is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan oi opgerigt worden, zonder speciaal, door Ons, op daartoe alvorens bij de Kollegien van gedachte Gedeputeerde Staten, respectivelijk ingeleverd verzoek, verleend consent j

Overwegende , dat bi; de Wet op het Regt van Patent , van den Februari 18x6, {Staatsblad, n\ ,4) expresselijk wordt gestatueerd :

« Dat de te accorderen patenten niet zullen vrijstellen » van te voldoen aan de bepalingen van algemeene en » plaatselijke policie. »

Voorts in aanmerking nemende , dat vele eigenaars , of ondernemers van uit krachte van vroegere autorisatien, bestaande diligences, postwagens of andere, op bepaalde tijden, afgaande rijtuigen, voortdurend nalatig blijven , om , hoezeer zij/ daarvan geene onwetenheid kunnen voorwenden, zich aan het Kollegie der Gedeputeerde Staten hunner Provincie tot continuatie der concessien te vervoegen;

En willende, ter voorkoming van, de daaruit ontstane misbruiken , behoorlijk voorzien j

Gelet op het 48ist« artikel van het Straf-Wetboek , mitsgaders op de Wet van den 6de" Maar* 1818 (Staatsblad, n". 12 ) , houdende onder anderen bepalingen, omti ent de straffen tegen de overtreders van algemeene maatregelen van inwendig bestuur, waartegen geene andere wettelijke strafbepalingen aanwezig zijn j

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsehe Zaken van den 8*ten Maart 1819 , n° x38 — n°