is toegevoegd aan uw favorieten.

Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, jrg 65, 1903, no 7923, 15-07-1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woning of het kantoor van den eischer te zenden om ze te laten nazien, maai* alleen om ten kantore van de vennootschap dien staat aan het toezicht en de controle van eischer te onderwerpen, gelijk voorheen altijd* zoo en met anders was geschied!;

O. dat partijen daarop de zaak. nader mondeling heoben doen toelichten;

In rechte:

O. dat van de posita van den eischi door den gedaagde bij zijn verhoor op vraagpunten is erkend', diat, hij schoon wel over 1899 c«n i... i

►jwi.maij.cj ui Mxiaiu u v ei na /-aivcn ucr v euiiuiULWCXlttp

opgemaakt hebbende, geweigerd heeft den bedoeldlen staat aan eischer ter goedkeuring aan te bieden, terwijl uit het overgelegd deurwaardersexpioit van den SOsten Mei 1900 blijkt dat de eischer den gedaagde heeft doen sommeeren op dien dag om binnen drie dagen hem, te doen toekomen djen staat of balans

V.'in j-1 a wo it-qti ito»i rla +ne,csoKon vioti Vvaof -ion/^o irn.iinr.v>U^.

'""i t-iv, nwn.cu v vit- lutovijivh mvu wuoi/iuwiuu v cixiiu'uiliöuxlcljjj uvbf

1899 en tevens aan den eischer inzage te verstrekken, van alle bescheiden en boeken, tot dien staat of balans betrekkelijk;

O. dat de gedaagde hieromtrent zich alleen verweert door te zeggen dat' hij steeds bereid was eischer ten kantore van de vennootschap de balans te la,ten inzien en controleeren, maar niet verplicht was de balans1 naar eischers woning te zenden;

hieromtrent dat uit art. 8 van de akte van oprichting der bedoelde vennootschap blijkt, dat jaarlijks moet worden opgemaakt' een staat of balans van de zaken over liet afgeloopen boekjaar, van den lsten Jan. tot den 31sten Dec., welke ten blijke van goedkeuring door de vennooten in duplo moet worden onderteekend voor den lsten Mei van iedeir jaar, tegen welke geteekende balans niet meer in verzet kan worden gekomen, terwijl de winst tusschen de vennooten vóór of op den lsten Meti bij het teekenen van de balans wordt verdeeld, terwijl uit art. 7 blij,kt, dat de eischer behalve vooruit een som van f1440, 40 pCt. en de gedaagde 60 pCt. der winst geniet en dat indien uit twee achtereenvolgende jaarbalansen blijkt, dat de. winst minder is dan f 1440, de vennootschap is ontbonden, terwijl uit de verdere artikelen van de akte van vennootschap blijkt dat gedaagde is beheerendl vennoot belast met de gestie van de zaak, het houden van de boeken en de kas (art. 5 van de akte van vennootschap);

dat daaruit volgt, dat de gedaagde, die het beheer' voerde, de boeken en de kas hield, gezegde staat of balans in duplo vóór een Mei telken jare over het afgeloopen jaar moest opmaken en dat die staat of balans blijkbaar in duplo opgemaakt moest, worden, opdat ieder der vennooten een exemplaar zou bezitten, waaruit volgt, dat de gedaagde niet kon weigeren, eischer buiten het kantoor van de vennootschap de staat af te geven;

O. dat de gedaagde alzoo weigerende dien staat ter goedkeu-

rintr ann rlp/n pisf-hAv a.a.rr tA hiprlpr» on i_

0 — *• vu wji\j.auivö ÖUIIJ.IXia-Uiö OOlv

daarna in gebreke blijvende, dien staat aan eischer te doen toekomen, aan die op hem rustende verplichting niet beeft voldaan en deswege in verzuim werd gesteld;

O. diat alzoo de vordering van den eischer' voor toewijzing vatbaar is, wijl voorhands ook voldoende blijkt van schade uit de wanpraestatie van gedhagde waar de uitbetaling van de winst afhing van de goedkeurang van den staat;

Hecht doende:

Verklaart ontbonden op grond van wanpraestatie door den geragde gepleegd voormelde overeenkomst van vennootschap-

Veroordeelt den gedaagde tot vergoeding van kosten, schaden en in tressen door zijne wanpraestatie geleden en nog te lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; 6

Vei oordeelt hem in de kosten vain het geding daaronder begrepen die bij: het aangehaalde vonnis gereserveerd, tot aan deze uitspraak aam zijde van den eischer begroot op f 212.52^.

