is toegevoegd aan uw favorieten.

De katholieke illustratie; zondags-lektuur voor het katholieke Nederlandsche volk, jrg 42, 1907-1908, no 2175, 08-08-1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou het zijn, wanneer je eens probeerde, Erich Reinstettefl door denzelfden bril te bezien ? Je zou weldra allerlei uitstekende hoedanigheden in hem ontdekken, waarvoor je tot nu toe merkwaardig blind was.... Wil je even bellen ? Hoe denk je den voormiddag door te brengen ? Bij tante Glockner ? Erna knikte. . , Toen haar vader de kamer verlaten had, droeg zij de doos, welke den brief uit' Amaliahof vergezeld had, dichter bij het venster en nam er een bouquet uit. Voorzichtig plaatste zij die ineen sierlijke vaas op het blad van de schrijftafel, welke met schrijfbehoeften, boeken en elegante kleinigheden beladen, duidelijk het streven verried, dat men aan het hótelachtige van het salon iets van het eentonige had willen ontnemen. Welke woorden in oom Glockner’s brief Erna in ,t bijzonder aantrokken, dat had zij haar vader reeds daarom niet kunnen meedeelen, omdat het haar zelf verraste, dat die woorden haar het hart sneller deden kloppen. Daar stond in ooms krabbelschrift geschreven : »De bloemen, welke ik vandaag stuur, zijn niet naar mijn smaak gebonden, wat je zult moeten verontschuldigen, kindlief, temeer omdat ze dit keer voor de kleine Samaritaansche zelf bestemd zijn. Steinfels gedoogde het niet, dat de tuinman een zijner kunststukken zou klaar maken, en beweerde je smaak te kennen, en toen liet ik hem maar alleen zijn gang gaan. Toen ik het opgemaakte werk zag, kreeg ik een kleinen schrik. Steinfels had waarachtig van de varens afgesneden. Zeg het maar niet aan tante. Daarbij heb ik je ook nog de groeten te doen van den plunderaar mijner fonkelnieuwe broeikas. Overigens zul je gelegenheid hebben hem zelf wegens dit vergrijp de les te lezen, want hij gaat zijn ouders bezoeken en wil bij deze gelegenheid eenige dagen, hetzij op de heen- of bij de terugreis, in Münberg blijven.” Hyacinthen, viooltjes en Meibloemen waren met eenige sierlijke varens kunsteloos gerangschikt in samenstelling en in soort geheel beantwoordend aan Erna’s smaak. Eerst toen de hamer der bronzen pendule op de spiegelconsole met schellen toon tien maal neerviel, ontwaakte Erna uit het gepeins, waarin zij verzonken was. Zij greep naar den mantel, die voor haar gereed lag en drukte een met grijs bont afgezet mutsje op de glanzende haarlokken. Fluks ijlde zij de trap af en stond, den laatsten handschoenknoop dichtmakend, nog ondei de boogvormige veranda, welke langs de geheele voorzijde van het hotel liep, toen een vroolijke ruiterfanfare haar oor bereikte. Langzaam schreed zij onder de ook aan de belendende gebouwen aangebrachte galerij verder, zoolang tersluiks zijwaarts blikkende, totdat een vos, zwenkend, haar broeder voorbijdroeg. Hij had de jonge dame opgemerkt en salueerde met den sabel. Toen het escadron voorbij was, ging de dame naar de zijde van het pletn, waar de dom zich verheft. Nadenkend vervolgde zij haar weg. De bloemengroet uit Amaliahof leidde al haar gedachten naar Hartenstein. Aan haar geest trokken de beelden der laatste, daar gezellig doorgebrachte, weken voorbij. Had de beslissing aan haar gelegen, dan zou zij ook nu nog daar geweest zijn. Doch zij had zich naar den wensch haars vaders moeten voegen, toen deze zoo hardnekkig op de reis naar Münberg aandrong, dat de dokter zich vaneen verandering van woonplaats veel goeds voor den baron voorstelde. Bij den dom gekomen, ging Erna de kerk binnen en knielde ineen dei banken neer, waar zij eenigen tijd in aandachtig gebed doorbracht, om naderhand zooveel te haastiger haar weg te vervolgen. Weldra was de kliniek, het doel harer wandeling, bereikt. Erna ging naar de haar bekende kamer. Met een uitroep van vreugde stak mevrouw van Glockner aan de binnentredende, die zich door haar luid toe te roepen in het donkere vertrek kenbaar maakte, de handen toe. »Hoe gaat het, tantelief?” vroeg Erna, de oude dame hartelijk omhelzend. »Hoe luidde vandaag de uitspraak van den geheimraad ?” »Uitstekend. Eenige dagen zal ik nog hier moeten blijven. De dokter kwam er voor de eerste maal voor uit, hoe ernstig de oogziekte geweest is. Mijn goede man, hoe verschrikt zal hij nu nog zijn zulks te hooren ! ■ »Ja, die oom, die goeierd!” antwoordde Erna peinzend, den brief uit Amaliahof te voorschijn halende. Zij schoof het venstergordijn open, om te kunnen zien. Zoolang het gold berichten over huiselijke aangelegenheden, gaf zij de woorden van oom Frans getrouw weer; maar toen zij aan het laatste gedeelte van den brief gekomen was, hield zij op en voegde er slechts aan toe : Oom Frans schrijft verder uitdrukkelijk, dat ik dezen keer de bloemenzending uit Amaliahof voor mezelf behouden moet, en laat verder weten, dat baron Steinfels zeer waarschijnlijk binnenkort persoonlijk naar den toestand zijner beschermster zal komen vernemen.” Deze mededeeling gaf tante Marie te denken. De verhouding, die sinds de ziekte van neef Arnold tusschen haar lieveling Hans Otto en Erna bestond, hield haar vaak genoeg bezig. Zou zijn komst naar Münberg iets bijzonders te beteekenen hebben ? »Ik geloof, dat u heelemaal niet naar mij luistert, tante !” riep het meisje pruilend, toen mevrouw van Glockner op eene voor de tweede maal haai gedane vraag niet antwoordde. »Ik zou graag willen weten, of u mij uw pelsmantel voor de sledevaart leenen wilt en ook uw grooten voetenzak?’ » Wel, natuurlijk wil ik dat, jij kleine plaaggeest!” gaf tahte Marie lachend toe. »Wat zul je een volgenden keer van mij verlangen, Erna ? Een kap ?” »Neen, neen !” wees Erna van de hand. »Zoo'n eerbiedwaardig ornament, als u op uw lief zilveren haar draagt, verlang ik niet.” »Wie zal je rijden, kind ? Erich Reinstetten ?” s>lk bid u, tante, begin u nu ook niet het voor uitgemaakt te houden, dat slechts hij alleen overal mijn cavalier moet zijn! De wijze, waarop Reinstetten mij als zijn eigendom beschouwt, is onuitstaanbaar. Aan plagerij deswege ontbreekt het natuurlijk niet. Moest papa niet op streng bevel van den dokter tegen elke onaangename aandoening gevrijwaard worden, dan zou ik mij al lang tegen Reinstetten’s aanmatiging verzet hebben. Jammer, dat Herman zoo weinig tijd voor mij heeft!” »Zie je Herman vaak ?” Had haar mande waarheid gehoord, bij zijn laatste aanwezigheid in Münberg, dan bewoog zich de jonge officier in verkeerd gezelschap. ■— >;Dat is zeer verschillend, tante Marie,” antwoordde Erna treurig. »Vaak ontmoet ik hem dagen achtereen niet anders dan onder vreemden, en dan komt hij weer tweemaal daags. Voor elke explicatie toont hij zoodanigen af keer, dat ik er nooit een poging toe doe. Zien we elkaar bij diners of op bals, dan is hij de voorkomendheid in persoon. Het is, alsof hij mij’ door uitgezóchte kleine attenties bewijzen wil, dat zijn genegenheid tot mij dezelfde gebleven en onveranderlijk is.”

VAN HET VIJFDE MIDDENSTANDSCONGRES VERLEDEN WEEK TE DORDRECHT : GROEP DEELNEMERS (o. a. OP DEN VOORGROND Dr. NOUWENS) IN DEN TUIN VAN »KUNSTMIN”. photo h. j. tollens.

In vol baltoilet stond Erna von Harteneck op een avond voor den spiegel in het salon en verschikte nog iets' aan de strikken en linten van haar japon. Besluiteloos gleden haar blikken naar de schrijftafel, waar, door het kaarslicht helder bestraald, het bouquet uit Amaliahof stond. Zou zij of zou