is toegevoegd aan uw favorieten.

Leidersblad; officieële uitgave voor de leidsters en leiders van de Katholieke Jeugdbeweging, 1950, no 7, 1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe het zou kunnen

ENIGE leiders waagden een experiment: zij gingen op onderzoek in hun streek en ontdekten het ene wonder na het andere: kelders werden onderzocht, gemeente-archieven – doorgesnuffeld, tientallen personen geïnterviewd, schetsen gemaakt, foto’s en kaarten. Ze waren na een paar weken ineen wonderland gekomen: hun streek, waar zij waren géboren, en waar zij alles dachten te kennen, was een grote surprise geworden. Ze vonden een kaart uit 1740, en ontdekten, dat twee kilometer van hun huis een kasteel had gestaan. Niemand wist dat meer dan de zeventigers uit de buurt, de „ouden van dagen”. De vondst vaneen oud stuk tufsteen op een stuk omgeploegde hei vormde een nieuwe sleutel: na maanden snuffelen en vragen bleek, dat daar voor de Reformatie een abdij had gestaan. Een oude hoge boerderij, die heel onschuldig „Munnikhof” heette, bleek een oude voorhof (monniken-hof) van deze abdij te zijn. Volgens de verhalen van de buurtbewoners waren er nog gangen en kelders onder de grond. Legenden werden verzameld, en de onsamenhangende herinneringen van dozijnen oudjes werden vergeleken, tot een verhaal weer min of meer „in elkaar zat.” De rietkragen van vennen werden afgespeurd en vogelnesten gefotografeerd. Talrijke versieringen op boerderijen werden geschetst, oude feestliedjes, waarvan de meeste al lang niet meer gezongen werden, werden vastgelegd. Een schuttersgilde vaneen dorp bleek zijn geschiedenis te kunnen terugvoeren tot de dertiende eeuw. Wat deden toen deze bezetenen? Ze staken de koppen bijeen voor een groots plan: de streekgeschiedenis, en heel het leven van mensen, dieren en planten van de laatste eeuwen, zou ineen boek worden vastgelegd. Dat boek van eigen exploraties is al in vergevorderde staat. Curiositeitshalve gaat het schema hierbij. ZOU het zin hébben, dat op meerdere plaatsen van het land de beweging een dergélijk object aanpakt, en na een paar jaren misschien zijn resultaten publiceert? Zou op zo’n manier wellicht niet een aardige reeks verkenningen door en voor de beweging kunnen worden vastgelegd?

En als het nu eens niet zover komt, maar veel materiaal wordt verzameld, veel Interesse wordt gewekt, veel belangstelling en liefde tot de eigen streek wordt gekweekt, is het toch ook góed? WAT is het doel, en wat zijnde voordelen van dit alles? 1.: we leren werken op lange termijn, voor een duidelijk omschreven doel; 2.: samenwerking groeit er tussen de ver-

schillende leiders, tussen de verschillende stammen, en oudere verkenners, die leder hun taak krijgen; 3. we komen in aanraking met tientallen buitenstaanders en aldus buiten ons eigen kringetje: 4. alle verkenners-activiteiten krijgen veel meer zin, en hangen veel meer samen. Dit werk immers is een uitmuntende school in waarnemen en gevolgtrekken:

207