.

BElliGTEN.

'» Gravenhage , den 18 November.

Men verneemt, dat de heer Mr. M. A. Hartman , subst.-griffier bij den Hoogen Raad der Nederlanden, zijn eervol ontslag uit die betrekking heeft aangevraagd.

l)en 13 dezer is te Maastricht overleden de heer D. Bauiuin,

griffier bij de Arrond.-Regibank aldaar.

— De ond-hoogieeraar .Ihr. Mr. J. de Bosch Kemper schrijft in zijne Handleiding tot de kennis van het Nederlandsche Stantsregt en Staatsbestuur o. a. deze woorden: »De uitvloeisels van de bij art. 164 der Grondwet omschreven godsdienstvrijheid zijn: 1<>. dat ieder die godsdienstige meeningen mag belijden , die hij is toegedaan. Van hier zal onder deze Grondwet iemand, ofschoon niet Doopsgezind, n.ogen belijden.dat hij den eed ongeoorloofd houdt en op dien grond, bij het geven van getuigenis, met het doen eener belofte kunnen volstaan.»

In strijd met dat advies, hetwelk door onderscheiden regtsgeleerden , zoo als o. a. het Kamerlid Mr. W. Wintgens , wordt gedeeld (men herinnere zich het pleidooi van laatstgemelde in zake den heer Willink), doch in overeenstemming met de jurisprudentie van den Hoogen Raad , is gisteren door het Prov. Geregtshof alhier iemand tot eene cellulaire gevangenis straf van drie dagen veroordeeld, omdat hij, hoewel erkennende tot het Evangelisch-Luthersch en dus niet tot het' Doopsgezinde kerkgenootschap te behooren, geweigerd had den

eed af te leggen, van hem gevorderd als getuige in eene strafzaak. Reeds in de zitting van Woensdag 4 Nov. 11. had die weigering piaats gevonden, o. a. op grond der bekende bijbelwoorden: «Gij zult gansctieiyk niet zweren», alsmede vnn andere bijbelteksten. Het Hof stelle alstoeu echter de behandeling der zaak uit ten einde,

vermits er nog een paar nieuwe getuigen moesten gehoord worden , den w eigerachtigen getuige tevens door tijd tot nadenken op zijn weigering te doen terugkomen. In dien tusschentijd werd de heer Bak¬

ker , c.vangelisch-i.uthersch predikant le Purmerende, met wien de

getuige hekend was , verzocht te trachten hem tot andere gedachten

te brengen. Dit was echter te vergeefs. Hij bleef bij zijn gevoelen.

jNadat ook ae leden van tiet Hor te vergeefs hadden getracht hem

op zijne gevoelens te doen terugkomen, requireeide het Openb. Min. tegen hem de toepassing der strafwet. Bij de toelichting van het

requi-itoir vei klaarde de ambtenaar te gelooven. dat de getuige uit

overtuiging had gehandeld en volstrekt niet om den gang der justitie

te belemmeren. V an daar, dat spreker, olschoon de wet een maximum van éeu jaar gevangenis-straf had gesteld, slechts eene straf van drie dagen cellulaire gevangenis eischte. De beslissing viel gelijk gezegd

is, overeenkomstig dat requisitoir. De getuige legde groote kalmte

aan den dag. loen de zitting geëindigd was, ging hij , de bestolene, naar den verdediger der twee beschuldigden, tegen wie hij had moeten getuigen, en zeide: «deze zijn mijne vijanden, maar ik dank

je voor hetgeen je in hun voordeel hebt gesproken.»

REGTSQELEERDE UITGAVEN.

FRANSCHE LITERATUUR.

Rkndu, A., les Avocats d'autrefois. Discours. In 8<>., 371 p. Paris, Didiek et Cie.

Mokillot , A., De TEloquence judiciaire a Athènes. Discours. In 8». Paris, Cotillon.

Ribot, A., Acte du 5 Aöut 1873 pour re'tablissement d'une conr suprème de justice en Angleterre. Traduit et préce'dé d'une notice sur Porganisation judiciaire. In 8»., 62 p. Paris, Cotillon.

[Extr. de TAnnuaire de la soc. de législ. comp.]

Chaeveau , Fr., Etude sur la législation electorale de 1'Angleterre. In u0., 32 p. Id., id.

[Extr. du Bulletin de la soc. de législ. comp.J

ADVERTENTIEN.

RAAO VAN STATE,

Cieschilleu vail fiSestuill', geheel compleet, tv itOOfi voor veel verminderden prijs. Adres, f'rancobrieven lelt. S., bij den Boekhandelaar F. VAN LOON, te Utrecht.

Bij GEBR. BELINFANTE, te 's Ilage, ziet het licht:

BESLISSINGEN

OP

GESCHILLEN YAN BESTUUR,

1861-1870.

Sedert de wet van 21 Dec. 1861 (Staatsblad n°. 129) eene nieuwe zamenstelling en werkkring van den Raad van State heeft in het leven geroepen , heeft zich gedurende eene reeks van jaren op dat gebied , ten aanzien van vele vraagpunten, eene vaste jurisprudentie gevormd , die de mindere administratieve autoriteiten vooral tot een belangrijken leiddraad kan shrekken in voorkomende gevallen. De uitgeveis van het werk: Raad van State, geschillen van bestuur, oordeelden het dus riet ongepast die jurisprudentie, bij wijze van zakelijk extract, en waar het aankomt op het zoogenaamde regtspunt, kortelijk zamen te vatten, vooiloopig over een tientrd jaren, in alphabjticcbe orde, met weglating alzoo van de motieven, die te vinden zijn in de gemelde verzameling en van dat bloot feitelijke, hetwelk voor de waardering van het regtspunt in zeker opzigt van geen belang is te achten. Daar de opname van dat regtspunt in den vorm van vragen een volledig verband houdt met bedoeld werk, zal dit extract door de inteekenaren op de complete verzameling ongetwijfeld met belangstelling worden ontvangen, en kan het als het ware als een beredeneerd register beschouwd worden op de tien eerste deelen.

Maar ook voor hen , die deze tien deelen niet bezitten , en tegen de aanschaffing van het geheel, wegens de uitgebreidheid, bezwaar hebben, kan dit extract tot zekere hoogte de tien eerste deelen, waarvan de prijs ruim ƒ OO bedraagt, vervangen , en zijn dus de autoriteiten en allen, die op de hoogte van de coritentieuse regtsmagt moeten blijven , nu in staat gesteld een overzigt te erlangen van de Koninklijke besluiten, die in 1861 —1870 zijn genomen, en da geheele verzameling eerst van het 11de deel af aan te koopen.

De prijs van dit uittreksel bedraagt slechts f '£.

Daaraan kunnen zich aansluiten Deel XI—XIII (1871—1873) van de verzameling R'iad van State, geschillen van bestuur, waarvan de prijs bedraagt f 'i 125-

Van den loopenden jaargang (Deel XIV) zijn ruim 20 vel bereids verschenen. Prijs f 0.25 per vel.

Bij dezelfden ziet het licht:

DB RECHTSVERHOUDING

tusschen

TREKKER EN ACCEPTANT,

DOOR

Mr. J. A. LEVY,

Advolcaat te Amsterdam.

Prijs ƒ 1.50.

Snelpersdruk en uitgave vau GKBililüBlf1* BICIiUI'A.VrU« te 'a (Kraveahase.