is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrij Nederland; je maintiendrai-onafhankelijk weekblad voor alle Nederlanders, jrg 2, 1941, no 15, 08-11-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HUID VAN DEN BEER

(SLOT)

Tijdens de verovering van Polen joegen de Gestapobeulen te Bydgoszcz de nonnen naar de kapel van het Fransciscaner klooster. Een der heren steeg op de kansel, en brulde: “ Verspillen jullie je tijd toch niet met bidden! Er is geen God; want als er een God was, dan zouden wij hier niet zijn! ”

Welnu, na de nederlaag moet het den heidensen Hunnen duidelijk gemaakt worden, dat er een God is, een (Jod der wrake en der gerechtigheid. Maar laat niemand er zich op verhovaardigen, dat hij tot een generatie behoort, die uitverkoren is tot de noodzakelijke, maar verschrikkelijke taak, de Duitsers te straffen. Laten wij vervuld blijven van het bitter bewustzijn, dat wij slechts instrumenten zijn in dit wraakgericht, gelijk de wanners en boogschutters, die de Oud-Testamentische Jehova als een verdervende wind liet losbreken tegen het heidense Babel. Laten wij nimmer vergeten, dat wij in onze slapheid hielpen dit Babel groot te maken; en dat dit Babel ook tot taak had, ons ruw wakker te schudden uit een verderfelijke dommel van overbeschaving. Wij waren even knap als gemakzuchtig; even kortzichtig als harteloos in het opofferen van anderen, die wij voor het nazibeest smeten om zelf een kortstondige pais en vree te kopen. En daarom zijn wij allen mede verantwoordelijk voor wat er thans geschiedt; en daarom is onze verantwoordelijkheid niet geëindigd met de vernietiging der Hitlerheerschappij.

Na de noodzakelijke vernietiging der Duitse oorlogsmachine, na het straffen der ergste schuldigen, voor wie slechts de doodstraf past, zal Duitsland voor lange, lange jaren het zorgelijke kind der internationale volkerenfamilie blijven; na de rammeling moet de bengel op harde, maar verstandige manier worden opgevoed. Of daar iets van terechtkomt—dat hangt uitsluitend van de autoriteit der onderwijzers af, en van het feit, of zij het eens kunnen worden over het lesrooster. Anders krijgen we in het groot het beeld van de liefel jke gezinnen, waar de ongehoorzame kinderen met aangeboren handigheid tussen de vaderlijke tucht en moederlijke vergevingsgezindheid (of: omgekeerd) doorslippen.

Maar laten we even op utopische wijze eensgezindheid bij de opvoeders veronderstellen, en eerst het lesrooster bij de kop gr jpen. Het eerste vak, dat den na-Hitlersen Mof bijgebracht moet worden, is Geopolitikop onze manier dan.

Geopolitik volgens Professor Haushofer, de leermeester van‘Hess, Hitler’s voormalige rechterhand, is de leer van het denken in tijd en ruimte, met bepaalde volkeren tot kern. Geopolitik omvat aardrijkskunde en geschiedenis, economie en

rassenleer. Geopolitik is de geschiedenis der eeuwig wisselende krachtlijnen, die de wereldbol omspannen, krachtlijnen, uitgaande van bepaalde rassen, wier bolwerken, soms op verdediging, soms op aanval ingesteld, wijdverspreid kunnen zijn over de aarde. Vele democratische staatslieden achtten het beneden zich

“ Mein Kampf ” te lezen, laat staan dus Haushofer; vandaar, dat zij volkomen verrast werden door de geraffineerde manier, waarop Hitler de Duitse minderheden als voorposten gebruikte, en ze als troefkaarten neerwierp op de politieke speeltafel. De “ verlossing ” der “ verdrukte ” (lees: somtijds gep’aagde) Duitse minderheden in Litauen, Tsjechoslowakije en Polen waren voor Hitler de voorwendselen voor landroot, overval, wereldoorlog. Indien de leiders der democratieën ook maar een flauw besef van de grondbegrippen der geopolitik hadden bezeten, zouden zij het democratische krachtveld Bohemen, dit kasteel in het hart van Europa, zoals Bismarck het noemde, tot het uiterste hebben verdedigd. Maar zij offerden het cultureel hoogstaande volk van Masaryk op aan een op Berlijns bevel brullende minderheid; zij ruilden in angstige verwarring de hoektoren van het politieke schaakspel tegeneen pion? Was het maar waar geweest! Tegen een beetje meer bedenktijd ... die toen nog vermorst en verkibbeld werd. Ma.ir gedane zaken nemen geen keer; wij weten nu, dat Duitse minderheden het bestaan van elk volk reddeloos in gevaar kunnen brengen. Het uitstoten van vreedzame minderheden naar ras of belijdenis (zoals de verbanning der Joden uit het Spanje van Isabella, der Hugenoten uit Frankrijk) is een politieke en economische fout; het verbannen van alle Duitse minderheden naar de ruimte, die het door zichzelf uitverkoren volk zal worden toegewezen na het sneven van zijn nieuwe en zwartsnorrige Wodan, is de hoogste politieke wijsheid van de toekomst, ook al moest de welvaart er aanvankelijk onder lijden.

