is toegevoegd aan je favorieten.

De verkenner; off. orgaan voor de Padv. Beweging in Nederland, jrg 24, 1938, no 9, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij gaan met elkander eens neuzen inde oude jaargangen. Hier voor me ligt de’ eerste jaargang van ons blad, dat toen „De Padvinder” heette en in

zijn prilste jeugd het officieel orgaan was van „de afdeeling ’s Gravenhage der Nederlandsche Padvinders Organisatie”, De eerste aflevering verscheen in Maart 1915, dus ruim 23 jaar geleden. Mijn mederedacteuren waren o.a. de toen zeer bekende gebroeders Coblijn, vliegeniers van Soesterberg, Bn. van Pallandt van Eerde, vervaardiger van de fraaie padvindersfoto’s, welke in die en nog vele volgende jaren een aantrekkelijke propaganda voor de Beweging waren, en J. J. H. Martijn, een journalist dien ik nog op de Jamboree als vertegenwoordiger van de Provinciale Pers ontmoette. Inde lijst van Bestuursleden vinden we de namen van enkelen, die ook thans nog aan de Beweging zijn verbonden, zooals Generaal C. J. M. Colette, toen Luit. Kolonel van het corps Ponteniers te Dordrecht en Mr. A. Fens. D.C. van het District ’s Hertogenbosch. Met de moedige kreet: „Nog bescheiden van om vang, zullen we groeien zooals alles zal groeien waar de padvindersgeest vaardig over is: hiep-hiep hiephoera!” ging ’t scheepje „De Padvinder” los van den wal.

„De Padvinder” was een gemoedelijk blaadje. De leiders, toen Troepleiders genoemd, behandelden hun huishoudelijke aangelegenheden in Troepleidersbrieven. Zelfs de Patrouillelelders gaven verslagen van hun patrouilles. Zoo lees ik van mijn eigen Troep: KOEKOEKEN. De patrouille gaat goed onder den nieuwen patrouilleleider Teunlssen”. Dit is dezelfde Jan Tennissen, die je nu op het witte doek geprojecteerd ziet als verzorger del montage van de jublleumsfilm „Veertig Jaar”. ddnlppatuwiijai Och, het is maar een half uur voor we dit of dat gaan doen. Het is niet de moeite waard aan iets te beginnen. Dit is een van de gewone gezegden, die men in ieder gezin hoort. Maar welke monumenten op leder gebied zijn niet opgebouwd door jongens, arm en zonder vooruitzichten, uit stukjes tijd, die velen onzer ongebruikt wegwerpen. De uren, die verknoeid zijn, hadden, indien gebruikt, menig succes kunnen verzekeren. Burns schreef zijn schoonste gedichten, terwijl hij op een boerderij werkte; Harriet Beecher Stowe schreef haar meesterwerk: „De Negerhut van Oom Tom” temidden van haar drukke huiselijke bezigheden. Longfellow vertaalde een groot werk inde tien minuten, die hij eiken dag moest wachten op het zetten zijner koffie. Bén uur per dag kan in tien jaren vaneen onwetend mensch een ontwikkeld man maken. Gebruik je snipperuurtjes. ('De, Padvinder no. 1)

Jhr. Mr. Dr. 11. A. VAN KARNEBEEK, thans Commissaris van de Koningin in Zuid-Hollaud, schreef als Burgemeester van den Haag in „De Padvinder” van Mei 1915: Ik zie inde Padvinderij een beweging tot instandhouding en ontwikkeling van factoren, die voor de individueele karaktervorming en voor de maatschappelijke en staatkundige samenleving van essentieel belang zijn. Bij de toenemende algemeene speciallseering èn belangengroepeering is er behoefte aan instellingen, die uitdrukking geven aan wat vereenlgt en allen zonder onderscheid op voet van gelijkheid te samen brengen. Inde Padvinderij staat bij mij bet zedelijk element voorop en ik acht haar nuttig tot behoud van hooge goederen. Toen de Beweging naar ons land óverkwam, was het mij een voldoening te belmoren t.ot hen, die er naar gestreefd hebben aan hare eerste schreden alhier richting te geven. Ik hoop van harte, dat zij onder verstandige, verdraagzame en geduldige leiding tot hooge ontwikkeling moge geraken op onzen vaderlandschen bodem.

