is toegevoegd aan je favorieten.

Nederlandsche sport; officiëel orgaan der Nederlandsche Harddraverij- en Renvereeniging, der Nederlandsche Jachtvereeniging "Nimrod", der Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging, der Amsterdamsche IJsclub en der Amsterdamsche Skating-club, jrg 20, 1901, no 998, 07-09-1901

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zooals reeds vroeger door ons is medegedeeld, heeft de heer P. Altink, voorzitter van de Zeilvereeniging »HetlJ” een stalen botter-aak laten bouwen op de werf van den heer J. J. Croles te Ijlst bij Sneek. Dat jacht is Zaterdagavond 11. in de IJhaven gekomen en de heer Altink vergunde ons welwillend een kijkje er in te nemen. Met genoegen hebben wij het bezichtigd en de indruk dien wij er van medenamen was, dat onze zeilvloot met een zeer mooi vertrouwd zeiljacht is vermeerderd. Het is zeker het grootste vaartuig onder de botter-aken die wij bezitten.

Het is lang over steven 16 meter en op de waterlijn circa 14 K meter, bij eene breedte van 4.80 meter. Het vaartuig is mooi gebouwd en doet den scheepsbouwmeester J. J. Croles alle eer aan. De binnenbetimmering achter den mast is geheel geschied door den heer J. B. Hillen, wier daarvoor ook een woord van lof toekomt, daar alles even netjes en soliede is afgewerkt, trouwens kosten zijn niet gespaard. Van de ruimte is een magnifiek gebruik gemaakt.

De hutten, zeer ruim, zijn van eikenhout met mahoniehouten omlijsting. De kajuit, of laten wij liever zeggen de salon, is van eschdoorn met dof mahony-omlijsting, met een plafond van incrusta walton, grijs met bruin, geheel in harmonie met de betimmering. Kajuit, zoowel als salon zijn van de meeste gemakken voorzien, ruim, luchtig en goed verlicht. In de hutten bevinden zich bedden van de nieuwste constructie, die bij niet gebruik naar binnen geslagen worden. Een keuken is er, waar menig huismoeder jaloersch op zoude zijn, en overal is de hoogte zoodanig, dat een lang persoon er gemakkelijk overal doorheen wandelt. Ook het volkslogies is praktisch en netjes ingericht. Kortom het is een vaartuig, zooals werkelijk een pleiziervaartuig moet ingericht zijn, comfortable, soliede en netjes, men voelt er zich geheel te huis. Het opzicht is toevertrouwd geweest aan den heer Chr.Jaski, die zich blijkbaar zeer goed van de hem toevertrouwde taak gekweten heeft. Wij wenschen den heer Altink veel genoegen toe met zijn prachtig schip, waarvan hij jaren lang genot kan hebben. Zondag hopen wij de Eltsabeth bij den Handicap wedstrijd onder zeil te zien, en wellicht zal dat nog aanleiding geven op dit schoone vaartuig nader terug te komen.

De Roeivereeniging „Nautilus” te Rotterdam.

Als een bewijs dat de watersport' in Rotterdam vooruitgaande is, kan dienen dat de oude loods van bovengenoemde Vereeniging, liggende in de Nieuwe haven, reeds het vorigen jaar bleek beduidend te klein te worden voor het sterk toenemend aantal leden, hetwelk het gezonde en aangename van het roeien, zooals het in deze Vereeniging wordt*'opgevat, nam. het gesamenlijk ' maken van tochten en kleinere of grootere reisjes door ons land (de laatsten hoofdzakelijk wherries) meer en meer gaat inzien.

Het bestuur zag zich derhalve genoodzaakt hierin zoo spoedig mogelijk verbetering te brengen, wat echter gemakkelijker gedacht dan ten uitvoer te brengen was, aangezien het aantal moeilijkheden legio waren, als b.v. het groote verschil in waterstand, de geringe diepte der Nieuwe haven bij laag water, de bekrompen beschikbare ruimte tengevolge van het drukke handelsverkeer, enz- enz. Voor alles werd echter ten slotte eene goede oplossing gevonden en is men reeds druk bezig met den bouw van een nieuw drijvend bootenhuis, hetwelk waarschijnlijk nog in deze maand in gebruik zal worden genomen.