De grote volksverhuizing dus, ter beveiliging onzer nazaten. Het klinkt eenvoudiger dan het er uit zal zien; maar het moet gebeuren, dadelijk na de overwinning, anders komt er natuurlijk niets meer van. Maar naar we’k Duitsland? Dat van 1914? van 1918? van 1866? van 1814?

Het eenheidsbewustzijn is de laatste jaren in het Duitse volk zo machtig omhooggeweld, dat het verdelen van Duitsland in kleine staatjes, die dan tegen elkaar moeten worden opgehitst, een derderangs lapmiddel lijkt. Het enige middel om het Duitse volk er onder te houden, zelfs wanneer het teruggedrongen zal zijn tot achter de Boheemse randgebergten en achter de Rijn, is een eens-

gezindheid van streven tussen de overwinnaars, niet alleen tot en met het oprollen van het groene laken over de conferentietafel, maar nog lang daarna.

Want als wij elkaar niet leren begrijpen, in een geest die bereid is tot onderlinge offervaardigheid,—dan zal het eerste vredesjaar opnieuw het eerste jaar van de nieuwe wapenstilstand tussen twee oorlogen worden. Er zijn zelfs nu reeds mensen, die doodleuk met hun voorspellingen omtrent deze nieuwe oorlog te koop lopen. Zonder één gedachte aan het ontzaglijke leed, dat nu in de Sovjetunie geleden wordt, profeteren ze: “Eerst de Mof er onder, en dan zullen we met z’n allen tegen de bolsjewieken moeten gaan strijden. . .” En als ze het “ met z’n allen ” uitspreken, komt er een schichtig lichtje in hun ogen, dat niets goeds voorspelt . . . behalve voor de Moffen.

Laten we deze voorbarige hitsers niet te hard vallen. Ze duiden op een verwarde en schaamteloze manier een diep probleem aan. Ze voelen, zonder ooit van geo-politiek gedroomd te hebben, dat er na de overwinning twee wereldmachten, twee' krachtvelden zullen zijn: dat der Angelsaksische volkeren en dat der Sovjetunie. En ze voelen, dat Nederland daar op de een of andere manier mee te maken heeft.

Precies. Nederland is: Nederland zelf en zijn koloniën. De koloniën liggen in het krachtveld der Angelsaksische volkeren (Groot-Brittanje, de Dominions, de Verenigde Staten) ; Nederland zelf kan in het krachtveld van de Sovjetunie komen te liggen. Waarom zouden zegevierende Sovjetlegers niet verder trekken dan Berlijn? Wie zou durven voorspellen, door welke legers en in welke krachtsverhouding Duitsland voorlopig bezet zal worden? Zo kan het Rijk der Nederlanden met twee grote krachtvelden te maken krijgen. Onze verhouding tot het ene is uitstekend; die tot het tweede bestaat niet (officieel).

De goede verstaander gelieve met deze halve aanduiding genoegen te nemen. Laat ik liever besluiten met iets anders. Wij zullen ons allen zware opofferingen moeten getroosten om Duitsland op te voeden. Dit moet; want op den duur kunnen wij Duitsland niet missen, net zo min als elkander. Het moderne wereldbestel is zo ingewikkeld, dat wij zonder onderlinge samenwerking chaos en volkerendood tegemoet gaan. De technische moge’ijkheden voor de samenwerking zijn er. Wat nodig is? Het begrip, dat deze samenwerking onontkoombaar is; de geest, die dit begrip als vanzelfsprekend aanvaardt; en het hart, dat deze geest aanvuurt!

A. Den Doolaard.

Deze ruimte Is aangeboden door de N. V. Koninklijke Nederiandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië