Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31e Jaargang

No. 12

Dec. 1933

DE UITVINDING VAN HET SLINGERUURWERK

door

Dr. A. C. DE KOCK (Slot van blz. Mi-).

Toen eenmaal het ontwerp vastgesteld was, besloten Galileï en zijn zoon onmiddellijk aan het werk te gaan. Vicenzio vreesde echter, dat eventueele helpers ruchtbaarheid aan de vinding zouden geven en wilde daarom het geheele instrnment zelf maken. De tenuitvoerlegging werd daardoor vertraagd en enkele maanden later stierf Galileo Galileï (8 Jan. 1642). Vicenzio's animo was door dit treurige voorval geheel verflauwd en pas in April 1649 nam hij de constructie van de klok in quaestie weder ter hand, „welke gemaakt is", zooals Yiviani mededeelt, „naar het ontwerp, dat zijn vader aan hem had medegedeeld in mijn aanwezigheid". Na vastgesteld te hebben, dal Vicenzio Ballestri in dienst nam, een jongen slotenmaker, om het ijzeren frame te smeden en de raderen met hun assen, zonder deze evenwel te snijden, vervolgt hij, dat Vicenzio de rest van het werk zelf deed. Hij sneed in het nokkenwiel 12 tanden en plaatste tusschen iedere 2 tanden in den zijrand van het wiel een pen. Het rondsel op den zelfden as kreeg 6 tanden en het rad, dat op dit rondsel werkte, 90 tanden. De slinger bestond uit een ijzeren staaf, met een looden bal, die los geschroefd kon worden en hoog of laag gesteld, naar gelang voor de repasseering der klok noodig was. Terwijl hij met deze werkzaamheden bezig was, werd Vicenzio echter door koortsen overvallen en op den 21sten dag van zijn ziekte (16 Mei 1649) gaf hij den geest, na op denzelfden dag, zonder twijfel in een aanval van delirium, al zijn klokken, ook de klok in quaestie, in het ongereede te hebben gebracht. Het schijnt, alsof hem in zijn laatste uren een gevoel van walging bevangen heeft voor alles wat uurwerk was.

Biot heeft in dit rapport een aanleiding gevonden op heftige wijze een pleidooi voor Huygens te houden, waarbij hij op ongemotiveerde wijze leelijke beschuldigingen uitte aan liet adres van Viviani. Zoo concludeerde hij, dat de klok in het rapport van Viviani een fictie was, of hoogstens gerepresenteerd werd door een onvoleindigd model, dat in den boedel van Vicenzio's weduwe, die in 1659 stierf, gevonden werd. Drummond Borertson

Hemel en Dampkring, XXXI. 27

Sluiten