is toegevoegd aan uw favorieten.

De padvinder; algemeen orgaan voor de Vereeniging "De Nederlandsche Padvinders", jrg 6, 1920, no 8, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Erg welkom zullen we alweer niet zijn, zoo midden in den nacht," schertste Jack. Aan de deur was een ouderwetsche klopper bevestigd een hertenkop voorstellende. Jack klopte en de hond ging woedend te keer. Even daarna werd een raam aan den linkerkant van het huis opengeschoven. Een mannenhoofd kwam te voorschijn en de loop vaneen geweer flikkerde in het maanlicht. „Maak dat je weg komt," riep een beschaafde stem,

"Voos* de Fatrouille-leiders

„jullie landloopers, ik zal je anders met mijn geweer laten kennismaken. Hoe durft jullie fatsoenlijke menschen in ’t holst van den nacht te komen storen !“ Jack uitte een kreet van verbazing en liep tot vlak onder het raam, waar de nijdige eigenaar van ’t huis stond, keek naar boven en barstte toen ineen schaterlach uit. En Laurence was zoo verbluft over ’t vreemde gedrag van zijn metgezel, dat hij met open mond naar hem bleef staren. (Wordt vervolgd).

Voor de Patrouille-leiders

Copy voor deze rubriek moet uiterlijk den 15en van de maand in het bezit der redactie zijn. Op hef couvert vermelde men duidelijk inden linkerbovenhoek: Voor de PL-rnbriek. Zeer dringend wordt men verzocht in hetzelfde couvert geen copy voor andere ais Pow-wows, afd- berichten enz. in te sluiten. .Hef papier slechts aan één zijde beschrijven. Dat een ieder de Redactie heipe, door aldus onnoodig werk voor de leiding van dit tijdschrift te voorkomen. Voor privé-antwoord moet porto worden ingesloten. Redactie „de P.V." ’t Is te bemerken dat we druk zijn aan alle kamen. Examens, overgangen en meer dergelijke gewichtige grappen zijn'niet van de lucht en regelmatig oefenen of uittrekken raakt wel in ’f gedrang, maar liever niet oefenen en allemaal slagen dan omgekeerd. Het gewone leven is hoofdzaak, waf we daarvan maken, hoe we daar onze p.v. wet naleven, dat is nummer éen, daarna kunnen we met dubbel pleizier door de duinen en bosschen gaan hollen en ons genoegen zoeken in het patr-leven. Dus p.l.’s, geeft acht, eerst je zelf, je moeilijkheden, de dagelijksche moeiten overwonnen en dan die gewonnen kracht overbrengen op je jongens. Veel leiders en p.l.’s hebben de goede gewoonte de rapporten der jongens na te gaan, maar hoe zouden we dat durven ais ’t met ons zelf maar zoo zon staat door onze eigen slapheid of sionsigheid. Veel succes, kerels, en daarna kostelijke vacantie! Vacantie wil zeggen kampeeren. Hoe we hebben te kampeeren, de dagindeeling, de afstandstochten, terreinen, duur, kosten, ’t zijn alle voorbereidingen, die reeds dikwijls besproken zijn. Slechts op enkele dingen wil ik in verband hiermee wijzen. AI eerder spraken we over de noodzakelijkheid van het bezoeken der ouders door de P.L.’s. Men kan er echter soms niet gemakkelijk toe komen om zoo’n hezoekerij te beginnen; is er.mooier gelegenheid dan bij de kampplannen. Ga eens persoonlijk vragen of je jongens mee mogen, spreek over de kosten, over de uitrusting en zoo voort en in minder dan geen tijd voel je je thuis omdat je merkt dat de vriendschap met je jongens er sterker door wordt. Naar aanleiding hiervan schrijft Hiawatha ; Ouderbezoek. Wat betreft het ouderhezoek in je patrouille wou ik even opmerken, dat het niet alleen inferressant en aardig is dit te doen, maar een eerste vereischte en een roodzakelijk iets, dat door den p.I. gedaan moet worden. Immers, hoe wil je iets van je jongens begrijpen, hun levenswiize, schoolwerk, enz enz. voor je ze in hun huiselijke omgeving hebt leeren kennen. Maar al te vaak wordt de opmerking gemaakt, dat Jan of Piet niet g'enoeg voor de patrouille doet, dat hij zooveel onnoodig verzuimt enz Ben je op de hoogte van zijn huiseliike omstandigheden, zie je die dingen heel anders in Jullie moet er om denken, dat buiten geen zin meer hebben er een massa dingen zijn, die een longen soms dwingen thuis te blijven. Bv met kampeeren, dat hij geen dekens heeft. ’Óf op ’t moment geen kousen kan koopen en dus niet kan komen, deels omdat hij hier niet voor uit durft te komen. Er wordt waf dat betreft veel te oppervlakkig en meestal zeer verkeerd geoordeeld. Dus, een eerste vereischte voor een goeden P. L. is steeds met je jongens in contact blijven wat betreft hun huiselijk leven.