Een beetje ouderwetsch klinken in onze ooren de wenken vaneen A.P.L. die zegt; Bravo voor de patr. kampen. Br valt echter nog veel te leeren en te verbeteren. Gebruik óok inde patr. kampen de hoornsignalen. Geen zand op de< tent gooien om deze tochtvrij te maken. Door nat zand rot het tentdoek. Gebruik liever stroo of bagage aan de binnenzijde. Even verder herinnert een verslagje ons eraan, dat 1915 een jaar was van den Groeten Oorlog. „Bn tenslotte nog ons uistapje naar Hoek van Holland met de troepvlag vroolijk wapperend voorop. Bepaald huiveringwekkend was dat sluiksgewijze zien binnenkomen van geheel zwart gemaakte Engelsche zeebooten, slechts een klein natievlaggetje voerend, dat natuurlijk eerst kort te voren de plaats vaneen of andere neutrale vlag had ingenomen”. £an oud -fJoLLandicli ipaL Een opwekking om inde padvindersbeweging een oud Hollandsch spel, n.l. het VLIEGEREN in eere te herstellen, vinden we in het nummer van Juni 1915 ineen artikel van Hopman S, J. Mak van Waay. Hij schrijft: Ik ben zelf getrouwd man en vader, maar ik ben een dolle liefhebber van vliegeren. Als jongen maakte ik vliegers van allerlei soort en vorm, sommige grooter dan ik zelf was en kleintjes die ik zonder staart kon oplaten. Bn nu ik leider ben van de Eerste Dordtsche, wil ik mijn liefhebberij op de padvinderij Qverbrengen, want vliegeren is voor padvinders een fijn werk. Ik wou het zoo inkleeden. Des winters wordt aan de patrouilles tot taak gegeven vliegers te maken, zoo groot en zoo klein als ze willen, zoo' mal en zoo idioot als ze maar bedenken kunnen. Ik heb menigmaal mannen, matrozen, oude wijven, kasteelen en wat niet al „opgelaten”. Het maken van vliegers is een aardig

knutselwerk. Je moet rekening houden met het evenwicht, met je hoofdstel om ze ver of hoog te laten staan, met het gewicht (met. het oog op de staart) en nog een hoop andere dingen meer,' zooals de zwaarte van je vliegertouw, „bot” noemen we dat hier in Dordt, De patrouille die: de mooiste, de grootste of de origineelste vlieger heeft gemaakt, krijgt een prijs, of een aantal punten, of hoe je dit ook wilt regelen. In Maart of April, want dat is in Holland de „o'fficleele vliegertijd”, kunnen de vliegers worden opgelaten. Dit kan weer patrouille'jgewijs gebeuren. De vlieger die het hoogst staat of het verst krijgt een belooning; een mooie gelegenheid voor het schatten van hoogten en afstanden. De wedstrijden kunnen ook des avonds gehouden -worden en het is wat leuk in het donker zoo’n vlieger op te laten met een klein lantarentje aan zijn staart en om dan je eigen lichtje zoo hoog inde lucht te zien bengelen! Je leert windrichtingen bepalen, uitschotten van wind leer je behandelen, want als je vlieger inde lucht gaat tollen ben je hem in negen van de tien gevallen kwijt; bovendien is er het inloopen, het oploopen, het vieren, het opvieren uit de hand, een heele vliegertechniek dus.

De volgende dichterlijke uiting vonden we in het nummer van Juni 1915: da wanick van ‘ n padvlndat ’k Ben op een zomermorgen Het stadje door gegaan. En zag het woord „vergunning” Op meen’ge deurpost staan. Wie op dat woord „vergunning” Zijn zinnen had gesteld.... Mij kon dat woord niet lokken, Mij trok het vrije veld. Maar ’t vrije veld, dit bleek me, Helaas, het was een droom. „Verboden Toegang” las je Daar haast op lederen boom. Op ieder aardig plekje Dat ik daar buiten vond, Was ’t steeds dat nare bordje Dat aangeslagen stond. ’t Is hier „verboden toegang”; „Vergunning was het daar. Ik dacht zoo van die bordjes; Verhingen ze ze maar! A. HANSEN. „Pom" Het eerste levensteeken van „Pom”, Oubaas van Voorthuisen, de bekende Jamboree-Kampvuurleider, vinden we in het nummer van Juli 1915. Pom bericht hier, dat hij P.D. geworden is der Havikken van den Bn. v. Pallandt Troep: „Westerbeke heeft ontslag genomen als P.D. en ik ben hem opgevolgd. Van Padv. Velgersdljk hebben we een crocketspel in bruikleen gekregen voor de patrouille. Vooruit Havikken, nu met frisschen moed aan den gang. VOORTHUISEN. ♦ ♦ * In hetzelfde nummer lezen we, dat als onderdeel van de Chr. Jonge Mannen

Uit Oude Jaargangen

242