Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HEEFT VINCENZIO GALILEI OP ZIJN STERFDAG ZIJNE UURWERKEN VERNIELD?

DOOR

Dr. J. A. VOLLGRAFF

Mei belangstelling las ik in de afl. van November en December 1933 het artikel van Dr. A. C. de Koek over de uitvinding van het slingeruurwerk, waarin het werk van den Hr. J. Drummond Robertson „The Evolution of Clockwork" van 1931 wordt geresumeerd (althans voor zoover het met Chr. Huygens in verband staat) en ook mijn naam wordt genoemd. In het jaar 1931 '), gedurende de publicatie van het eerste gedeelte („L horloge a pendule de 1656 a 1066 ') van Deel XVII van Huygens' „Oeuvres Complètes" (verschenen in 1932) heb ik met den Hr. Dr. Robertson, die zich reeds veel langer dan ik met de geschiedenis der uurwerken had beziggehouden, in briefwisseling gestaan, hetgeen mij zeer ten goede is gekomen- Om slechts één voorbeeld te noemen zie Deel XVII p- 38 aan hem dank ik het dat ik heb kunnen vermelden dat reeds 25 Sept. 1657 een Coster-klokje le Florence is gearriveerd (p- 121 van het artikel van Dr. de Ivock). Het feit dat de Hr. Dr. Robertson mij dit mededeelde, en het ook in zijn eigen werk zegt, doet wel zien dat het hem er niet om te doen was eenzijdig de prioriteit van Florence op het gebied van slingeruurwerken te bepleiten, maar dal hij getracht heeft naar zijn beste weten elk der betrokken personen de eer le geven die hem toekomt, zonder iels te willen verzwijgen.

Mijn aandacht blijft op deze dingen gevestigd, daar ik thans met de bewerking van Deel XVIII van Huygens' „Oeuvres Complètes" bezig ben, hetwelk het „Horologium oscillatorium" van 1673 en wat verder nog over Huygens' klokken te zeggen valt zal bevatten2). Een drukproef van het „Avertissemenl van ..Horol. oscill." ontving ik reeds in October 1933; ik zal daaruit straks een-en-ander citeeren.

Laai ik eerst aanstippen dat het niet volkomen juist is, zooals Dr. de Koek p. 119 zegt, dat Huygens zich, volgens mij, vanaf 1616 mei slingerquaesties zou hebben beziggehouden in verband met Melius' „Geografische onderwijsinghe"■ dil werk noeml hij (Dl. XVII. p. 8) eerst in 1656. Als ik (p. 10) zeg dat Huygens sederl 1616 belang stelde in de slingerquaestie, dan is dil (zie Dl. XVI) omdat Mersenne in dal jaar zijn aandacht vestigde op het

i , Ook reeds in 1930.

2) Ik hoop dal dit in 1934 zal kunnen verschijnen.