Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootendeels buiten training, hetgeen zich in de resultaten onherroepelijk wreekt. Gerard Kroone werd 1 Februari 1897 geboren en is leeraar teekenen M.O. Hij genoot zijn opleiding in Amsterdam en schaakte ook meestentijds daar. Hij leerde het schaakspel in de sinds overleden club „De Toren", werd later lid van „De Pion" en van de A.S.C., terwijl hij na zijn vertrek naar Santpoort, bij Haarlem, lid werd van het Haarlemsch Schaakgezelschap. Hij won achtereenvolgens de kampioenschappen van „De Toren", „De Pion" en het H.S.G. In den bondswedstrijd te Nijmegen in 1921 werd hij 1 en 2 met Bosscha, in dien te Utrecht 3 achter Euwe en Loman. In dien van 1932 te Velzen werd hij 1 en 2 met Mulder. In 1927, Kerstmis, won hij den ,,Keus"beker: moest hem echter het volgende jaar afstaan aan Van den Bosch. In 1919 en 1920 speelde hij met Euwe, toenmaals nog geen Dr., twee matches, elk met den uitslag 5 tegen 5. Dat zou hem nu niet glad meer zitten! In den landenwedstrijd te Londen in 1927 scoorde hij 9 uit 15. Hij voelt zich tot Laskers speelwijze het meest aangetrokken, terwijl hij Niemzowitsch zeer hoog schat als schaakdenker en schaakschrijver. Met wit opent Kroone het liefst met e2—e4, niet omdat hij dezen openingszet beter acht dan d2—d4, maar omdat men volgens hem tegenwoordig van de d4-opening een al te wetenschappelijke studie maakt en liet schaakspel hem geenszins aantrekt als wetenschap, maar veeleer als kunst.

De derde ronde.

De derde en vierde ronde werden op denzelfden dag gespeeld. In de derde ronde had Kroone wit tegen Spanjaard. Het werd een Siciliaan, waarin Kroone een gevaarlijk lijkenden aanval opende. Spanjaard beschikte evenwel over voldoende ressources en de partij werd remise. Van den Bosch opende tegen Euwe met een damegambiet en speelde op winst, daar hij met remise niet gediend was, wat het behoud van den beker betrof. Hij speelde op alles of niets. Het werd niets.

Fontein speelde tegen Mühring een uitstekende partij. Een Zukertortopening. Dr. Tartacover noemt deze speelwijze de Napoleonopening. Door fraai positiespel sloeg hij munt uit zijn „beteren" raadsheer. Fontein heeft in dezen wedstrijd bijzonder goed gespeeld. Had Spanjaard van Euwe gewonnen, dan zou de beker dit jaar in Den Haag zijn gebleven. Mr. George Salto Fontein werd 11 Juli 1890 te Harlingen geboren. De tweede naam herinnert aan Frieschen bodem. In 1905 leerde zijn vader hem het spel en dat jaar nam hij deel aan den wedstrijd te Scheveningen in de derde klasse. Nadien beoefende hij het spel bijna uitsluitend in clubs; zelden op wedstrijden daarbuiten. De laatste jaren nam hij slechts sporadisch aan wedstrijden ideel. Wel speelde hij regelmatig mee voor D.D. in de competitiewedstrijden om het clubkampioenschap van Nederland. De eerste belangrijke wedstrijd van nationalen aard, waaraan Fontein meedeed, was die ter gelegenheid van D.D.'s 60-jarig bestaan in Januari 1913. Nadien heeft hij zich ontwikkeld tot een der allersterksten in Nederland. Hij speelt positioneel. Dr. Tarrasch heeft daar sterken invloed op uitgeoefend. Inzonderheid trok Laskers speeltrant hem aan, Aljechins speelen analysemethode stelt hij zeer hoog. Naar zijn eigen opvatting heeft Fontein's spel steeds geleden aan een tekort aan agressiviteit en combineeren. Toch heeft hij, en met succes, getracht, deze leemten successievelijk aan te vullen, waardoor aanval en combinatie meer deel van zijn spel zijn gaan uitmaken dan vroeger. Het eerste schaakboek, dat hij ter hand nam, was het Neurenberger congresboek van 1896. Dit boek, de Morphyuitgave van Max Lange en Van Lenneps onvergelijkelijke arbeid in het Tijdschrift van den N.S.B. hebben zijn schaakliefde gewekt en gevestigd.

De vierde ronde.

Gedurende den geheelen wedstrijd is er spanning geweest! In sterke mate! Euwe had in de vierde ronde wit tegen Fontein. Hij behaalde een minimaal positievoordeel, een vrijen a-pion, maar dit voordeel bleek niet genoeg om te winnen. Mühring is goed thuis in de Collevariant en trachtte ze tegen Kroone aan te wenden. Deze antwoordde evenwel op z'n Hollandsch, met e6 als eersten zet. Zonder veel opwindende momenten sloot de partij met remise. Geheel anders ging liet in de partij Spanjaard—Van den Bosch, een orthodox damegambiet. Van den Bosch speelde zonder initiatief, beging in ietwat moeilijke stelling een bévue, die de kwaliteit kostte, en Spanjaard won gemakkelijk. Van den Bosch heeft in dezen „Keus"-bekerwedstrijd beslist onder zijn kracht gespeeld. De reden hiervoor lag evenwel voor de hand. Hij was nauwelijks van een stevigen griepaanval hersteld en nog niet op krachten. Sportiviteitsoverwegingen deden hem evenwel besluiten, toch mee te doen. Bij nietversehijnen zou zijn beker toch voor de eerstvolgende jaren voor hem verloren zijn. Meedoen was dus de eenige kans! Wat de bekerhouder voor de beide

Sluiten