is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1941, no 8, 20-09-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«PROPAGANDA als het vierde wapen

De tank, de torpedojager, de bommenwerper en de microfoon

J)E OORLOGSTIJD heeft ons een nieuwe en zeer bijzondere cocktail gebracht: de propaganda. Het is een moeilijk en ingewikkeld mengsel, voornamelijk bestaande uit de volgende elementen: nieuwsberichten, betogen, leuzen, scheldwoorden, en korte, treffende, bemoedigende of verpletterende verhalen. Er zijn maar weinig mensen, die de goede dosering weten te vinden voor een doeltreffend mengsel. Vooral ofßciele persoonlijkheden, die de cocktailshaker met statige greep aanvaarden, plegen de hoeveelheid betogen en leuzen te overdrijven, en worden dus ongaarne geslikt. De loffelijke uitzonderingen kennen wij natuurlijk allemaal. Maar het shaken van propagandacocktails is een heel apart vak; je krijgt er alleen de slag van beet, wanneer je ten eerste de nodige aanleg bezit, en je ten tweede met niets anders bezig houdt. Het is dus, wat de Engelsen een “ Full time job ” noemen. Wanneer een amateur zo tussen neus en lippen door aan het schudden slaat, merk je het onmiddellijk aan de smaak, die er net even naast is, om van een zekere waterigheid maar niet te spreken. Er zijn echter ook zaken, waar een bepaalde hoeveelheid water als bijmengsel voorgeschreven wordt, doodenkel uit goedbedoelde vaderlijke voorzichtigheid. Maar zulke zaken plegen hun klanten op den duur te verliezen.

Er zijn natuurlijk onder de overigens bekwame cocktailmixers ook een klein aantal regelrechte gifmengers. Hun aller geestelijke vader heet Goebbels. Maar ovct zulk soort verachtelijke wezens, die ook de leugen nog meeschudden, praten wij niet.

Een bona-fide, dus leugenvrije, propagandacocktailmixer volgt niet alleen zijn eigen, in langdurige praktijk verkregen inzichten, maar hij maakt ook een diepgaande studie van de smaak van zijn klanten. Wanneer hij, zoals dat zo dikwijls in deze tijd gebeurt, naar hun smaak moet gissen, probeert hij zich allereerst in hun positie in te denken, met uitschakeling van alle eigengereidheid. En wanneer hij dan bovendien weet, dat het van zijn bekwaamheid en toewijding afhangt, of er werkelijk mensen opgekikkerd zullen worden, inplaats van dieper de put in te gaan, dan besteedt hij toch zeker de uiterste zorg aan de kwaliteit en offert desnoods zijn nachtrust op voor de goede zaak!

Ja, de cocktailmixer is een machtig man in deze tijd, en zijn positie wordt internationaal van hogerhand maar al te dikwijls onderschat, of juist al te bemoeiallerig en zwaartillend betutteld.

Daar wordt de brave zwoeger dan boos om, en terecht: ieder. die zijn vak verstaat en liefheeft, vecht er met plezier voor. Ik heb horen vertellen, dat een dezer stoutmoedigen zo maar tegen een minister heeft durven zeggen: “ Excellentie, doet iets, wat ik niet kan: regeren. Maar nu moet U mij ook niet komen vertellen, hoe ik cocktails moet mixen.”

Die man voelde zijn grote verantwoordelijkheid, en hield daarom amateurs liever zoveel mogelijk buiten zijn tent. Het hangt toch zeker ook van zijn gave en geestdrift af, of je van zijn drankje gloeiend opgewonden wordt, of katterig, of je er een kwade dronk van krijgt, of een treurige, of dat je er koud bij blijft, omdat het drankje slap is. Er zijn zelfs mensen, die van het enkele ruiken van deze cocktail geheelonthouder geworden zijn. Dat drukken ze dan- uit door te zeggen: “ Als Radio Pimpelpaars aan het woord komt, draai ik de knop om.”