Het gebouw, waarvan architect is de heer Herm. Kloot te Rotterdam, heeft en profiel den navolgenden vorm:

is 28 c.M. lang, 9,50 M. breed en 9 c.M. hoog en heeft, geheel belast, een diepte van nog geen J Meter. Van de verdiepingen aan de beide einden opgebouwd, dient a tot kleedkamer met douche, waschinrichting etc. en h tot vergader- en wachtkamer.

De onderste ruimte kan dus geheel voor berging der booten gebruikt worden en is daartoe verdeeld in twee afdeelingen, waarvan de kleinste, uitsluitend bestemd voor korte' booten (als single wherries), haar ingangen heeft onder de kleedkamer, terwijl de grootere afdeeling voor de langere wherries en gieken bestemd is, welke door de deuren in de korte zijde der loods worden uitgebracht. Deze loods komt te liggen op dezelfde plaats als tot hiertoe bij de Roeivereeniging sNautilus” in gebruik, en zal

worden aangesloten aan de waterleiding en het electr. licht. Vergissen wij ons niet, dan wordt deze roeiloods net grootste drijvende loodsgebouw in ons land.

Ons Kampioenschap.

Nu de inschrijving voor de buitenlanders gesloten is, willen wij even het resultaat daarvan mededeelen. Ingeschreven heeft in de eerste plaats J. Franck, kampioen van Hamburg en winner op alle groote wedstrijden in Duitschland dit jaar, behalve bij het kampioenschap, alwaar hij gediskwalificeerd werd. Hij roeit onder de kleuren van de Allemannia te Hamburg. In de tweede plaats de kampioen van België, de Antwerpenaar J. de Laet. In de derde plaats O. Weber van de Mainzer R. V., die derde aankwam in het kampioenschap van Duitschland. In de vierde plaats L. Prével, kampioen van Frankrijk. Het is een zeldzaam feit dat vier kampioenen elkaar op de Amstel zullen ontmoeten en inderdaad zal dus in Amsterdam het kampioenschap van het vasteland verroeid worden.

Onze kampioen roeide Dinsdag j.l. voor het eerst in zijn korte boot. Het bootje leek ons best, het is keurig afgewerkt, ligt goed op het water en weegt 14 1/2 kilo. Zijn inpikken is nog niet zuiver, vaak te diep. doordat het blad niet loodrecht in het water komt. Het blijft bij het scheren te lang horizontaal, zoodat het eerst op het laatst, vlak vóór het inpikken, in den goeden stand moet worden gebracht, hetgeen niet altijd gelukt. Indien hij nu nog maar zijn handvat niet zoo knelde en zijn riem meer zijn gang liet gaan, zoo zou deze in het water toch nog wel den goeden stand aannemen, maar doordat hij den eens gegeven stand van het blad forceert, komt het blad betrekkelijk dikwijls in scheven stand in het water en behoudt het dien stand ook. Dit is een groote fout, omdat zij hem belet, zijn volle kracht in den slag te leggen. Zijn recover is ontegeuzeggelijk vlugger geworden en hij kan nu reeds gemakkelijk gedurende pl.m. 2 minuten 31 slagen per minuut roeien. De heer van Dijk, de bekende roeier en sculler van Nereus, die hem voor de afgeloopen wedstrijden ter zijde stond, coacht hem ook nu weer. Het hoofdnummer belooft dus alleszins interessant te worden.

Voor het juniores-nummer oefent de heer Werkman van Njord te Leiden zich geregeld, onder leiding van de heeren Damsté en Jongeneel. Hij zal wel op dezelfde kracht komen als op de vorige wedstrijden, doch heeft zich tot dusverre beperkt tot het kalm roeien van pl.m-2000 M. heen, en hetzelfde eind terug. De heer van Amstel van De Amstel zal een goed tegenstander voor hem zijn. Ook deze oefent zich trouw en roeit verdienstelijk; zijn recover lijkt ons echter nog te traag, en of zijn uithoudingsvermogen voldoende zal zijn, is ook nog een groote vraag. Of de heer de Bij zal uitkomen, schijnt nog niet j'ast te staan : eerst Zondag sluiten de inschrijvingen voor onze landgenooten; dus het kan nog.

