is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1823, 01-01-1823

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opperhoutvester voor Je noordelijke provinciën, ter zake van het weigeren der registratie van des aanleggers vermeend jagt-regt;

Voorts Op de rekeste van M*. j. a. du bois, voornoemd , houdende verzoek, dal Wij door een besluit de regters mogen in staat stellen om over het aanhangig geschil uitspraak te kunnen doen;

Gezien de wet van den ïjden JuU 1814 (staatsblad n°. 79), en Ons besluit van den 8slcn Februari 1815 (staatsblad n°. ll):

Den Raad van State gehoord;

In aanmerking nemende dat, wanueer aan den eenen kant, alle verschillen , welke over den eigendom van jagt, of over het heerlijk regt der jagt zelve, tusschen de heeren en eigenaars ter eenre, en de grondeigenaars ter andere zijde, zouden mogen ontstaan , ingevolge art. 8 van Ons laatstgemeld besluit, als gewone onderwerpen van regten , voor den gewonen regter motten worden gebragt , en door denzelven beslist, het aan de andere zijde ontegensprekelijk is, dat, zoo lang die verschillen bij den regter niet zijn uitgemaakt, de O p per ja ge r me es terOpperhoutvester, als zoodanig de magt heeft om de registratie toe te staan of te weigeren, naar bevind Van zaken; —- dat hij bij de uitoefening van die magt geenen anderen leidraad moet kennen als zijne eigene overtuiging , geen ander oppergezag dan het Onze; dat alzoo de regter wel over de regten des verzoekers uitspraak mag doen , maar niet over het gedrag van den Opperhoutvester; terwijl, zoo als ia