maar integendeel van een staat, die nog niet is goedgekeurd;

dat toch da sommatie waarnaar de gestelde en bewezen wanpraestatie toch in elk geval moet worden beoordeeld, het doen toekomen van een staat of balans vorderde naast het verstrekken van inzage van allo bescheiden en boeken, toti den staat of balans betrekkelijk, welke laatste vertooning zonder waardie of belang kan worden geacht, indien de staat of balans reeds was goedgekeurd;

dat echter de statuten geen enkel voorschrift bevatten omtrent de wijze, waarop een staat, als welke geint. op het oog heeft, en welke veeleer met eene proefbalans zou kunnen worden

"ei van aen medevennoot moet worden

gebracht, zoodat nu, waar tusschen partijen vaststaat, dat geïntimeerde vroeger den bedoelden staat steeds ten kantore kwam inzien, om dien te vergelijken met de boeken en bescheiden, welke volgens het contract het kantoor niet mochten verlaten, app. door niet te voldoen aan de daaromtrent door geint. uitgebrachte sommatie, niet kan gezegd worden nalatnig te zijn gebleven in de nakoming der op hem rustende contractueele verplichtingen en dus ook de daaraop gegrondb vordering niet voor toewijzing vatbaar was;

dat bij deze beschouwing een verder onderzoek naar aanleiding der in de tweede plaats doop app. aangevoerde gronden kan achterwege blijven, doch de oorspronkelijke vordlering met vernietiging van het vonnis waarvan beroep, alsnog moet worden ontzegd;

Gezien de artt. 56 B. R.;

Vernietigt het vonnis, wa.rvnr» .

Ontzegt den geint. den door Iiemi ingesteldien eiisoh; Veroordeelt hem in de kosten van den processe-, zoo in eersten aanlag als m het hooger beroep gevallen aan zijde van app. 4M/1-7 «T- 26 ul^sPraak inbegrip der voorschotten op

114/.z0 an eersten aanleg en f 146.27-^ in hooger beroep.

ARRONDISSEMENTS-RECHTBAINKEJN.

Het Hof;

Gehoord partijen in hare conclusiën en pleidooien ;

Gezien de stukken enz.;

Overwegende wat de feiten aangaat:

dat liet Hof — voor zooveel noodlig met overneming daarvan zich gedraagt aan hetgeen daaromtrent bij1 voormeld: vonnis is overwogen;

dat de oorspronkelijke gedaagde daarop van dat vonnis is gekomen in hooger beroep, en partijlen hare stellingen hebben ontwikkeld dn schrifturen, concludeerendie, als aan het slot daarvan is vermeld;

O. wat het recht aangaat:

dat de app. —- behalve twee gronden, waarom de vordering

en oorspronkelijken eischer op de door hem gestelde feiten toch met zou kunnen volgen, ook al' konden die feiten Relden a s overtreding van de vennootschappelijke, overeenkomst —als hoofdgrief tegen het vonnis, waarvan beroep, aanvoert, dat de eerste rechter ten onrechte besliste dat app. aan zijne contractuede verplichtingen met zoude hebben 'voldaan ■

O. dienaangaande: dat het eenige feit hetwelk 'tusschen nartijen vaststaat en waarop de Rechtbank de door haar uitee spraken ontbinding der tusschen partijen bestaande overeenkomst grondde, hierin bestondl, dat de app. weigerachtig was gebleven, den geint. ter goedkeuring aan te bieden een dooi- hem — app. — opgemaakte balans of staat over het jaar 1899 •

rlü.1". floi D.ü'oll+.KoriV TrnxTTTAvmlTif» ,-v.v» •

u" L T vwvyciru^ uc* vcxwöruiig van app.

dat hij bereid was d'ien staat aan geint. ten kantore der vennootschap te laten controleeren, doch niet verplicht was, die balans aan geint.imeerde's woning te zenden — integendeel nit den inhoud van verschillende artikelen van de akte van aprichitin a der bedoelde vennootschap afleidt, dat app. den staat of balans in duplo vóór 1 Mei telken jare over liet afgeloopen jaar moest opmaken, en dat die staat of balans blijkbaar in duplo opgeimaakt moest worden, opdat ieder der vennootschap een exemplaar zou bezitten, en daaruit dan doet volgen, dat de app. niet kom weigeren aan geint. buiten het kantoor van de vennootschap den staat af te geven;

dat het Hof die gevolgtrekkingen echter niet juist acht en in de verschillende artikelen van het contract geen grond; kan vinden voor de verplichting des appellante tot het doen toeko'men van den staat, door geint. gevorderd;