Voor dubbel-sculling hebben ingeschreven de heeren Franck en Schopman van de Allemannia te Hamburg. Een ploeg van De Hoop zal hun partij geven, n.l. de heeren E. T. (een bekend goed sculler van een vijftal jaren geleden), en Eerman, de slag der oude vier. Wel is waar vormen de beide Hamburgers de sterkste ploeg, die Duitschland dit jaar in dat boottype heeft, maar onze landgenooten vatten de zaak ernstig op en oefenen en trainen zich serieus, zoodat wij ook in dit nummer de zaak voor Oud-Holland nog lang niet zoo wanhopig inzien.

In elk geval zal de wedstrijd in alle nummers interessant zijn en een druk bezoek van onze liefhebbers der roeisport ten volle verdienen.

In de Gids van deze maand zal men een zeer lezenswaardig artikel aantreffen, »School en Spel” getiteld, door j. C. G. Grasé. Met nadruk dringt Schr. erop aan het spel, d. w. z. de sport, op de school in te voeren en aldaar onder leiding der leeraars te doen beoefenen. Meer in het bijzonder heeft hij het oog op de scholen voor Middelbaar Onderwijs en hij schildert uitvoerig en bij herhaling de toestanden in Engeland, waarvan hij een groot bewonderaar blijkt te zijn.

Van de roeisport schijnt hij niet bijster op de hoogte te zijn. Het nootje toch aan den voet van bladz. 530 zou allicht den indruk maken, dat »bump racing” een begeerlijke nieuwigheid is, die wij goed zouden doen zoo spoedig mogelijk over te nemen. Schr. weet blijkbaar niet, dat het slechts een magere toevlucht is om toch te racen op wateren, die daartoe eigenlijk te smal zijn. Bovendien doet men het niet met booten met een specialen »platten achtersteven”, doch met gewone racebooten. Ook de de opmerking op bladz. 529: »Bij de roeiwedstrijden te Henley maken de 8, die tegen de 8 van Eton uitkomen, allerminst een slecht figuur”, gaat niet op. Schr. bedoelt met die achten blijkbaar die van andere, meer democratische, »public-schools”. Welnu, hij sla in de Rowing Almanack het lijstje der overwinnaars in de Ladies’ Challenge Plate eens op: hij zal dan zien, dat het Eton College of Colleges van Oxford en Cambridge zijn, die altijd dien prijs hebben weggedragen. Trouwens, de pogingen van andere scholen, zooals van Bedfort Grammar

School of Radley College, zijn zeer sporadisch en loopen geregeld op een nederlaag uit.

Maar dergelijke onjuistheden daargelaten, verdient het artikel algemeene instemming. Of het meer zal uitwerken dan het pleidooi van Dr. Damsté voor onze gymnasia in dezelfde zaak {Nieuwe Rotterdamsehe Contant Oct, '94 en Sept. ’99). ziedaar een andere kwestie. Schr. zegt zelf op bladz. 520: ’Valsche begrippen omtrent onze persoonlijke waardigheid houden velen van sport terug.” Juist! ome deftif;heid, ziedaar de vervloekte klip, waarop zoovele andere goede voornemens stranden.

Het Kampioenschap van de wereld.

