is toegevoegd aan je favorieten.

De padvinder; algemeen orgaan voor de Vereeniging "De Nederlandsche Padvinders", jrg 2, 1917, no 24, 1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PADVINDER

WE konden dit nummer niet zoo „rijk voorzien" maken, als onze lezers dit gewend zijn van „de Padvinder". In het laatste nummer vaneen ja-rgang moeten de nog loopende verhalen en rubrieken worden afgewikkeld, en daardoor nemen „de Friesche Bende" en „Een reis naar Noorwegen" een belangrijke plaatsruimte in. Velen zullen met genoegende reis van „de Friesche Bende" hebben gevolgd. Na den tocht als straatmuzikanten van de Amsterdamsche journalisten PisuiSse en Blokzijl in 1910 hebben vele clubjes studenten en H. 8.-scholieren dit voorbeeld gevolgd en, reizende in binnen- en buitenland, als straatmuzikanten in hun onderhoud voorzien. De rondzwervingen van „de Friesche Bende" hadden echter reeds in 1906 plaats. Wij mogen nog verklappen dat Klaas, toen bij de kweekelingen reeds bekend om zijn dichterstalent, zijn literairen aanleg niet heeft verloochend en nu is de bekende schrijver Herman Middendorp. Het is Oudejaarsavond voor „de Padvinder". Wij hebben de twaalf nummers van den tweeden jaargang op elkander gelegd om den omvang van de banden te weten, en met Ifotsch zien we nu het lijvige boekdeel voor ons staan, met zijn vele bijlagen, foto’s, mooie verhalen en artikelen. Onzen hartelijken dank aan allen, die ons hielpen dit tot stand te brengen; een dankbaren handdruk aan onze medewerkers en correspondenten, die met zooveel toewijding °ns bij ons streven hielpen. We hopen hen inde kolommen van den jaargang 1917 weer geregeld terug te vinden.

De nieuwe jaargang zal weer verscheidene nieuwe rubrieken geven. In het eerste nummer (no. 25) een bijlage van de medewerkers, die voor jullie >n den derden jaargang zullen schrijven, zoodat de lezers als ’t ware persoonlijk kennis maken met degenen, die rondom ons

1917-katnpvuur zullen vertellen. Wij hopen, dat we vele nieuwe gezichten zullen zien, dat de gezellige kring van »de Padvinder“-lezers steeds grooter moge worden.

Als vervolg-verhaal dan, komen eindelijk de reeds vroeger beloofde „Schotsche Vertellingen", door den heer J. A. K. van Hasselt. Dit boeiend geschreven reisverhaal, met zijn schoone sagen en mythen van het mooie Schotland, geïllustreerd met door den heer Van Hasselt vervaardigde foto’s

van oud-Schotsche bouwwerken, waarin den invloed der Noren nog terug te vinden is; van Schotsche land-

schappen in wazig mystiek, die ons in gedachten weer terugvoeren naar den tijd van „góden- en heldensagen", is zeker een goede keuze geweest voor den derden jaargang. De „Professor" zal jullie populaire verhandelingen geven over moeilijke onderwerpen. Onze professor is geen verstrooide professor en heeft ons beloofd vast elke maand op zijn post te zijn. Een nieuwe medewerker geeft een maandelijksch overzicht welke werkzaamheden inden tuin moeten worden verricht gedurende de maand, volgende op het verschijnen van het Maandblad. De heer De Koning, houtvester van de Ned. Heide-Maatschappij, heeft een rijk-geïllustreerd artikel geschreven over het interessante ontginningswerk in Nederland, en blijftin die richting aan ons blad medewerken. Van de bemerking van eenigen onzer lezers, dat we zooveel vervolg-verhalen gaven en weinig korte verhalen, hebben we nota genomen. Luitenant-ter-zee Ranneft en eenige anderen zullen zorgen, dat iedere maand een afgerond verhaal kan worden opgenomen. Zeer waarschijnlijk zal de heer Toepoel, eigenaar van een Haagsche inrichting voor boksen, ji-jitsu, enz., een geregelde cursus schrijven voor lichamelijke opvoeding. Als we nu nog vermelden dat onze verdere vaste medewerkers weer dapper op hun post zullen zijn, dat de kunstschilder Theo Dijkwel bezig is aan een nieuwen omslag en nu en dan een teekening voor het blad zal leveren, dan gelooven we onze lezers overtuigd te hebben, dat de derde

761