Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een bezoek aan de Borstal Kennels. De achttien lersche setters van Rev. Robert O’Callaghan.

Van de St. Bernards naar de lersche setters te Rochester, was een spoorwe.greisje van 4 stations (zooals de conducteur het mij aan Victoria-station vertelde) doch in werkelijkheid stopte mijn bommeltrein wel veertien maal. Borstal-House, de pastorie van domine O’Callaghan, is gelegen halfweg Rochester en Chattam, zoodat eventueele kijklustigen van deze beroemde verzameling lersche setters, beter zullen doen te Chattam uit te stappen, van welk station de afstand per cab ongeveer 20 minuten bedraagt.

De ligging is zeer riant, in een dal; het huis is in den ouderwetschen trant, zooals zoovele Engelsche buitenverblijven, met ruime vertrekken, met alle comfort ingericht. Doch vooral de ruimte, een ruime tuin, laan, weiland en dan nog een enorm groote boomgaard, maken Borstal House tot een Eden voor jachthonden. De kennels zijn uiterlijk hoogst eenvoudig, doch, men bemerkt het al spoedig, ze zijn met veel overleg ingedeeld. Het zijn eenige stallen zonder verdieping, met boven- en onderdeuren.

De vloer is van cement, en wordt iederen morgen met zaagmeel bestrooid, zoodat er geen lucht behalve die van zaagsel, te bespeuren is. Mr. o'Callaghan houdt in elke afdeeling 2 honden en hoogstens 3.; uit principe niet te veel bijeen. Zoo volgen de stalletjes elkaar op. Van de hospitaal'kamer met houten vloer wordt zelden gebruik gemaakt, doch aan de andere zijde, aan den zonkant, is een groot afdak in afdeelingen, waar de puppies zich verlustigen.

Een cottage voor den kennelman is aangrenzend. Laatstgenoemde, een ex militair, werd zeer gewaardeerd, lederen morgen worden al de setters in den boomgaard losgelaten; de kennels worden in dien tijd schoongemaakt en bestrooid. ’s Avonds omstreeks negen uur doet de kennelman, militairement, de ronde bij al de setters,.en rapporteert aan zijn meester of meesteres: »dogs all save and asleep.”

Alvorens wij tot de beschrijving van de leren overgaan, een woord over mijn gulle gastvrouw en gastheer, den zoo algemeen hooggeachten Predikant van de Royal Barracks te Chattam. Met graagte nam ik hun voorstel aan, om eenige dagen de gastvrijheid op Borstal House te genieten en kennis te maken met de setters. Domine O’Callaghan is in 1834 in de County Cork geboren, dus een geboren ler. Lord Lismore is het hoofd zijner familie. Als chaplain van de Engelsche marine maakte hij met de Britsche vloot vele reizen en kent de Noordelijke en Zuidelijke havens van Europa, alsmede enkele in de Vereenigde Staten van Amerika en Australië. Sedert verscheidene jaren is hij gevestigd op Borstal House, hetwelk hem om zijne vele dienstjaren is toegestaan, want rechtens behoorde de domine in de kazerne te wonen.

lederen dag in de week gaat hij naar Chattam om de zieken te bezoeken, en ik was in de gelegenheid op te merken, hoe hij bij ieder gezien was. Zondags doet hij tweemaal dienst Een zeer geletterd en beschaafd man is hij, evenals mevrouw een zeer aangenaam causeur, en ofschoon we elkaar vroeger nooit hadden gezien, waren wij binnen 10 minuten op dreef, alsof we elkaar jaren lang reeds h; dden gekend. ' Wat zouden mijne collega’s, uwe Hollandsche predikanten, wel van mij zeggen, als deze mijne liefhebberij voor setters of mij zagen, in mijn costuura om te visschen, of mij in knickerbockers zagen met het jachtgeweer over den schouder op de fazantenjacht, zoo sprak Rev. O’ Callaghan tot mij; mijne overtuiging is, dat, op zijn pas, elke mannelijke sport past aan welken maatschappelijken toestand ook. Ik geloof, mijn waafde domine, antwoordde ik, dat er onder uwe collega’s; in mijn land vele zouden zijn, die zouden zeggen: ik wilde ook wel Rev O’ Callaghan zijn. I

