Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden we ons gebouw gehéél laten voltooien; daar valt echter in deze bitter slechte tijden niet aan te denken. Dit j aar hadden we brillant succes met de examens: onze zes Candidaten voor de Hulpacte slaagden allen. Twintig meisjes gingen op voor het Admissie-examen H.B.S. en allen zonder uitzondering kwamen zij er door. De geest onder de kinderen is nog even uitstekend als in uwe dagen: het is een lust voor hen te mogen arbeiden, al moet dan ook die arbeid waarlijk in het zweet des aanschijns worden verricht!”

Nog zéér veel zou ik aan het bovenstaande kunne» toevoegen, doch ik ben overtuigd dat de nederigheid der Jubilaresse zich nu reeds luide verzetten zal tegen het weinige, wat ik heb gezegd. En daarom ten slotte slechts dit: met hart en ziel vereenig ik mij, als stadgenoot en vriend en voormalig pastoor van Malang, met al de gelukwenschen, die haar op haar Gouden Jubilé door medezusters, heeren geestelijken, schoolkinderen, vrienden, kennissen en parochianen, werden toegevoegd. Ik richt een bijzonder complimentje aan de Redactie van de Java-I’ost, die haar hartelijk feestwoordje besloot met den volgenden heerlijken en mij uit het hart geschreven Jubelkreet: »’t Was een mooi en dubbel en dwars verdiend feest. Moge God nog lang de niet-verouderende, onvermoeibare, steeds hulpvaardige, overal waar ’t noodig is troostende schutsengel van Malang’s klooster sparen!”

G. JONCKBLOET S. J.

’s-Gravenhage, 5 November 1918.