Voor het kamp begint gaan we dus eens praten en kennismaken! Maar nog een raad: weest uiterst omzichtig met al wat je hoort of ziet op je bezoeken, beschouw dat voorioopig als iets tusschen jou en den jongen en schend nooit het in je gestelde vertrouwen door op onhandige wijze in bijzijn van derden overeen of ander te spreken. Een tweede kwestie die ik slechts korf aanroer is deze. Vooral in het kamp komt het er op aan om iets voor elkaar te zijn, iets van elkaar te leeren. Onwillekeurig denk ik hierbij allereerst aan den moeilijken jongen, den lastigen, kinderachtigen, vervelenden, hef type dat in bijna elke patrouille voorkomt en dat door zoo heel veel patrouilleleiders verkeerd wordt aangepakt en geleid, ’t Is zoo verbazend gemakkelijk alleen niet de makkelijke karakters door te werken en de anderen maar als bijwagen nummer zooveel achteraan te laten ioopen. Neen, we gaan nu de rollen eens omkeeren. Wat meer meeleven, begrijpen, steunen en vertrouwen kan in korten tijd al zoo enorm goed doen. Geef gelegenheid aan den lastigen zich steeds weer te herstellen en opnieuw te beginnen en verzeker je daarbij ongemerkt van de medewerking der anderen. Juist de moeilijken kunnen dikwijls zulke prachtpadvin iers worden en moeten het worden door hen steeds den Jdeaal-padvinder te laten zien. Van harte hoop ik dat jelui me goed snapt en dat je in ’t aanstaande kamp vooral ernst maakt met deze zijde van je patrouilie-leiding. P.L.-heweging. Niet dacht ik bij hef schrijven der vorige rubriek dat al zoo spoedig de activiteit onder de Utrechtsche patrouilleleiders zou oplaaien tot enthousiasme. Nog geen maand later kregen vaandrig Trooster en ik een uitnoodiging tot het bijwonen vaneen patrouilieleiders-vergadering en -kamp in Biithoven. Nou, je begrijpt, zoo’n eer (het genoegen was betrekkelijk!) daar waren we bij, Zondagsche pak aan, en boven op een HD 1901 naar de Duinen. Het meer uitvoerig verslag zal een volgend maal verschijnen, maar bij voorbaat durf ik wel zeggen, dat de boel geslaagd is. Een bar gezellige geest, animo om er een padvinderskamp van te maken, (en geen verzameling van menschen, die wel eens een tentdoek op de markt hebben zien liggen en denken dat kampeeren staken-buiten-de-stad is), groot vertrouwen inde leiding en lust om iets te leeren, waren wel eenige hoofdkenmerken, Waarom hooren we zoo weinig van andere plaatsen over dergelijke kampen? Kom, kerels zelf aangepakt! En mij een stille wenk, of ik komen mag of niet, gezonden! Uit Amsterdam hoor ik nog maar steeds niets over de pafrouilleieiders. Niet allemaal tegelijk meewerken hoor Patr.-wedsirijden. Mijn oudere collega van de Padvinder schreef de vorige maal verscheiden goede wenken hiervoor. Daar echter de zomervacantie niet direct de meest geschiktefijd voor

dergelijke dingen is zullen we bij leven en welzijn in het Septembernummer hier in ’t bijzonder over beginnen. Intusschen kunnen jullie me natuurlijk voorzien van de noodige wij'ze wenken of verslagen over gehouden wedstrijden, waarna we allen ons voordeel kunnen doen. Minzaam aanbevelend! Eigen werk, geen luxe troepen. Zoo hier» en daar hoor ik nog steeds van troepen die voor zoo- en zooveel (een prijs, die ik bijna niet durf te noemen) een prachtige tent hebben gekocht met alles wat er bijbehoort en die nu gaan kampeeren voor den prijs va'n fl5 a f2O per dag per persoon. Wel heel schril daartegenstaan berichten van patrouilles, die door verkoop van oudpapier, lorren en andere oude rommel in korten tijd wat geld bij elkaar weten te trommelen en nu druk bezig zijn met een lap Zeppelin tot een p.v -tent om te zetten, van oude kistplanten glijklossen en haringen te zagen en dus p.v.-werk verrichten, ’t Is Jammer, dat niet dit nummer al een stuk over dit werk kan bevatten, maar ’t komt erin, zoo goed als alles wat de eenvoud in onze beweging kan bevorderen ! En laten we onze kosten laaghouden, zoo dat we ons eens iets moeten ontzeggen,' als het voedsel maar voldoende en voedzaam is! HIAWATHA SPREEKT. Oef, Hiawatha heeft toen, de zon nog een laatste roode gloed wierp over zijn jachtvelden, toen alles, de kreek bij zijn tipel, de berken de totempaal, kortom zijn geheele omgeving overgoten werd met die wondervolle prachtige roodgouden gloed waarvan den aanblik alleen den treuriggestemden krijger weer hoop geeft voor den volgenden dag, toen alles stil was als voor ’t oogenblik betooverd door dit majestieuze schoonspel, toen. . . . Heeft Hiawatha zijn stamkreet geuit, de berken naast zijn tipel en het hooge woud daarachter weerkaatsten en vermenigvuldigden zijn roep tot hij gehoord werd door den krijger aan de overkant van de kreek en achter ’t woud. Pau . . . . w! Hiawatha kreeg antwoord uit veie richtingen. Hij verzamelde de krijgers om zich en verzocht de oudere opperhoofden plaatst te nemen aan het raadsvuur. Oef Hiawatha zal kort zijn. Zoo spoedig mogelijk zal aan de totempaal bekend gemaakt worden wanneer het eerste pow-wow voor Jonge Opperhoofden plaats zal hebben. Hiawatha hoopt, dat ze zullen komen, allen bezield met één gedachte van elkaar te hoeren en te leeren het goede voor hun patr. stam. HOWGH! P.S. Voorioopig alle copie of persoonlijke brieven in verband met deze rubriek zenden aan de P.L. rubriek redactie Obrechlstraat 485 Den Haag,

„Bossche Boei”. De data der Zwem-Wedstrijden zijn 26 en 27 Augustus a.s.

238