Doch we mogen nu mevrouw O’ Callaghan wel ééns gedenken, eene hoogst beschaafde en zeer causatite typische Engelsche dame, die geheel deelt in de liefhebberij van haren echtsenoot. Was deze in dienst op de vloot, dan was het mevrouw O’ Callaghan, die hare drie kinderen (thans allen getrouwd) in hunne opvoeding behulpzaam was, en evenzoo hare goede zorgen uitstrekte tot de setters. Want de fokkerij op Borstal House heeft dit eigenaardige, dat de setters familiestukken zijn. Terwijl Mr. O Cailaghan’s vader zich reeds had onledig gehouden met het aanfokken en veredelen van de lersche setters, heeft zijn zoon, onze gastheer, dit sedert 40 jaar onafgebroken voortgezet, en slechts eenmaal heeft hij een jongen hond aangekocht. Al zijne setters zijn van ouder tot ouder aangefokt, zoodat ze allen hetzelfde type aantonnen. Met aanvankelijk veel overleg worden ze gepaard, en eenmaal goed, wordt altijd met dezelfde reu en teef voortgegaan. Nooit werd daarvan afgeweken. Alles gaat proefondervindelijk en systematisch. Voor de honden wordt uitmuntend gezorgd; enkele

blijven in huis, en vooral na het diner komen zoo opeens een drie- a viertal de ruime diningroom binnenstuiven. Zeer zachtzinnig worden ze behandeld, doch zonder ziekelijke malligheden; het blijven honden. In den regel verkoopt men niet gaarne de puppies, wanneer zij nog zeer jong zijn, doch aangezien men somwijlen plaatsruimte noodig heeft, kosten de puppies om op de zes weken af te leveren 7 guinjes. Indien mogelijk, worden ze gehouden tot 6 a 10 maanden oud en zijn dan den dubbelen prijs minstens waard. Ze volgen altijd zoo zorgvuldig het resultaat van de fokkerij en kunnen dan beter zien wat de puppies zijn. Sommige spaniel-fokkers doen ditzelfde, en wanneer de puppies niet goed opgroeien, worden ze afgemaakt. »But we cannot do so,” zeide mevrouw O’Callaghan op meewarigen toon.

De voeding is volgenderwijze: ’s morgens Cartwraights fish-cakes, niet fijngebroken, doch in halve of kwart koeken Ze knabbelen daarop en hebben wat te doen. 's Avonds Dear’s houndmeal; dit is reeds gebroken en houdt veel vleeschdeelen in. In een pan wordt dit meel gedaan, men gooit er kokend water over, doet de deksel op de pan en na 2 a 3 uur is het meel opgezwollen.

Nu kan daar nog wel wat aan worden toegevoegd. Tweemaal in de week krijgen de honden maïsmeel of rijst in vleeschnat gekookt, met wat bladgroenten en een stukje pens en vooral schapekop. Dit is bij wijze van verandering van spijs Soms worden gekookte aardappelen gegeven, fijngemaakt en met vleeschnat (geen vet) vermengd.

De honden zagen er zonder onderscheid zeer mooi uit. Tweemaal zag ik de 17 setters losgelaten in den boomgaard, een prachtig gezicht, allen gelijk in kleur. Wij stonden aan de andere zijde van het hek en dan renden soms honden tegen het hek op, met de voorpooten rustende; men kon alsdan zien, hoe ze allen hetzelfde type hadden. Somwijlen neemt de kennelman de setters mede uit voor eene wandeling en dan loopen ze paarsgewijze gekoppeld.