dat toch, waar de voormelde akte van oprichting spreekt van bet. onderteekenen van eene balans in duplo, zij daarmede vermeldt', dat dit geschiedt ten blijke van goedkeuring en alzoo als bewijs, dat de zaken der vennootschap worden vastgesteld,

n.ks nn rlinn sjrnilT. i« vavtvvo M . ° '

dat nu daargelaten al, of niet ook die onderteekening in duplo m elk geval ten kantore der vennootschap moet gesollieden, omdat daarmede toch samen moet gaan de verdeel SiH der winst, die voor zoover zo in geldswaarde bestaat, tot het oogenblik der toescheidmg ten kantore der vennootschap moet verblijven, en aangenomen al, dat die onderteekening in duplo medebrengt, zooals do Rechtbank uit de bepalingen afleidt dat de staat of balans ook in duplot moet worden "opgemaakt en wel opdat ieder der vennooten een exemplaar zal bezitten' — in elk geval in het onderhavige geding geen sprake is van zoódamgen, ten blijke van goedkeuring in duplo opgemaakten, staalt,

ARKONDISSEMENTS-RECHTBANK TE ROTTERDAM. Burgerlijke Kamer.

Zitting van den 12 Januari 1903.

Voorzitter, Mr. J. van Heukelom.

Rechters, Mrs.: Seerp Gratama en G. W. Baron van der

FT Ï1T .'V'f

Eischer's verbintenis om f 100 te betalen voor het geval

'lJ unucre benepen oevracnite aan van leden van den Algemeenen Rijnschippersbond heeft tot oorzaak het voormelde eventueele bevrachten van zoodaniqe andere schepen.

M. Heinsius, scheepsbevrachter te Rotterdam, appellant, advocaat en procureur Mr. M. T. de Baat,

tegen

De Algemeene Rijnschippers,bond, te Rotterdam, geïntimeerde, advocaat en procureur Mr. A. J. Eigkman.

De Rechtbank enz.;

Ten aanzien' der feiten:

Ove? wegende dat de Rechtbank zich. vereenigt met en alzoo overneemt hetgeen daaromtrent is overwogen bij het boven aangehaalde vonnis van Kantongerecht n°. 3 te Rotterdam;

O. dat app. van dat vonnis bij: expMt van 27 Sept. 1901, en alzoo tijdig, in hooger beroep gekomen, bij ter rolle genomen conclusie een viertal grieven tegen dat vonnis heeft aangevoerd, ooncludeerende hiji ten slotte, dat de Rechtbank zal vernietigen ie voormelde vonnis, waarvan appel^ en voorts op* nieuw recht oen e e oorspronkelijke eischeresi, nu geint., alsnog zal verv aren niet ontvankelijjk in haren in eersten aanleg gedanen eisci, immeis en in elk geval dien aan haar zal ontzeggen met hare veroordeeling m de kosten van beide instantiën? i i j3, 6 ëemt'- conolusie van antwoord heeft getracht

;i, np. rl ninir K«.+. • °

i : i ö " vonnis opgeworpen grieven te weer-

eggen, en heeft geconclndeeidl dat. de Rechtbank bevestige het vonnis waarvan appel, met veroordeeling van den app. in de kosten van beide instanttën,;

Ten aanzien van het recht:

• O. dlr'i.t d'fis, a,T>r)ella.ri,lis pp,roifo. x. i—u. i r

—liciu uewirtxien vonms

is, dat daarbij op grond eener dtoor geint. geproduceerde onderhandsche akte van 13 Juni 1899 al® bewezen is aangenomen dat app. zich op dten 13den Juni 1889 (lees 1899) tegenover dé nu geint. verbonden heeft zooals verder bij dagvaarding staat omschreven; dat toch geint. is eene vereeniging, wier staituten blijkens de Nederlandsohe Staatscourant van 5 Auy. 1899 zijn goedgekeurd bij Kon. Besluit van 19 Juli 1899 n°. 76 terwijl de aan het hoofd der oorspronkelijke dagvaarding vo'orko mende opgave, dat geint.. is goedgekeurd bij Kon, Besluit van

8 AllO- 1 RQ'R ica in cf/rni/-] mflti /l p. Wo,o.T«l->ci,irl

o — ^owmu gemr. aan de

voor hare erkenning onderteekend!e akte van 13 Juni 18QQ ffa0« recht kan ontleenen ; S

