is toegevoegd aan uw favorieten.

Leidersblad; officieële uitgave voor de leidsters en leiders van de Katholieke Jeugdbeweging, 1950, no 7, 1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu; op weg

Dit zomerkamp, het onvergetelijke

ALS HET WAAR IS, dat het zomerkamp het hoogtepunt vaneen verkennersjaar en van de progressieve training moet zijn, dan zal dat toch wél inde eerste plaats betekenen, dat het echte verkennersleven er inde ideale sfeer van het buitenleven pas goed tot zijn recht komt. Het eerste wat ons bij de keuze vaneen kampterrein voor ogen moet staan is dus: hoe kan de troep in, en met behulp van deze omgeving zijn vaardigheden tonen en nieuwe vaardigheden en ontdekkingen verwerven? Een hopman, die op kamp gaat zonder voldoende exploratie van zijn terrein door zijn kaderpatrouille, kan ónmogelijk een programma doen samenstéllen, dat bepaald wordt door de mogelijkheden van dat terrein. Zodra een programma zó is, dat het in elk denkbare omgeving kan worden uitgevoerd, deugt het niet. ZO’N KAMP BEZIT NIETS MEER van het avontuur, niets meer van de attractie van het onbekende en wordt op zijn best een generale repetitie van verworven vaardigheden. Er komt misschien een sportdag uit de doos, ergens op een weitje achter de boerderij, maar wie denkt er aan, daar een beek in te betrekken of een paar grillige bomen of de adembeklemmende klim overeen brokkelige muur? Er wordt een toren gepionierd op een onmogelijke hoek van het terrein, wachtend op afbraak vóór het vertrek, maar wie denkt aan een transportbaan, ergens bij de vallei of

langs een helling, om er later ineen opwindend groot spél gébruik van te maken? EEN ANDERE HOPMAN kent het terrein met omgeving op zijn duimpje en élke dag staat er een gezamenlijke tocht op het programma naar alle bezienswaardigheden onder de zeer deskundige leiding van de hopman of een competente plaatselijke gids. De jongens worden rondgeleid en krijgen alles opgedist, zoals het echte toeristen past. Er is dan natuurlijk geen tijd voor verkennersvaardigheden. (Dat kun je immers thuis ook doen!) Er wordt wel een beetje gekookt, als dat tenminste niet verzorgd wordt dooreen stél onmisbare V.T.’s. Zou het niet veel vruchtbaarder zijn, de jongens al deze rijkdommen te laten ontdekken op zwerftochten met z’n tweeën of per patrouille met ’s avonds de verhalen van al hun wonderlijke belevenissen en stommiteiten en dwaaltochten, rond het kampvuur, dat ineens werkelijk een natuurlijke betekenis krijgt? Een primitief gebakken broodje, ergens achter een zelfontdekt kasteeltje, met een gezéllig, oud boertje als gids, blijft de jongens langer bij dan tientallen kudde-tochten d la Baedeker. HET ZOMERKAMP IS MEER dan ’t slapen ineen tent en het bouwen van altijd dezelfde Bruynzeel-keuken. Het zomerkamp is geen eiland, maar een basis-kamp, uitgangspunt van ontelbare zwerftochten naar de eigen aard van land en volk. (Slot op 210, le kolom).

209