I. Om dezen titel en de som van zesduizend gulden hebben Jacob Gaudaur, de Fransche Canadees, die den titel sedert zijn overwinning op Stanbury in Sept. 1896 voerde, en George Towns, de Australiër en kampioen van Engeland, elkander ontmoet op 4 dezer over een baan van 4800 M. met een draaiboei. Het meer heet de »Lake ofthe VVoods” en ligt in üntario (Canada); van de grootte er van kan men zich een denkbeeld maken, als men hoort dat er 1200 eilanden in liggen. Het is volkomen stil water en het eenige minder aangename van dat oefenterrein bestaat hierin, dat er zooveel drijfhout in voorkomt; èn Towns èn zijn vriend en trainer, de ex-kampioen Tom Sulliyan, hebben dat tot hunne schade ondervonden, daar beider booten reeds averij hebben opgeloopen van die drijvende stammen. |

Toen Towns zijn uitdaging aan Gaudaur (spreek uit: gódder) zond, 'dacht men in Engeland, dat hij die niet zou aannemen en, zoo hij het al deed, dat de race dan een walkover zou zijn; immers, Gaudaur roeide reeds in 1886 om het kampioenschap en zou op zijn ouden dag tegen zijn zooveel jongeren tegenstander niet veel kunnen uitrichten. Toen de uitdaging niettemin werd aangenomen, heerschte er gejuich in Engeland; Towns werd maar vast tot Engelschman gepromoveerd, want wij lazen in de Engelsche sportbladen: »Evenals de Amerika-cup is de titel van kampioensculler van de wereld veel te lang buiten Engeland geweest.” Men vergat daarbij natuurlijk, dat Gaudaur evenveel, of liever even weinig, een Engelschman is als Towns, maar in een land, waar de kaperij zoo aan de orde van den dag is, wordt op een onnoozelen sculler zoo niet gelet. Toen Towns en Sullivan den kampioen zagen roeien, viel het hun niets mede, en Sullivan schreef naar Engeland, dat Gaudaur er 10 jaar jonger uitzag dan toen hij in Engeland was en veel sneller roeide. Maar men hield er den moed in, al schreef Towns ook, dat het hem speet, dat hij alleen zijn korte boot had meegenomen, want dat hij op het doode water met een gewone lange skiff me«t snelheid dacht te kunnen bereiken. Gaudaur roeide in een boot van Ruddick te New-York en bezigde riemen van Norris te Putney; de lengte dier boot is 31 Eng. voeti dus 5 voet meer dan die van Towns.

Algemeen werd verwacht, dat het record van Gaudaur over 4800 M., van 19 min. CA sec., gemaakt te Austin (Texas) in 1894, door Towns kon worden geslagen, maar even zeker geloofde men, dat Gaudaur zelf het kon slaan zoo hij werd opgejaagd, wat men ontwijfelbaar achtte. En dan zou hij het, naar de Canadeezen meenden, met een volle minuut kunnen verbeteren!

Onder dergelijke beschouwingen, bij een steeds toenemende spanning, naderde de dag van den lang voorzienen kamp. Beide kampioenen waren in uitstekende conditie; de belangstelling was algemeen, zoodat de toeschouwers in dichte scharen naar het terrein van den wedstrijd kwamen reizen, waar door de hotelhouders reusachtige maatregelen werden getroffen tot hunne ontvangst. Kortom, de belangstelling in deze gebeurtenis was grooter, volgens de Lake of the Woods Daily, dan die in eenig feit van de laatste jaren. uitgezonderd de »Boer-British war.” (Slot volgti]

%WG«M4M’MM‚

Nederlandsche Zwembond.

Secretariaat i O. Z. Voorburgwal 43.

De ondergeteekende bericht, dat, op verzoek van de Rotterdamsehe Zwemclub en met goedvinden van de Zwemclub »d[e Jonge Kampioen”, het bondsbestuur besloten heeft den op 8 September a.s. vastgestelden, laatsten competitiewedstrijd tusschen beide Vereenigingen niet te doen doorgaan.

De competitie alzoo geëindigd zijnde, erkent het Bestuur van den Nederlandschen Zwenibond als kampioenclub in het Waterpolo voor het jaar 1901 de Haarlemsche Waterpoloclub »H. V. G. 8.,” die het maximum aantal punten (8) behaalde, daar zij alle de door haar in de competitie gespeelde wedstrijden won. Amsterdam, 5 September 1901. L. Bouman, Secretaris Ned. Zwemhond.