is toegevoegd aan je favorieten.

De padvinder; algemeen orgaan voor de Vereeniging "De Nederlandsche Padvinders", jrg 1, 1915, no 1, 1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PADVINDER.

plaats. Het gedeelte voor buiten bestemd op den eerstvolgenden oefeningsdag. Schriftelijke aanmelding vooraf verplicht (ook voor insigne-examens); van mondelinge opgaven kan geen nota genomen worden. Uniformen. Bestellingen voor uniformstukken moeten voortaan door de Patr. leiders worden opgenomen en gelden daarvoor aan hen betaald worden. De Patr. leiders geven deze opgaven het laatst van iedere maand met het geld aan Assistent v.d. Velden Erdbrink, die voor de uitvoering dier bestellingen zorg draagt. Vragen. Vragen betreffende kleeding, plannen enz., uitsluitend tot de Patrouille-leiders te richten; alleen in bijzondere gevallen tot Leider of Assistenten. Het spreekuur van den Hopma is Zaterdagsavonds van ll/2 tot uur in het Clublokaal, Charl. de Bourbonstraat 65. Bezoeken aan huis dus alleen als iets geen uitstel lijden kan. Feestavond. De heer Steinbuch heeft ons, in verband met de feestelijke opening van het Clublokaal een contra-feestje aangeboden. Een leuke verrassing! Onze gastheer vraagt of w ij nu voor aardige voordrachten en ’n tooneelstukje zullen zorgen. Natuurlijk, dat doen we! Jongens, zorgt er voor dat jullie flink voor den dag komen! Vakinsignes. In Januari—Februari toegekend; drukkers- en hoornblazers-insigne aan C. v.d. IJssel; koksinsigne aan H. J. M. Gilhuys. Cursus V. en E. H. Einde der volgende maand opent de heer De Vries van Bronovo voor ons een cursus in verbandleer, eerste hulp bij ongelukken enz. Onze jongens, die er reeds zoo lang naar gevraagd hebben, zullen zich over dit bericht wel verheugen. Aan den sympathieken instructeur der N. P. reeds bij voorbaat onzen dank! Brief van den Hopman. Beste Jongens, Sedert mijn vorigen brief in onze „Maandrevue” is er in Troep 111 weder heel wat belangrijks voorgevallen. Elders in dit blad vindt jullie de redenen medegedeeld, waarom er voortaan een N. P. 0.-maandblad ~De Padvinder” zal verschijnen, en behoef ik daarover dus niet veel te schrijven. Alleen dit: ’t spreekt als van zelf, neen, het is ons aller plicht, dat we „De Padvinder” krachtig en als één man steunen, zoowel door het geregeld koopen en verspreiden van het blad, als het zenden van stukken, die het aantrekkelijke ervan kunnen verhoogen. Dit blad toch zal aan anderen, die nog niets van ons werk afweten een beeld geven van wat er zoo al in onze N. P. 0.- troepen omgaat en hetgeen ze verrichten, hen opwekken zich bij ons aan te sluiten en dus een uitstekend propaganda-(= aanbevelings-)middel voor die troepen zal zijn. Verliest de beteekenis ervan niet uit Toog tracht met „De Padvinder” ook jongens voor Troep 111 te winnen! Om nu terug te komen op het belangrijke, waarvan ik zooeven sprak; we mochten ter officiëele inwijding van ons lokaal een gelukkig goed geslaagd feestavondje geven, waarop, voor zoover de ruimte het

toeliet, eenige gasten genoodigd waren. Daar zagen we door ons geacht Bestuurslid, Kapitein Landaal, de Swastika, d.i. het vriendschapsteeken onzer organisatie, aan den heer Steinbuch uitreiken en hoorden we hem tevens tot Bestuurslid benoemen, hetgeen ons allen groote vreugde heeft verschaft. Wat is het toch prettig, als je op zoo’n avond zooveel opgewekte gezichten om je heen ziet van menschen, die allemaal tot je eigen Organisatie behooren! Als op een gebeurtenis van groote beteekenis voor ons allen mogen we ook terug zien op onze installatie van 30 Januari. Velen hebben daar in tegenwoordigheid van onze geachte Hoofdbestuurs- en plaatselijke Bestuursleden: de heeren Driessen, 'Landaal, v. Pallandt en Steinbuch, en van ouders of vrienden een plechtige belofte afgelegd, die ze, ik twijfel er geen oogenblik aan, ook werkelijk zullen nakomen. Mochten we dat niet altijd kunnen en wel eens n oogenblikje van het goede spoor, ons door die belofte aangewezen, afwijken, dan is het Padvindersplicht om dat spoedig dooreen edele of nuttige daad weer goed te maken. De heer Landaal heeft bij het installeeren daar trouwens reeds alles van gezegd en in ons clublokaal heb ik er ook nog een woordje over gesproken, zoodat geen onzer er meer onkundig van is. Dat we op voorstel van eenige leden, onder algemeenen jubel, hebben besloten het Beschermheerschap van Troep 111 den heer Steinbuch aan te bieden met cerzoek tevens ook zijn naam te mogen voeren, en laatstgenoemde dit Beschermheerschap welwillend heeft aangenomen, is jullie reeds bekend. Doet nu ook je best om de „Steinbuch-troep” zoo kranig en geoefend mogelijk te maken, opdat de Beschermheer van alles wat hij reeds voor ons deed en nog zal doen, genoegen moge beleven! Onze Rijswijksche jongens: De Regt, Ruijgrok, Denijs, Van Eldik, Kamp en Nieuwenhuis (waarom deden onze andere Rijswijksche troeplui ook niet mee?) hebben met hun buscollecte voor het Kon. Nat. Steuncomité die ze zelf bedachten en uitvoerden een voor Rijswijk flink succes gehad. Een som van ruim 54 gulden haalden ze daar, onder regen en stormbuien, aan centen, nikkel- en zilvergeld op, waarvoor het Steuncomité zich zeer dankbaar betoonde. Eenige gezinnen kunnen daarmede weer eenigen tijd geholpen worden. Gaat zóó voort, jongens, tracht maar veel goea te doen, ook door kleine werkjes in je omgeving, overal waar je maar helpen en verlichten kunt. Je komt daardoor zelf ineen prettige, gelukkige stemming. Niets-doende jongens vervelen zich. zijn zich zelf en anderen inden weg. Maar nu moet ik toch eindigen, hoor. al heb ik jullie ook nog zoovéél te vertellen. Over ons kamp en voorkamp twee gewichtige punten waarvoor we nu al zoo langzaam aan moeten gaan zorgen om een goed figuur te maken, een smakelijk pootje te kunnen koken, onze uniformen net te houden enz., en over ons pas opgericht „Kleedingen Muziekfonds” dan maar ineen volgend nummer. Leve de N. P. O.! Sluit de gelederen! Uw vriend en hopman, J. J. H. MARTI JN, Troepleider „Kapt. Steinbuch-troep”. (N. P. O. 111, Den Haag.)

4