is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 63, 1913, no 373-378, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij moet wat gaan rusten en naar bed gaan. Kom, ik zal je een bed klaar maken in een andere kamer, opdat de zieken je niet wakker maken.

Zij trachtte zachtjes het kind mee te krijgen opdat hij geen getuige zou zijn van vaders doodstrijd. Tsjen weigerde-

Zuster, laat mij bij vader blijven, hij is zoo ziek en ik ben bang dat hij zal sterven. Ik kan heel goed op den grond slapen met het hoofd op dezen zak. Hebt ge geen middel om den dood tegen te houden ? snikte het arme kind. De Zuster voelde de tranen in haar oogen komen

en door moederlijk medelijden bewogen, zeide zij tot den kleinen jongen :

Wij zuilen doen wat mogelijk is om vader te redden ; maar er is iemand machtiger dan wij, namelijk de Moeder van Jezus; vraag Haar, hem te genezen.

Ik zal het doen, riep Tsjen. Zal Zij mij hooren ?

Misschien, wanneer ge goed bidt.

Na deze troostende woorden verwijderde de Zuster zich om de avondronde te doen. Bij ieder bed stond zij stilluisterde naar de ademhaling van den een, vroeg wat aan een ander, troostte hen, die veel leden en ging pas heen na zich overtuigd te hebben, dat hare dierbare zieken niets meer noodig hadden.

Tsjen dacht bij ’t heengaan der Zuster na, hoe hij de Moeder des Hemels zou aanspreken. Dan zich tot de schoone plaat keerende, verzuchtte hij:

Heilige Moeder, gij, die zoo goed zijt, geef de gezondheid weder aan vader.

Langzaam ging het kind naar de schilderij, waarop het nachtlichtje een zachten schijn wierp en stond eenige oogenblikken stil om zijn verzoek te herhalen.

Van tijd tot tijd liep hij zacht naar het bed van zijn geliefden zieke, overtuigde zich dat hij zich niet bewoog en keerde dan terug naar de zoete Koningin des Hemels om zijn bede te hernieuwen.