is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1824, 01-01-1824

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het vervolg mogt worden opgebouwd of hersteld , de hoogte moeten hebben van ten minste drie ellen.

Elk der geburen mag ten zijnen koste in de plaats Van eene gemeene heining een gemeenen muur zetten, maar geenszins eene heining in plaats van eenen muur.

31. Geen der naburen mag, zonder de toestemming a an den anderen, in den gemeenen scheidsmuur , eenig venster of andere opening maken, op welke wijze het ook zijn moge.

Hij mag dit echter doen in dat gedeelte van den muur, hetwelk hij ten zijnen koste optrekt, mits zulks dadelijk bij de optrekking geschiede, op de wijze bij de twee volgende artikelen omschreven.

22. De eigenaar van eenen muur die niet gemeen is, en waar tegen het erf van eenen anderen onmiddellijk aan ligt, mag in dien muur lichten of vensters maken van digte ijzeren traliën voorzien, en met vaststaande ramen.

De traliën zullen ten hoogste één palm tusschenruimte, dc één van de andere mogen hebben.

2.i. Deze vensters of openingen mogen niet lager gemaakt worden dan 25 palmen boven den vloer of grond der kamer, welke men verlichten wil, indien dezelve met de straat gelijksvloers is, en niet lager dan 20 palmen boven den vloer voor hoogere verdiepingen.

24. Men pwg over het afgesloten of onafgesloten erf