is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1948, 01-01-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de dienstplicht te verlener, wegens de aanwezigheid van een bijzonder geval, met bepaling, dat deze vrijstelling niet zal gelden in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden.

Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit besluit."

Daar ik mij met het door de Afdeling uitgebrachte advies niet kon verenigen, heb ik met een schrijven van 8 December 1947, Afd. A3, S2, Bur. 1, nr. 1201, deze zaak, krachtens de mij door Uwe Majesteit verleende algemene machtiging, bij de Afdeling ter nadere overweging aanhangig gemaakt.

Ter motivering van mijn standpunt werd in dit schrijven het volgende aangevoerd:

„De positie van de geestelijke verzorger bij het leger is nog dezelfde als voorheen; zijn taak bestaat uitsluitend in het verlenen van geestelijke bijstand aan militairen.

Hij staat slechts onder de bevelen van de Hoofdlegerpredikant of de Hoofdlegeraalmoezenier.

De Commandant van een bataljon, waarbij een geestelijke verzorger is ingedeeld, is niet gerechtigd hem bevelen te geven.

Hierin openbaart zich reeds duidelijk, dat zijn ambt met de eigenlijke militaire dienst niets heeft uit te staan.

Hij gaat ook geen verbintenis aan bij het beroeps- of reservepersoneel der Koninklijke Landmacht, doch wordt op burgerlijke overeenkomst voor een bepaalde tijd aangenomen.

Dat hij de militaire uniform draagt en zelfs de voor de officieren bestemde onderscheidingstekens, heeft o.a. ten doel hem de bescherming te verlenen van de Conventie van Genève en het hem gemakkelijk te maken bij het zich bewegen bij de troep, doch geenszins om hem een militaire status te verlenen.

Zoals U wellicht bekend zal zijn, is ook aan verschillende ambtenaren, die uit hoofde van hun functie geregeld in de door de geallieerden bezette gebieden moeten verblijven, toegestaan de militaire uniform te dragen (doch zonder rangonderscheidingstekens en met een bijzonder distinctief), uitsluitend met het oogmerk om gemakkelijker met de bezettende macht in contact te kunnen komen en zich te kunnen bewegen zonder steeds de verschillende formaliteiten, welke aan burgers zijn opgelegd, te behoeven ondergaan.

Deze personen worden aangeduid met civiel-officier, doch zijn geenszins militair, al worden zij in sommige opzichten wel als zodanig behandeld.

De categorie van geestelijke verzorgers zou gemakkelijk kunnen worden uitgebreid met verschillende andere groepen, zoals b.v. leden