is toegevoegd aan je favorieten.

Publicatieblad van het Militair Gezag, 1944-1945, no 1, 19-09-1944

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PUBLICATIEBLAD van het MILITAIR GEZAG, No. 1.

1944.

in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering vermelde ambtenaren—belast het personeel der militaire politie. Artikel 5. 1. Deze verordening geldt voor het geheele in bijzonderen staat van beleg verkeerende gebied. 2. Zij zal worden bekend gemaakt door plaatsing inde Staatscourant en in het Publicatieblad van het Militair Gezag en treedt in werking terstond na haar afkondiging. 3. Zij kan worden aangehaald onder den titel: “ Verordening tot bestrijding der ontucht ”, Gegeven ten Stafkwartiere, den 12 September 1944. De Generaal-Majoor, Chef van den Staf Militair Gezag, H. J. KEULS. No. 6. VERORDENING AVONDKLOK. Verordening van den Chef van den Staf Militair Gezag van 12 September 1944, No. 6. MILITAIR GEZAG. De Chef van den Staf Militair Gezag, uitoefenende de bevoegdheden, toegekend aan het militair gezag, in het geheele in bijzonderen staat van beleg verkeerende grondgebied van het Rijk in Europa, Overwegende, dat de veiligheid van den Staat vordert, dat in bepaalde gemeenten aan de burgerbevolking worde verboden zich gedurende bepaalde uren buiten noodzaak inde open lucht op te houden ; Gelet op de desbetreffende bepalingen van het Besluit op den bijzonderen staat van beleg ; Stelt vast de volgende VERORDENING. Artikel 1. Ineen gemeente, waarin dit bij openbare bekendmaking door of vanwege het militair gezag aan de bevolking is aangezegd, is het verboden zich gedurende de bij die bekendmaking vermelde uren inde open lucht op te houden. Artikel 2. Het verbod, genoemd in artikel 1, geldt niet ten aanzien van ; 1. in uniform gekleede Nederlandsche en geallieerde militairen; 2. de leden van de politie of hulppolitie, van de grensbewaking, van den crisis-contole-dienst, van de brandweer en van den luchtbeschermingsdienst, personen, die in ambulancediensten voor Eerste Hulp werkzaam zijn, alsmede artsen, vroedvrouwen, bedienaren van den godsdienst en notarissen, een en ander voor zoover het verblijf van voornoemde personen inde open lucht gedurende dein het voorgaande artikel bedoelde uren noodzakelijk is ter uitvoering vaneen van overheidswege gegeven opdracht of ter vervulling van een plicht, welke uit hun dienst, ambt of beroep voortvloeit; 3. hen, die in geval van ziekte, zwangerschap of ongeval de hulp trachten te vinden, welke inde omstandigheden onmiddellijk is vereischt. Artikel 3. 1. Door of vanwege het militair gezag kan aan bepaalde personen of groepen van personen van het in artikel 1 genoemde verbod ontheffing worden verleend. 2. Aan een zoodanige ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

3. De ontheffing kan te allen tijde door of vanwege het militair gezag worden ingetrokken. Artikel 4. In geval van luchtalarm geldt het verbod, in artikel 1 genoemd, niet ten aanzien van hen, die zich gedurende den tijd van het alarm naar de dichtstbijzijnde schuilplaats begeven of, nadat het alarm is geëindigd, zich onverwijld langs den kortsten weg huiswaarts begeven. Artikel 5. Indien in zeer dringende gevallen het militair belang medebrengt, dat het optreden van het militair gezag niet kan worden afgewacht, kunnen dein de artikelen 1 en 3 bedoelde beschikkingen namens dat gezag worden gegeven door den hoogsten Nederlandschen of geallieerden ter plaatse bevelvoerendeu officier. Artikel 6. Hij, die het in artikel 1 genoemde verbod of een voorwaarde, als in artikel 3, tweede lid, bedoeld, overtreedt, niet nakomt of de naleving daarvan verhindert of belemmert, wordt als schuldig aan een overtreding ingevolge artikel 26, eerste lid, van het Besluit op den bijzonderen staat van beleg gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste twee duizend gulden. Artikel 7. Met de handhaving dezer verordening en de opsporing der daarbij strafbaar gestelde feiten zijn, behalve dein artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde ambtenaren, mede belast de daartoe door het militair gezag aangewezen militairen. Artikel 8. 1. Deze verordening geldt voor het geheele in bijzonderen staat van beleg verkeerende gebied. 2. Zij zal worden bekend gemaakt door plaatsing inde Staatscourant en in het Publicatieblad van het Militair Gezag en treedt in werking onmiddellijk na haar afkondiging. 3. Zij kan worden aangehaald onder den titel: “ Verordening Avondklok ”. Gegeven ten Stafkwartiere, den 12 September 1944. De Generaal-Majoor, Chef van den Staf Militair Gezag, H. J. KEULS. No. 7. WAPENVERORDENING MILITAIR GEZAG. Verordening van den Chef van den Staf Militair Gezag van 12 September 1944, No. 7. MILITAIR GEZAG. De Chef van den Staf Militair Gezag, uitoefenende de bevoegdheden, toegekend aan het militair gezag, in het geheele in bijzonderen staat van beleg verkeerende grondgebied van het Rijk in Europa, Overwegende, dat de veiligheid van den Staat bijzondere voorzieningen vordert ten aanzien van alle voorwerpen, welke als wapenen kunnen worden gebezigd, en dat het militair gezag tevens over de bevoegdheid beschikt om in bijzondere gevallen vergunningen, ontheffingen en consenten, als bedoeld inde Wapenwet van 9 Mei 1890 (Staatsblad, No. 81) en de Vuurwapenwet 1919, zelf te verleenen of te doen verleenen ; Gelet op de desbetreffende bepalingen van het Besluit op den bijzonderen staat van beleg ; Stelt vast de volgende

6