is toegevoegd aan uw favorieten.

Leidersblad; officieële uitgave voor de leidsters en leiders van de Katholieke Jeugdbeweging, 1946, no 3, 1946

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WEG

ONZE VOORTREKkers hebben inde toekomst inde Nederlandse Katholieke Jongeren Beweging een belangrijke taak te vervullen. De gehele mannelijke jeugd boven de leeftijd van 17 jaar behoort ondergebracht te worden inde jeugdorganisaties zoals De KAj, ie

KJMV, KJB, enz. Deze jeugdorganisaties vinden dan een overkoepeling inde NKJB, Het is echter niet mogelijk, dat onze voortrekkers, waarvan de meeste toch nog wel voortrekkersgast zullen zijn, alle. bijeenkomsten van de jeugdstandsorganisaties bijwonen. Behalve hun wekelijkse stamavond, eventueel kunnen zij moeilijk nog een avond'per week reserveren voor de jeugdstandsorganisaties. Van de andere kant is het toch erg nuttig, dat zij de vorming, welke van deze organisaties kan uitgaan, op een andere wijze ontvangen. Het verdient daarom aanbeveling inde stam zo nodig ploegen te formeren, buiten de bestaande ploegindeling om, waarvan de leden bij een zelfde jeugdstandsorganisatie zouden behoren aangesloten te zijn, bv. een ploeg voor voortrekkers, die, indien zij geen voortrekkers waren, inde KAJ zouden zijn georganiseerd, bv.' een Kolping-ploeg en een ploeg, waarvan de voortrekkers qua milieu thuis behoren inde KJMV-'kringen, b.v. een St. Martmusploeg. Het is natuurlijk ook mogelijk, dat alle voortrekkers, dus de gehele stam, eigenlijk uit hetzelfde milieu voortkomen zodat een dergelijke stam als geheel tot een bepaalde jeugdstandsorganisatie zou behoren. Het komt ons gewenst voor, dat onze voortrekkersleiders, welke thans meer dan vroeger contact hebben met de leiders der jeugdstandsorganisaties, in overleg met deze leiders hun ploegen, eventueel stammen, de

ming geven, welk in de jeugdstandsorganisaties wordt gegeven Zij kunnen eventueel een leider van de jeugdstandsorganisaties uitnodigen voor de stam, eventueel ploeg een pow-pow te houden over de onderwerpen, welke ook inde betreffende jeugdstaadsorganisaties zijn behandeld.

De voortrekkers behoeven dan de bijeenkomsten van de jeugdstandsorganisaties niet bij te wonen. Natuurlijk behoren onze voortrekkers wel de bijeenkomsten van de geheele parochiële rijpere jeugd mee te maken, de bijeenkomsten derhalve van de NKJB, Of er iets van deze standsvorming in ploeg – verband of stamverband terecht zal komen, hangt voor een groot gedeelte af van het standpunt van den voortrekkersleider en aalmoezenier. Zo was het voor de oorlog en zo zal het nu weer zijn. Toch moeten wc verwachten, dat onze voortrekkersleiders, die onze voortrekkers een training willen geven voor het leven, zullen inzien, dat zij moeten meewerken om onze voortrekkers de plichten en rechten van hun stand te doen kennen, standsbewustzijn en standsfierheid hij te brengen. Een middel daartoe is de bovenomschreven methode van „sociale" ploegen. De taak van dieneh van onze voortrekkers ligt niet op de laatste plaats op maatschappelijk terrein en we moeten hopen, dat onze voortrekkers straks de back-bone gaan vormen van de jeugdstandsorganisaties. Indien de programma’s en de methodes van de jeugdstandsorganisaties onze voortrekkers niet „liggen", dan kunnen zij zelf, door aan de leiding deel te gaan nemen, de nodige veranderingen aanbrengen. Voorbeelden daarvan uit de tijd voor de oorlog zijn hiervan zeer zeker. Koelink.

JEUGDSTANDSORGANISATIES

„KATHOLIEKE ACTIE“ In bet artikel over „Katholieke Actie” in no 1-2 van het Leidersblad, moet de zin op blz. 26, eerste kolom, zesde regel van onder, als volgt gelezen worden: „Het lidmaatschap van het Mystieke Lichaam van Christus, de H. Kerk, is dus de grondslag van de algemene plicht van lederen Christen tot medewerking aan de verlossing, aan het zielenheil, aan de heiliging van zijn evennaaste, van zijn plicht tot: „Katholieke Actie in ruime zin”. De gecursiveerde woorden zijn bij bet zetten van het artikel vervallen, waardoor de zin onbegrijpelijk werd.

14