is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1941, no 7, 13-09-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

★ Wat heeft de Sovjetunie ons te bieden?*

TITITLER HEEFT, behalve zijn gewone misdaden, al weer een groot aantal vernielde dromen op zijn geweten. Hij dwingt ons de Sovjetunie plotseling te zien in haar ware gedaante.

De Sovjetunie was ver en groot en vaag; een heerlijk land om over te dromen, en ongestraft onjuiste voorstellingen over te hebben. De salonbolsjewisten droomden over “ het aardse paradijs voor den arbeider ”, ook al kenden ze zelf het woord “ eelt ” enkel uit het woordenboek; de conservatieven hadden angstdromen over een “ hel op aarde ”, geregeerd door een tyran, die toevallig niet Iwan de Verschrikkelijke heette, maar kort en modern; Stalin. En wie onzer heeft zich nooit bezondigd aan de bewering, dat nazisme en bolsjewisme eigenlijk precies hetzelfde waren, en dat Stalin nimmer een oorlog zou aandurven omdat er dan in de Sovjetunie spoorslags een revolutie zou uitbreken? Wij zagen de Sovjetunie, met zijn nameloze, ontelbare menigten, waarin elke man een pet ophad en geen enkele vrouw zijden kousen droeg, als een geweldige vergaarbak vol proletarisch protoplasma, een zielloze stof, die den vasten vorm ontbeerde, en die door meedogenloze chemici, bijgenaamd sovjetcommissarissen, misbruikt werd om ze uit de ene reageerbuis in de andere te gieten, reageerbuizen, die de namen droegen van “ Vijfjarenplan ” of “ Stachanovmethode ”.

En nu? Nu vecht de Sovjetunie tegen Hitler’s horden, met sikkel en hamer, met handgranaat en mitrailleur, met microfoon en dynamiet, met angstwekkende opofferingszin en meedogenloze drift. En de vormeloze klomp klei, die Stalin in onze verbeelding naar hartelust kneedde met zijn harde vuisten van Kaukasische boer, blijkt plotseling de grondstof geweest te zijn, waaruit, als bij toverslag, bij millioenen tegelijk, persoonlijkheden zijn omhooggeschoten, die even scherpomlijnde trekken bezitten als welke westerling dan ook.

■***-0 ——— De westerlingen, ruw ontwaakt uit den droom, dat elke Rus een tot revolutie bereide slaaf was, staan vanuit de verte beduusd toe te kijken bij den grootsten strijd in het ganse wereldgebeuren, sinds God de aarde schiep en in beweging bracht. Wij kijken toe, in diepe en spontane bewondering, welke bij velen vermengd is met vage vrees. Vrees, voor wat er te gebeuren staat zodra Hitler verliest; vrees, dat de Sovjetunie dan onze eigenlijke nabuur zal worden omdat tussen de Pripetmoerassen en de Lueneburger heide enkel een leeg en uitgebloed Duitsland zal liggen een vrees, waar de herinnering aan overgrootmoeder’s verhalen doorheenspookt, over de woeste Kozakken, die hun wachtvuren ontstaken op den Dam en naast het IJ, en die de kaarsen uit de huizen stalen om ze op te vreten.

En behalve al die vrees ook nog een huiverig gevoel, dat er na ae doodsplof van den Duitsen adelaar aan de groene conferentietafel een man zal komen aanzitten, die ons.

ja, ons Nederlanders, misschien aan zal kijken met een enigszins sardonische glimlach.

En verlegen terugglimlachen gaat niet eens; want wij zijn nooit aan hem voorgesteld; hij is enkel onze bauxietbondgenoot en rubbergeallieerde geweest, een verbintenis, die hij op zich zelf zeer zeker hogelijk gewaardeerd heeft.

En nu moet ikzelf met een ongerust hart doen, wat ik eigenlijk vermijden wilde; de wankele mening uitspreken van een eenling; het is mijn diep geloof, dat al deze, o zo begrijpelijke vrees ongegrond is. Ten eerste is het Nederlandsche volkskarakter van een dergelijke verrukkelijke vastheid gebleken, dat een bolsjewisering van Nederland uitgesloten is en blijft.