O. dat deze grief niet juist te achten is, daar toch bliikens overgelegde en hiervoren sub 2 vermelde 8taatsoo.urant de öwtuten der vereeniging Algemeene Rijnschippersbond reeds

welke n,J,fUlt Van 8 1898 49 iij,U A*™* vim maldL if l ™6 0penihjk f g,e,bIeofn d001, hun"e openbaarln,de zooeven aange'haalde Staatscourant en den-halve daardoor de rechtspersoonhjklieid dter VereenigjW\L yZl denbewusten 13den Juni 1899 vaststaat; S ë ^

tinw in2l<l0ia'PP' zioh heeft bfoeP™ °P eene openbaarmaBesfuiWan vaa de bij Kon.

eenitrino. A w" i->- , : Ku"useii™ro'e' statuten der ver-

statuten "*1 PP OK5h db llierin vermelde

gemelde St® ^ Zljn eene' van die in nieer-

S!: al-

delen rn,™ „„1 &-T J 85 ™ ircpct^i'gen omtrent doel enmid-

Stiflteo^int 16 zooals dlfcis vermeld in n°. 182 der

Staatscourant van 1899 en zooals dit vei-beiterd is ,in n° 165

dat <teze statut en bT «^.'lijk is vermeld',

6 MaarTl89R t511 ,bfrffon d'e Vereeniging die is opgericht op

daad vo,lSt^ndXiKt1^t ffT dan ^ der oorspronkelijke dagvaarding is vermeld ;61 ^

heeft aancevoerd tW^d. ÜS' ®rief te?en het vonnis

herft de' f -aal,blJ IS hef dat hiJ niet aannemelijk

verbtaS^nder °r "T ?evoerde dat db bedoelde

ST a J oorzaak is aangegaan, welke beslissing on-

kmtetós hef'h T ® 00rBpTOnkflljke eischeres na zijne omt-

te^fbii de ,eeV-T oorzaali zal he^be» aan te toonen,

-iwijt bij de oorspronkelijke dagvaarding geen enkel feiti is ge-

steld, waarin eene ooi-zaak voor de verbintenis ligt opgesloten en de onderhandsohe eenzijdige verklaring van 13 Juni: 1899 evenmin eene oorzaak voor de verbintenis bevat;

(J. wat aangaat deze grief:

dat blijkens de dagvaarding in eersten aanleg, de betaling

wordt gevraagd van een bedrag van f100, waartoe gedaagd"

Z ,,nH ! V,''i 'i,ml,'n blJl de «vergelegde sub 5 aangehaalde on-

da,™ V ' VT neh=eival lljJ iU'dere schepen bevrachtte dan van leden van den Algemeenen Rijoiscliip^ersbond;

dat alzoo deze betalaiigs,belofte tot oorzaak luid de bedoelde eventueele bevrachting van zoodanige andere schepen en dus deze. griet as ongegrond;

O. dat als derde griet door app. is aangevoerd' dat de boete met is gesteld op elke doch slechts op moedwillige Zer tredmg; 6 uyo1,

dat van eene dergelijke moedwillige overtreding alleen snrake kan zijn, wanneer hij, een schipper had aangenomen, van wien J wist, dat deze geen lid was van den Bond, zoodat nu bii dagvaarding niet dit is gesteld, doch slechts dat hij niet voorat heeft geïnformeerd, of de door hem aangenomen schipper üellebosch lid was van den bond, ten onreente door den Kantonrechter dit laatste is gequalifiiceerd ais een moedwillige overtredino- •

O. echter dat ook hierop de app. zich ten om-echte beroept;

O. toch, dat hij, zich tegenover geint. verbindende, gelijk hij deed, daardoor verplichtingen op. zich nam voor welker richtiige nakoming hij zijnerzijds had! te zorgen,, door eventueel d i, e maatregelen te nemen, welke noodig waren om te voorkomen

/In.fc Kfi. h<nnrl&lrla -in of i'i-iVT /-.+ i. • .

v —---v. mcu uo a-aaiiyt^cuio veiUHIlteniS, ZOOQat,

waar hij gelijk in casu — een schipper aannam,, van wien liii niet wist of die al dan niet lid was van den Bond, zonderdaaromtrent ook maar het minste onderzoek in te stellen, hij op dien grond geacht kan worden inderdaad moedwillig de verbintenis te hebben overtreden;

O. dat des appellants vierde en laatste grief deze is, dat de kantonrechter geen termen heeft gevonden tot toepassing van art. 1345 B. W., waarvoor toch wel degelijk termen aanwezig waren, daar immers de hoofdverbintenis voor een gedeelte was vervuld en de geint. door de overtreding zelve hoegenaamd geen schade heeft geleden;