Onder de vroegere setters, die op de fieldtrials wonnen, was de voornaamste Plunket en later Drogkeda\ op tentoonstellingen en fieldtrials Ganymede, Tyrone, Geraldl7ie, Kildare, Ponto,. Taras en nog zoovele anderen. : Onder de 18, die thans aanwezig zijn (twee puppies waren in lerland onder training voor fieldtrials), waren de dertienjarige teef Grouse 11, moeder van Champion Shandon 11, champions Geraldine en Fingal 111. Grouse is grijs aan den snuit en de oogen staan zwak, doch zij is anders mooi in ’t haar en nog zeer goed ter bebn.

Verder champions Shandon II en Champion Avelipe, beauties, Geraldine 11, Jona Firmoy, (reeds naar Den Haag verkocht) Fairy, Fingal 111, Kinoara, Tyrconnel, en dan 8 puppies tusschen 8 en g maanden oud, clan verschillende ouders doch niet over distemper, pe groote kunst bij hondenziekte zeide Rev. O’ Callaghan is de zorgvuldige oppassing en dat de herstelde minstens drie weken na de herstelling niet in de lucht zullen komen. De meesten sterven omdat dit laatste nüet werd toegepast; zij waren te vroeg als hersteld uitgelaten. Reverend O’Callaghan heeft zitting in het bestuur Van de Kennelclub,

Veel heb ik in die dagen genoten, eerstens door het gezellige onderhoud en de oplettendheden van mevrouw o’Callaghan. Op den schoorsteenmantel vond ik steéds geplaatst het portret van mijn arme zieke Kroonprinses. Voeg daarbij het goede Engelsche leven en dan nog: de domine had zeer exquise whiskey, waarmede hij zeer vrijgevig was. Hij verwonderde zich dat wij dit in Holland zoo weinig dronken want laatstelijk wérd whiskey door de doctoren voorgeschreven voor jicht, rhumatiek enz. in plaats van cognac. Ik zei. domiue, er zijn bij ons te lande een boel menschen, die van iets niet houden, omdat zij het nooit in de echte soort geproefd hebben. Zoo nam ik een hartelijk afscheid van mijn geniajen domine en van zijne gezellige echtvriendin

i , Ik vergezelde Rev. O’ Callaghan eenmaal naar |de Barracks te Chattam. Er waren daar ingekwartijrd 1800 roodrokken, R. M. van de light Infantry. Injde smokingroom vond ik eenige jonge officieren, zeer typisch en zorgvuldig gekleed. Ik dacht; hun licht gewicht zoude hun als gentleman-rider goed te pas komen. Ze boden mij zeer gastvrij dadelijk wat aan. Later de lunchroom bezoekende, vond ik een mdnu van de plats du jour, en dacht ik: jelui kunnen het ijiithouden. Doch vooral de mess-room was prachtig, als zaal in een paleis, met het orchest boven, want de hh. officieren en hunne dames eten nooit zonder muziek De kapel kostte over de 1000 pd. st. ’s jaars. \ De officieren moeten in de kazerne wonen, aan den eenen vleugel de getrouwden, aan- den anderen kant de celibatairs. In Engeland moeten -ze bij de soldaten wonen. T. Stinstra. !

Den Haag, 15 Dec. 1890. ;

Scraps. Wat men alzoo te Londen hoorde en vertelde. Door den aanhoudenden mist was het bezoek op de St. Bernard Club-show mager, ofschoon de ontvangst toch noch medeviel, zijnde ongeveer 20 pd. st. lederen dag, terwijl op die te Windsor slechts 10 pd. st. in de drie dagen was ontvangen. Ja, zeide iemand, ’t is jammer, doch we hebben te veel dogshows, de menschen geven er niet langer om, en vooral die van een speciaal hondenras trekken alleen de liefhebbers, en als die nu allen opkwamen, doch daar heb je nu de president van de club, Mr. Macdonna, die zal op ’t diner zijn, doch ziet ge hem op de show ?

De St. Bernard Club probeerde het te Windsor tegelijk met de landbouw-tentoonstelling; de menschen bekeken de machinerieën enz., doch lieten de St. Bernards links liggen. f)eze week is het Cattle show-week. Ge ziet het, men gaat de vette ossen, schapen en varkens admireeren en de vette St. Bernards, ze laten ze over aan de speciale liefhebbers.

