is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel ï. Alle zoogenaamde conflicten van attributien^ Welke in twistgedingen over eigendom , schuldvordering of burgerlijke regten, door administratieve autoriteiten , volgens de bepalingen der fracsche wetten, zijn opgeworpen, en omtrent welke nog geen uitspraak gedaan is, worden, voor zoo veel des noods, vervallen verklaard.

2. Alle zoodanige der genoemde twistgedingen, welke tegenwoordig voor de Raden van Prefekture of Intendance aanhangig zijn, en welke, volgens de grondwet, aan de beslissing der regterlijke magt zijn overgelaten, zullen in den staat, waarin dezelve zich bevinden, door een der partijen, iij eene eenvoudige citatie, overgebragt kunnen worden voor tien regter van eersten aanleg.

De zaken die niet volkomen geïnstrueerd zijn, zullen verder in geschrifte behandeld worden , bij memorien , overeenkomstig de bepalingen van bet ïste gedeelte, 2de boek, 6de titel van het wetboek van burgerlijke regtsvordering.

Indien echter zoodanige zaken van de competentie mogten aï]n der vredegeregten , zullen dezelve aldaar afgedaan worden , op den voet en wijze bij hetvoorz. wetboek, voor de vredegeïegten, voorgeschreven zullende wijders van alle de iti dit artikel gemelde zaken kunnen worden geappelleerd , hoe gering de waarde van bet onderwerp ook zoude mogen zijn.

8. Zoodanige zaken , waarvan reeds ter eerster instantie uitspraak gedaan, en van welke, volgens de bepalingen der frangche wetten , beroep op den Staatsraad gedaan is, of als nog zouden kunnen gedaan worden, zullen eveneens door de belanghebbenden knnnen gebragt worden bij een der Ilooge Geregtshoven , onder welks ressort de uitspraak ter eerster instantie gedaan is.

4. In afwachting van de oprigting van den Hoogen Raad, zullen de bovengenoemde zaken, welke betrekkelijk zijn tot eigendoms - Vegt of schuldvordering, of burgerlijke regten , en in de termen vallen van artikel 179 der grondwet, en volgens dat artikel voor gemelden Hoogen Raad zouden moeten gebragt worden, onverminderd het geen bij artikel y der wet yan 4 Januari l3i4 in de noordelijke provinciën, omtrent de competentie van het Hoog Geregtshof van Financiën en Zeezaken, provisioneel is vastgesteld, bij bet Hoog Geregtsfcof, onder w eiks ressort de aanlegger woonachtig, of zoo er

meer