En dan een ander ding. Wie onzer heeft nooit in zijn leven bespeurd, wat gelovigen de “ vinger Gods ” noemen, en ongelovigen “ het toeval ” of “ een samenloop van omstandigheden ” ? En wat voor het korte leven van den enkeling geldt, dat geldt des te treffender voor het langdurig leven der volkeren, en op een gegeven ogenblik voor volk en volksmenner tezamen. Wij waren het er allen wel over eens, dat een moderne Hamlet achter zijn beroemde regel

“ There’s something rotten in the state of Denmark ” eigenlijk nog een heel rijtje andere staten op had moeten noemen. Otto Strasser heeft het eens zo treffend gezegd; “Hitler is de gesel Gods, gezonden om het rotte in de Europese beschaving te vernietigen.” Ja, de Almachtige kan éen ding doen, wat geen mens vermag ; het kwade gebruiken in nazisme èn bolsjewisme, om het goede te bewerken. Hitler is de storm, die beslissen moest, welke eiken ontworteld zouden worden om der wille van hun diepe vermolming, en welke er overeind zouden blijven staan, in taai en kreunend verzet. En in dit diepzinnig historisch spel van dood en leven voor mens en volk heeft ook een Stalin zijn noodzakelijke, hem onwrikbaar door een hogere macht toegewezen plaats. Ik geloof, dat God in zijn onnaspeurlijk raadsbesluit Sovjetunie, met al haar van christelijk standpunt uit volkomen verwerpelijke theorieën en wreedheden, toch zo heeft laten worden als zij thans is, om de wereld te redden uit het doodshol der Hitler slavernij.

De uitwerking van dit thema bhjve voor een afzonderlijk artikel bewaard. de filosofie der historie laat zich niet in een paar dozijn regels persen. Laat ons voor het ogenblik de Sovjetunie, warmee ook wij thans op leven en dood verbonden zijn, in Gods naam (en dit meen ik letterlijk) aanvaarden zooals zij is.

En wat zien wij dan ? Een machtige lap van den aardbol, geplooid en vervormd naar de wil van een onverzettelijken dwingeland, een tweeden Peter de Grote. Hij bracht allereerst collectivisatie van den bodem, gevolgd door wild verzet van grote en kleine boeren, door het afslachten

van millioenen stuks vee, door hongersnood en ellende. De boerderijtjes worden met geweld saamgevoegd tot landerijen groot als provinciën, waardoor de tractorploegen hun kilometerlange voren kerven. Maar deze wrede omwenteling van eeuwenoud bestel blijkt heden Rusland’s redding, en daardoor ook indirect onze redding. De oogst in de bedreigde Ukraine wordt niet met de statige traagheid van den zeishouw, maar met de felle snelheid van de door tractoren getrokken oogstmachine binnengehaald. En elke hand, die gewend was geraakt aan de versnellingshandle der landbouwmachines, is heden de knuist die het stuurwiel der tanks omklemt. De fabrieken voor landbouwmachines vervaardigen vandaag met verdubbelde vaart de rijdende forten, die de aanval der nazihorden breken.

Een in theorie althans socialistische gemeenschap gelijk de Sovjetunie kon enkel gegrondvest worden op doorgedreven industrialisatie. Aan deze wet van Lenin heeft Stalin alle staten der Sovjetunie gelijkelijk onderworpen;, ook het verre, achterlijke Siberië moest de last dragen van een met geweld uit den oerwoudbodem gestampte industrie. En de rook uit elke fabrieksschoorsteen achter den Oeral is heden de rook van Hitler’s vervliegende hoop, ooit de Sovjetunie te kunnen bedwingen! Napoleon kon de afstand tot Moskou te paard bedraven; maar Hitler’s Moskou ligt midden in Siberië.

En wat hebben wij een medelijden gehad met al die arme, van alle comfort beroofde proletariërs; welk een schande hebben wij niet gesproken, en terecht, over hun armzalig lage levensstandaard ! Maar heden bhjkt dit nameloos pettenproletariaat, gewend aan de ontbering van aardse goederen, uit rijen en rijen helden te bestaan,, die met gewillige hand alles verzengen,, vernielen en kapotscheuren wat zij hun gezamenlijk aards bezit konden noemen: hun graan, hun krotten, hun fabrieken, hun spoorwegen, hun stuwdammen. Niets voor den Elun; alles tot zijn ondergang! En door die uiterste opoffering, die voor ons allen een striemende les is, is Hitler de hongerige wolf geworden, die door een zwarte woestenij zijn zekere ondergang tegemoetsnelt.

En nu merk ik plotseling, dat de titel boven dit opstel eigenlijk onvolledig is; zij had moeten luiden; “Wat hebben wij de Sovjetunie te bieden?” Vergeet niet, dat daarginds vele honderdduizenden sterven, en dat ook voor ons.

Wat wij, Nederlanders, bieden kunnen?’ Ons mannelijk, zelfverzekerd vertrouwen, gegrondvest op de rots van onze eigen, omverwoestbare cultuur, gelijk Churchill, gelijk Roosevelt. Want van dit vertrouwen zal ook onze plaats in de gezamenlijke herbouwing van het nieuwe Europa stellig enigszins afhankelijk zijn.

Een andere keuze is er niet; of met Stalin aan de conferentietafel, of met Hitler naar de nazihel! A. DEN Doolaard.

Deze ruimte is aangeboden door de N, V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië