is toegevoegd aan uw favorieten.

Weest paraat; officiëel orgaan van de Nederlandsche Padvinders, jrg 26, 1940, no 4, 1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Biesbosch. De plaats, waar het kamp kan worden gehouden, is reeds verkend en de toestemming voor het houden van het kamp is aan de betrokken autoriteiten aangevraagd. Er zal gelegenheid zijn om het groter materieel, waarover Zeeverkennersgroepen beschikken, een ligplaats te geven, terwijl inde onmiddellijke omgeving ervan de kleinere boten en kano’s kunnen worden gemeerd. Voorts ligt het inde bedoeling een grote Rijnaak ter plaatse te stationeren voor het herbergen van de Zeeverkenners, die inde eigen boten niet kunnen overnachten. Het kamp zal 10 dagen duren en de deelnemers zullen al die tijd op het water verblijven. Zowel voor de grotere als voor de kleinere vaartuigen worden tochten en zeeverkennersspelen uitgezet.

Ten behoeve vaneen overzicht van hetgeen voor de organisatie van het Zeeverkennerskamp centraal moet worden gedaan, wordt den Zeeverkennersgroepen verzocht, zo spoedig mogelijk aan het Nationaal Hoofdkwartier te melden, of zij voornemens zijn aan het Zeeverkennerskamp deel te nemen en met welk materieel zij zullen komen. Getracht zal worden de kosten voor het kamp te houden binnen het bedrag, dat normaal voor een zomerkamp moet worden besteed. Gaarne wordt van alle Zeeverkennersgroepen vóór 5 Mei enig bericht ingewacht. J. F. OSTEN, H.K.C. voor Zeeverkenners. Bijzondere Eisen. Dr. J. P. Werre is op zijn verzoek ontslag verleend als A.H.K.C. voor Bijzondere Eisen. Bijna vanaf het begin van de oprichting van deze afdeling van het Hoofdkwartier is Dr. Werre als A.H, K.C. in functie geweest en hem zij op deze plaats hartelijk dank gebracht voor hetgeen hij voor de Beweging in het algemeen en voor de Bijzondere Eisen speciaal heeft gedaan.

Gelukkig blijft de plaats, welke door het uittreden van Dr. Werre open gevallen is, niet onbezet. Ik acht mij gelukkig te kunnen mededelen, dat Mej. T. E. W. Lignac zich bereid verklaard heeft een volmacht als A.H.K.C. voor Bijzondere Eisen te aanvaarden. Mej. Lignac heeft zelf jaren lang een 8.E.- groep geleid en op de 8.E.-conferenties werd haar zienswijze over de problemen, welke aan de orde waren, steeds gaarne gehoord. In overeenstemming met de werkwijze, zoals die zich inde laatste tijd voor alle afdelingen van het Hoofdkwartier heeft ontwikkeld, zal de zetel van het commissariaat voor de Bijzondere Eisen, meer dan tot dusverre het geval was, op het Hoofdkwartier gevestigd zijn en alle correspondentie gelieve men te richten aan den H.K.C. voor Bijzondere Eisen, p.a. Nationaal Hoofdkwartier, Alexanderstr. 20, Den Haag. De A.D.C. voor B.E. van het district ’t Gooi, Hopman H. van Laer Jr. te Bussum, is naar Indië vertrokken en dientengevolge heeft hij en heeft ook Mevrouw Van Laer afscheid genomen van de Nederlandsche Padvinders. Hierdoor heeft ons een gevoelig verlies getroffen en het zal heel moeilijk zijn om het werk van dit padvindersechtpaar op dezelfde succesvolle wijze voortgang te laten hebben. Zowel door zijn talent voor het 8.E.-werk, als door zijn energieke persoonlijkheid was de betekenis van Hopman Van Laer voor de Beweging veel groter dan die vaneen Hopman en A.D.C. Wie met hem in aanraking kwam, werd geïnspireerd voor het 8.E.-werk. Bij het afscheid op 13 Januari te Bussum in het Blindeninstituut bleek wel koevele vrienden de heer en mevrouw Van Laer zich gemaakt hebben door hun werk inde B.E. Gelukkig voor de Beweging, dat de heer en mevrouw Van Laer zich in Indië niet onbetuigd zullen laten. PH. VAN PALLANDT VAN EERDE, H.K.C. voor B.E.

101