De beste plaats voor de Club-show, ge zult het u van vroeger herinneren, was de Riding school van den hertog van Wellington, Knightsbridge. Het was er niet ruim, dat geef ik toe, doch ’t was in het Westend bij Picca. dilly, dat heeft den loop. De nobility en gentry houden niet van onderaardsche spoorweglijnen. Hadden die ber honden daar maar niet zoo geblaft, dan zoude de duke zijne manege wel weder aan de club hebben toegestaan.

Hebben jelui in Holland wel eens eene kattententoonstelling gehad? Ja! —Nu, daarmede moet ge eene voor honden combineeren. Wat! honden en katten verdragen elkaar niet. Doet niets. Onthoud dit, mijn waarde heer, dames houden over het algemeen van katten. Zij wenschen dus de show te gaan zien, doch welstaandshalve kunnen ze niet alleen gaan. Ze praten en cajoleeren dus net zoo lang, dat man- of broerlief medegaat en.... ge hebt twee betalende bezoekers in éen klap.

Veel is er veranderd, ja de hondenwereld is er niet op vooruitgegaan. Pas maar op en zie uit je oogen, als je soms honden wilt koopen. Advertenties met portretten! Of ze gelijkend zijn, doet er minder toe De journalist, als hij veel aanvragen mocht krijgen, koopt fluks den hond, legt een vijf pond note op den prijs, en je begrijpt de rest. Het is zoo, en nog niet lang geleden zoo met Holland gebeurd. Mijn beste mijnheer, zoo iets gebeurt hier dagelijks. We hebben hier een paar vakbladen, die schrijven in hun krant, alles wat je maar wilt, namelijk voor geld. Daarvan zijn de clubs veelal schuld. They club together. De honden waarmede zoo’n club zich occupeert, worden eerst opgehemeld. Daaraan heb je gelijk dat is nog niet zoo kwaad. Doch nu worden, tegen betaling, zeer ordinaire dekhonden, fokteven en de puppies wij noemen dit hier, they are written up. Zoo loopen de liefhebbers-koopers er tegen aan. En dan de menschen zelf, als je er geld voor over hebt they write you up, en met je eigen oogen kunt ge lezen dat je de grootste man van je tijd bent.

Maar wordt dit dan zoo maar als waarheid aangenojnen? Natuurlijk, de serieuse lui (die hebben we ook nog wel hier) lachen in hun vuist over al die humbug, doch de man wien het geldt, vindt zijne ijdelheid gekitteld, his vanity is gratified, en hij zegt aan zijne bewonderaars : hebben jelui gelezen, wat ze over mij schreven?

Ge vraagt naar? —Mijn beste heer, waar kom je van daan? Al lang geleden verdwenen? Op reis? Het is best mogelijk, misschien reeds in het Worknouse aangekomen alles door drinken. Als ge eens de namen kondt lezen van zoovelen, die in het zwarte boek van de Kennel-Club zijn ingeschreven! fEr werden mij een paar namen in het oor gefluisterd). Wat! niet mogelijk? Zulke kynologen, misbruik maken van drank! Mijn beste mijnheer, ik bewonder je eenvoud. Wij verwonderen ons reeds lang over niets.

Als Wijndham Carter over eenige weken zijn tijd zal hebben uitgezeten en weer in de doggy-world terugkeert, dan zal hij stof vinden. Daar zegt u wat, ze mogen wel oppassen, want je herinnert je de Kennel Review; zijn pen was altijd zeer puntig en wat zal die man, die daar vijf jaar te Chattam heeft zitten brommen, niet een gal hebben opgezouten! Jammer dat je niet, met domine O’ Callaghan, die toegang tot de prison had, den ongelukkigen, talentvollen ex-journalist niet eens hebt begroet, ’t zou hem goed hebben gedaan. Geld, neen, dat is hij ook kwijt, hij had er ook zoo mal mede huisgehouden, en hij verloor èn zijn vrijheid, èn het geld, dat nu anderen hebben.

Sluiten