O. daaromtrent, dat waar de Rechtbank in de betalingsbelofte, vervat, in meergemelde onderhandsche akte de hoofdverbmtenis ziet, waartoe gedaagde zich heeft verbonden en niet een bijkomend strafbeding, van toepassing van art. 1345 B. W. geen sprake kan zijn — zoodat, ook deze grief niet kan opgaan; bekrachtigd. r ve ll0t bestred'en vonnis behoort to worden Gezien art. 56, 339 vlg. B. R.;

Bekrachtigt het, vonnis den 28sten Juni 1901 doqr den kantonï echter in kanton drie te Rotterdam tusschen partijen gewezen • Veroordeelt den app. in de kosten van het hooger beroep aan zijde van gemt. tot op deze uitspraak begroot op f 110'.

Een m. i. merkwaard,io- cboi+in, „miir. i.—„•

het onderzoek naar de ^^TerSTniTlT lS"T vert dit in kracht van gewijsde gegaan vonnis op. Wati jiiet anders is, dan de Voorwaar d e, waaronder de app. zich tot betaling van f 100 heeft verbonden, te weten het geval dat hii andere ^ schepen dan die van den geïntimeerde zou bevrachten wordt in het vonnis uitgemaakt voor de eau sa. L. M.

HOOGE RAAD. — BULLETIN.

(Kamer van vacantie.)

Zaterdag, 18 Juli.

Uitspraak gedaan in zake:

90' tt' Zj B'' teg'elI1, ee® arrest van het, Hof te Amsterdam.

xo' t i cjtegen een a"'6811 van liet Hof te Amsteidam.

, "•> tegen een vonnis der Rechtbank te 'sHertO'g-enbosch.

4 . (kieswet). J. G. Willing, tegen een vonnis van den Kantonrechter te Amsterdam.

Conclusie Openb. Min. in zake, de Kieswet :

1.1 . J. Bi-u'ikers, tegen' een vonnis van den Kantonrechter te Heerlen.

2°. J. W. Bruikers, tegen een vonnis van den Kantonrech tetr te Heerten.

3°. J. J. Qerartz, tegen een vonnis van den Kantonrecliter te Heerlen.

4°. K. J. Gerards, tegen een vonnis van den Kantonrechter te Heerlen.

5°. G. J. Thissen, tegen een vonnis van dbn Kantonrechter te Heerlen.

6°. F. Th. Janssen, tegen een vonnis van den Kantonrecliter ta Heerlen.

7°. J. M. van Tongelen, tegen een vonnis van den Kantonrechter te Heerlen.

Pleidooi in zake Onteigeningswet :

J. N. Both, eischer, advocaat Mr. J. H. Teld'erS', tegen de Maatschappij, tot Expl. van Tramwegen;, verweerderes advocaat Mr. B. M. Vlielander Hein.

PERIODIEKE LITERATUUR.

Themis, LXIY (1903), Afl. 3, blz. 447- 611

Het soh|jnt in de bedoeling van Mr. o. L. Kooiman te liggen de Fragmenta juris Romani antiqui beurteling in het Rechtsgeleerd Magazijn en in Themis te doen opnemen Ziin beschouwingen althans over de Executie in het Oud-Romeinsche recht, waarmede de jongste Themis-aflevering wordt geonend sluiten zich onmiddellijk aan bij de in eerstgenoemd tijdschrift'

r nnr hpm nnncra\ranoon qaihv °

Ook hier vormen de door Gaius vermelde legis actiones schrijvers uitgangspunt. Volgens hem kende het oudste recht alleen de legis actio per sacramentum en die per manus ïniectionem en was de laatste, die oorspronkelijk alleen tegen judicati kon worden aangewend, niet anders dan de regeling van den eemgen toenmaals bekenden executievorm. Onjuist acht hij het dan ook m haar eene afzonderlijke wijze van procedeeren te zien. Zelfs wanneer een vindex voor den debiteur optrad en de aangevangen executie onderbrak, veranderde de ingestelde legis actio niet van karakter. Weliswaar zette de vindex dan den rechtsstrijd met den manum injiciens voort, doch hierdoor ontstond een nieuw proces, waarschijnlijk in den vorm eener legis actio per sacramentum, en van eene sprake ^ oorspronkelijke manus iniectio was geen

Mr. Kooiman kan niet nalaten hier Gaius weer eens op de