is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1948, 01-01-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

van het

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 8 Januari 1948, No. 12884/R, Afdeling Ambtenarenzaken, Bureau I, daartoe gemachtigd door de Raad van Ministers;

Overwegende, dat het wenselijk is met het oog op de voorgenomen inkrimping van de burgerlijke Rijksdienst voor enige groepen van burgerlijk Rijkspersoneel, waarvan de dienstbetrekking tengevolge van die inkrimping is of zal worden beëindigd, een uitkeringsregeling te treffen;

Gelet op Ons besluit van 3 Augustus 1922 tot regeling van de toekenning van wachtgeld aan burgerlijke Rijksambtenaren (Staatsblad No. 479), laatstelijk gewijzigd bij beschikking van de SecretarisGeneraal van Binnenlandse Zaken van 27 Juni 1942 (Nederlandse Staatscourant van 29 Juni 1942, No. 123), het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1934, het Algemeen Rijksambtenarenreglement en het Arbeidsovereenkomstenbesluit;

De Raad van State gehoord (advies van 20 Januari 1948, No. 28);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 3 Februari 1948, afdeling Ambtenarenzaken, Bureau I, No. 13000/R;

Hebben goedgevonden en verstaan:

1. In dit besluit wordt verstaan onder:

a. „Onze Minister": Onze Minister van Binnenlandse Zaken;

b. „belanghebbenden": de personen, bedoeld in artikel 2;

(No. I 49) B E S Zj UIT van 10 Februari 1948, houdende vaststelling van een tijdelijke uitkeringsregeling voor enige groepen van burgerlijk Rijkspersoneel. (Tijdelijke Uitkeringsregeling 1947).

Artikel 1