En dat is jammer. Maar als nu eenmaal het feit is vastgesteld, dat sommige _ luisteraars Radio Pimpelpaars geen kwartier geven, in letterlijken en figuurlijken zin, dan dienen wij ons in diepen ernst af te vragan: Wat was er niet in orde? Was onze cocktailmixer weT bekwaam genoeg? Deugde het mengsel wel? Waren de glazen wel helder? Of hebben wij de “ zoutjes ” soms vergeten, die bij de propagandacocktail niet bestaan uit kaas, pinda’s en olijven, maar uit sarcasme, haat en hoon?

Al deze vragen verdienen onmiddellijk onderzoek en beantwoording. Want naast de tank, de torpedojager en de bommenwerper is in deze oorlog op leven en dood de microfoon het vierde wapen, even gewichtig en onontbeerlijk als de drie andere. En sterker: want met een tank kan men hoogstens honderd mensen tegelijk doodmaken; maar met een rnicrofoon kan men in dezelfde tijdsruimte acht millioen mensen tegelijk nieuw leven inblazen, en nieuwe hoop op de toekomst schenken. En als het goed is, dan voelen stervensmoede vechters zich zo geinspireerd door deze stem uit het onzienlijke, dat zij zich profeten wanen, op wie de vurige mantel gevallen is van de uitverkiezing tot den heiligen vrijheidsstrijd.

Tot dit alles is geen enkel instrument in staat—behalve de microfoon. En daarom diende de propaganda in het algemeen, en dan nog de radio in het bijzonder, een der gewichtigste departementen te vormen in ons staatsbestel; een departement, dat echter niet beheerd zou moeten worden door een minister met regeringstaak maar wel door een

excellentie in de intieme betekenis des woords: een boven anderen uitstekende persoonlijkheid, die als eerste en onontkoombare vereiste zelf de grote gave des woords zou moeten bezitten. Maar de Churchills zijn dun gezaaid: niet ieder bezit tegelijk een beurtelings rauwe en diepgelovige stem, een bijtende stijl en een groot karakter. Bij gebrek daaraan zou de radio propaganda gevoerd en geleid moeten worden door een klein groepje elkaar aanvullende, fel schrijvende en raak sprekende geestdriftige kerels, bezeten door harde, maar betoomde haat tegen den Hun, vervuld met diepe liefde voor hun heerlijke en zwaar verantwoordelijke taak: de bemoedigende stem te mogen zijn vanuit de vrije verte; de trompet te mogen steken, die de belegerden in hun benarring aanspoort tot taai verzet; de klaroen te laten schallen, wier waterklare tonen de enige verkwikking zijn voor de millioenen dorstenden naar waarheid en gerechtigheid, die hun leven doorbrengen tussen een leugenpers, een stoorzender en een naziluistervink aan de huiskamerramen.

Dit kleine stel mensen (want vele koks bederven de saus) diende te worden bijgestaan door een even kleine propagandaraad, bestaande uit een hooggeplaatst en ruimhartig vertegenwoordiger der regering, uit iemand met veel gezond verstand, die als “gemiddelde luisteraar” zou moeten fungeren, uit (schrik niet) een specialist in het publiciteits- en reclamevak en uit telkens de laatste verstandige persoon, die uit Nederland is ontsnapt.

Moeite noch kosten zouden moeten worden gespaard om dit te verwezenlijken. Want, zoals een reclamevakman deze week tegen mij zei: Voor acht millioen klanten moet je alles over hebben.

Ja, inderdaad, alles. De radio is de enige band tussen een paar honderd duizend vrije en acht millioen verdrukte Nederlanders. Alles wat wij hun schenken kunnen, om hun lange en donkere dag van dwingelandij te verlichten, is dit ene armzalig korte kwartiertje. Meer geven kunnen wij niet; maar laten wij ons in die negenhonderd kostbare seconden dan ook volkomen geven, met het diepste wat wij bezitten aan liefde en kracht tot opbeuring. Laat de stem, die door de tralies komt, hun even hun honger doen vergeten ; laat de trilling, die er in ligt, hun vertellen: wij leven diep met u mee, vol bewondering voor de taaie strijd, die gij voert!

A. DEN Doolaard

Deze ruimte Is aangeboden door de N. V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië