is toegevoegd aan je favorieten.

Berichten van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie, 1863, 1863

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bestuur bestaat uit de heeren C. M. van Dijk, voorzitter, Wefers Bettink, thesaurier, van Rijn van Alkemade, Duffer Blom en C. A. Overwijn, secretaris.

Hoewel de financiën in geen bloeijenden staat verkeeren en dit jaar door bijzondere omstandigheden geen volkomen evenwigt tusschen inkomst en uitgaaf bestaat, baart die toestand echter geene bekommering en hoopt men deze moeijelijkheid met voortgezet zuinig beheer te boven te komen. Het verslag van den pharmacentischen leeskring over 1862 is zeer gunstig, de contributie matig en het reservefonds toenemende, zoodat het in eenen bloeijenden toestand verkeert. De bibliotheek heeft door de goedheid van de heeren van Dijk en van Eijn van Alkemade weder eene uitbreiding verkregen. Het Departement besloot voot eenigen tijd, zich van tijd tot tijd de nieuwste pharmacopoeën aan te schaffen , ten einde de leden inde gelegenheid te stellen, dezelve bij het aanbieden van buitenlandsche recepten te kunnen raadplegen. Het ziet zich ten gevolge van dat besluit reeds in het bezit van enkele en is de nuttigheid daarvan herhaaldelijk gebleken. Het wordt hier met erkentelijkheid vermeld, dat de heer de Eooy de kosten vaneen derzelven voor zijne rekening genomen heeft. Het pharmacologisch kabinet en de herbaria zijn in goeden staat en door de goedwilligheid van de heeren van Dijk, Duffer Blom en Bahnsen Junior met eenige voorwerpen verrijkt. Geregeld werden de bijeenkomsten elke maand gehouden en altijd door meer of minder belangrijke bijdragen van pharmacentischen of andere wetenschappelijken aard opgeluisterd , waarvan de volgende mededeeling ten bewijze kan strekken. Zoo sprak de heer Wefers Bettink over de tamarinde en gaf hare afkomst, groeiplaats en vervalschingen aan. De heer Bahnsen Junior leverde eene bijdrage over de Coca, sints eenigen tijd hier te lande ingevoerd. Ha eene botanische beschrijving der plant en het gebruik der bladen

237